De brandstichters

Skinheads, Faschos heten zij ook wel, vooral bij hun links-anarchistische tegenstanders, de "Autonomen'. Het is paradoxaal in de dagen dat heel Europa over herlevend rechts-terrorisme in Duitsland en de bedreiging van minderheden spreekt, maar eigenlijk zijn die "superduitse' rechts-radicalen zelf wel een héél kleine, zij het ook zeer weerzinwekkende minderheid.

Van de door de binnenlandse veiligheidsdienst (BfV) op niet meer dan 40.000 man geschatte, extreem rechts geïnteresseerde Duitsers vormen een kleine 5.000 Skinheads als het ware de gespierde arm. Zodra de meerderheid van de bevolking haar gevaarlijke onverschilligheid, en haar overconcentratie op het eigen materiële lot zou afleggen (en dat aan, en vervolgens mèt de politici, de politie en de justitie zou laten merken), zouden extreem rechts én de skins vermoedelijk (weer) onbetekenende verschijnselen worden. Maar daar zit hem voorshands juist de kneep, zoals bondspresident Richard von Weizsäcker twee weken geleden met zijn oproep aan de burgers, voor 300.000 demonstranten in Berlijn, probeerde duidelijk te maken. Niet alleen de politiek, maar ook en vooral de grote meerderheid van de bevolking moet door haar houding met radicale ongeesten afrekenen. Dat juist de "Autonomen' met hun afkeer van de Scheiss-staat Weizsäcker in Berlijn het spreken onmogelijk probeerden te maken, maakte de gebeurtenis heel Duits.

Geil op geweld zijn de skins, geil op de foto of de vaak bijna even geile tv-camera: gladgeschoren zware koppen, leren halfhoge laarzen, T-shirts, donkere Bomberjacken. Vooral zij zijn het die nacht-in-nacht-uit met molotov-cocktails gooien of inslaan op asielzoekers en andere buitenlanders. Of op mensen met een vreemd dialect (zoals een Zwitser in Saksen merkte) of te donker haar (een tragische dakloze in Koblenz). Of op loslopende ouderen die, een nieuwigheid van de laatste weken, de Hitlergroet absoluut niet willen brengen of beantwoorden maar liever iets onaardigs terugzeggen.

Dat aufklatschen van Fidji's of Kanaken, of wat voor andere benamingen onbeminde niet-Duitsers ook krijgen, gebeurt met grote regelmaat en in het hele land. De acties zijn meestal onvoorspelbaar, zonder veel planning of regie. Want de meeste skins zijn niet georganiseerd, anders dan, zeg, extreem-links, dat daardoor ook veel kwetsbaarder is voor het opsporingswerk van politie en inlichtingendiensten. Westduitse rechts-radicalen hebben soms wel een relatie (gehad) met groepen van voetbal-hooligans, die in het algemeen redelijk bekend zijn bij de politie. Maar Oostduitse jongeren, die met het einde van de DDR (twee jaar geleden) ook het einde van onder andere de SED en de "Freie Deutsche Jugend' (FDJ) en de geborgenheid en zekerheden van hun clubhuizen beleefden, zijn sindsdien sociaal-psychologisch en ideologisch ontheemd en tegelijk administratief "onvindbaar' geraakt.

De afkeer van politieke organisatie op de uiterste rechterflank verklaart volgens de Duitse Verfassungsschutz (BfV) waarom het soms lijkt alsof er minder op rechts dan op links radicalisme wordt gelet. BfV-chef Eckart Werthebach waarschuwde deze week alvast tegen al te hoge verwachtingen bij het in Bonn overwogen wettelijke verbod van enkele extreem-rechtse organisaties. De tegen links-radicale groepen vaak effectieve bepalingen inzake het lidmaatschap van een "criminele vereniging' zullen aan de uiterste rechterkant juridisch veel minder doeltreffend zijn.

Al met al kijkt een land met 80 miljoen inwoners, die toch door de geschiedenis gewaarschuwd zijn, nu al zo'n twee jaar min of meer verstijfd naar de militante Gladzen, bijna als het spreekwoordelijke konijn naar de lichtbak. Want, nog iets vreemds: iedereen is bang voor iedereen. Volwassenen voor hun gewelddadige kinderen, deze kinderen voor het onbekende van een heel andere, "vrije' samenleving, de sociologen voor ronde woorden, politici voor elk clubje dat uit de boot dreigt te vallen. En alle kiezers samen zijn, zo blijkt uit recente enquêtes, voor 70 procent tegen geweld, respectievelijk bang daarvoor. De rest van Europa zij voorzichtig: dit probleem is niet exclusief Duits. De angst voor de menselijke misère die komt aanrollen uit het oosten en zuiden is dadelijk een algemeen-Westeuropese kwestie. Alleen: met zo'n zes miljoen niet-EG-burgers op een bevolking van een kleine 80 miljoen loopt Duitsland ver "voor'.

Overigens is het als met de kleren van de keizer, niemand zegt dat de skins in feite een beetje gek of onzeker zijn of doodgewoon puberteitsproblemen hebben. Of dat zij voor rechts-radicale, neo-nazistische frases bezwijken omdat die net zo simpel zijn als zijzelf dom. Ter adstructie: vorig jaar zijn er in heel Duitsland 1.088 gevallen van rechts-radicale geweldpleging geregisteerd (tot begin deze week in '92 al 1566). Uit het Verfassungsschutzbericht 1991 blijkt dat van die gevallen vorig jaar 21,2 procent werd begaan door 16/17-jarigen, 47,8 procent door 18/20-jarigen en 28,3 procent door 21/30-jarigen. Van hen was maar 4 procent lid van een rechtsextremistische groepering.

Het massablad Bild, dat woensdag met een kop kwam als "Deze gekken maken ons land kapot', heeft in de sector commerciële hypocrisie ook rondom dit thema al zoveel grootgeschreven bochten gemaakt dat de gekken zelf zich er niets meer van zullen aantrekken. Tot nu toe zijn dit jaar in Duitsland trouwens al 16 mensen omgekomen wegens rechts-radicaal geweld. Dat wil zeggen: al vier meer dan in het linkse "RAF-recordjaar' 1977.

Poging tot typologie. Hij is doorgaans jonger dan 20, niet al te lang naar school gegaan, heeft geen werk, wil geen werk, zwaait zijn baseball-knuppel alsof een onzichtbare pitcher altijd slag staat te gooien, vindt dat de wereld wat te snel verandert en te ingewikkeld raakt. Een vriendin is leuk, mits ze niet tegenspreekt en zich vooral wijdt aan het gerief van haar skin. Spreekt ze wel tegen, dat is onderzocht, dan is er een kans dat hij zijn avonturen in de skin-trade op slag verlaat.

Hij houdt van bier, van stevige muziek, liefst heavy metal. En bij voorkeur met een verdergaande kick dan die van het overgeleverde "Sex, drugs and rock and roll'. Zoals ook elders het geval schijnt te zijn, gelet op de Amerikaanse versregel: Let's talk about aids, baby.

De combinatie van bier en de nieuwe "geweld-rock', veelal in betonnen kelders of andere clandestiene ruimtes, brengt de skins in de juiste operationele stemming. Ook serieuze kranten als de Frankfurter Allgemeine (14 november) en de Süddeutsche (23 november) wijzen erop dat de skins doorgaans door bier en heavy metal ""total aufgeputscht'' zijn voor zij 's avonds met de erfenis van Adolf Hitler aan hun krankjorume gewelddadigheden beginnen.

In deze jonge rechts-radicale kringen zijn de in aanleg liberale rock en uitlopers als hiphop en rap allang verleden tijd. Groepen die in de jaren tachtig nog aardig populair waren - zoals de Frankfurtse Punkband Böhse Onkelz destijds met "Türken Raus!' en "Deutschland den Deutschen' ('85) - gelden intussen wegens relativerende teksten als ""Wat is verboden, wat is legaal, wat is entartet, wat is normaal?'' als "linkse varkens'. Soms glijdt een groep "geheel af naar links'. Zoals de Noise Core-groep ""Brutal Glöckel Terror'': Voor mij staat een skin, ik trap hem onder zijn kin, Gladze, Gladze, ik trap hem in zijn gezicht (Fratze).

Dit zij met dank aan de FAZ en het BfV-jaaroverzicht gememoreerd. Interessant is ook dat Britse groepen als Screwdriver, No Remorse en Commando Pernod in de zeer agressieve Oostduitse heavy-metalwereld (Cottbus, Dresden) een grote rol spelen. Al schijnt men ook Duitse groepen als Störkraft, Radikahl, Endsieg, Sperrzone, Volkszorn en Kahlkopf niet te mogen vergeten. Evenmin als de groep Laibach: ""Eén vlees, één bloed, één echt geloof; een ras en een droom, een sterke wil''.

Nog een paar verhelderende teksten, ontleend aan beide genoemde kranten en het weekblad Stern. Ze gaan, meestal als cassettebandjes in het informele circuit, soms tot 20.000 keer onder de toonbank door. Of ze zijn te lezen in de veelvuldig gefotokopieerde Fanzines van de skins. Zoals deze: ""Als we niet snel tussenbeide komen, zullen ze ons uit ons land verjagen. Ons allen bedreigt de rode vloed/ daarom moeten we ons samen verdedigen tegen dat gebroed/ zodat hun bommen ons niet bedwingen/ en wij trots de Duitse vlag kunnen blijven zwaaien'' (de groep Störkraft). Of deze: ""Wij strijden voor ons vaderland en steken de kwartieren van de asielzoekers in brand'' (Commando Pernod). Of dit, juist nu weer heel actuele voorbeeld van de zogenoemde "Oi-muziek': ""Ich bin Bomberpilot, ich bringe euch den Tod''. Dat was ook het laatste nummer dat drie dronken rechtsradicale teenagers een jaar geleden in het Westduitse Hünxe (bij Emmerich) hoorden voor zij molotov-cocktails in een woonoord voor asielzoekers gingen gooien en daarmee een achtjarig Libanees meisje levensgevaarlijke brandwonden bezorgden.

Het grote Duitse extreem-rechtse geweld kwam deze week dus uit Mölln. Ja, uit Mölln. Drie doden, negen gewonden bij twee brandaanslagen op huizenblokken van de Turkse gemeenschap, zondagnacht in een Noordduits stadje. Dat is in Turkije en bij de 1,7 miljoen Turken in Duitsland natuurlijk zeer hard aangekomen. En bij veel Duitsers ook, lijkt het. Is er een kentering ingetreden, zoals het twee weken geleden al leek toen 300.000 betogers door Berlijn gingen? De leuze "Nu is het genoeg' werd deze week in elk geval vaak meegedragen in vele spontane protestdemonstraties.

Procureur-generaal Alexander von Stahl onderstreepte dat door te spreken van ""een aanval op de staat, op de rechtsorde zelf''. Hij nam, voor het eerst in een geval als dit, zelf de leiding van het onderzoek op zich. Dat de aanslagen ook voor de daders een kwalitatieve escalatie betekenden valt als mogelijkheid niet uit te sluiten. Er werd immers een minderheid aangevallen die al vele jaren in Duitsland woont en werkt, die er een sociaal netwerk kent, economisch allang onmisbaar is en bovendien veel weerbaarder dan vele kleine en "jonge' groepen buitenlanders.

Uit Bonn was dit keer méér te horen dan het sinds Hoyerswerda, Hünxe en Rostock vertrouwde reactie-ritueel (schande voor ons land, scherpere wetten, zwaardere straffen, meer politie, betere uitrusting, meer geld). Het besef groeit dat het met de reputatie van het land nu snel bergafwaarts gaat. En dat de toch al sukkelende economie (buitenlandse investeringen, de vraag naar Duitse produkten), het buitenlands beleid (in Europa, de VS, de Derde Wereld), de cultuurpolitiek (Goethe-instituten melden alom minder cursisten) extra klappen krijgen. Ja, dat het beeld van het democratische Duitsland zelf flink beschadigd raakt.

Het besef lijkt ook gegroeid dat de ruime asielbepalingen van de Duitse grondwet, opgesteld in een tijd dat nog niet kon worden gedacht aan circa een half miljoen (overwegend "economische') asielzoekers per jaar, weliswaar veranderd zullen moeten worden - al was het maar om straks één Europees beleid mogelijk te maken -, maar dat zoiets niet mag worden voorgesteld als dé Grote Oplossing. Integendeel, ook voor de CDU en de FDP begint de idee dat Duitsland allang een immigratieland is, en dat ook maar beter kan erkennen en wettelijk vertalen, snel aan betekenis te winnen.

Er is deze week meer in beweging geraakt. Wat tot voor kort nog rechts-radicale Ausschreittungen of Krawalle heette, werd bijvoorbeeld dezer dagen op de Duitse televisie ronduit als "moord' aangemerkt. In het journaal: ""De moorden van Mölln''. Hetzelfde journaal had nieuws over minister Kinkels reis naar Israel (""Duitsers staan niet vijandig tegenover buitenlanders''). En nieuws over een bedrag van 10 miljoen mark dat de Duitse regering uittrekt voor instandhouding van het concentratiekamp Auschwitz als Mahnmal.

Mölln ligt enkele tientallen kilometers ten oosten van Hamburg, de stad van Helmut Schmidt. Enkele tientallen kilometers ten zuiden van Lübeck, de stad van Thomas Mann. Of: zo'n veertig kilometer ten westen van Schwerin, tot twee jaar geleden de grootste DDR-stad in de buurt, nu hoofdstad van de deelstaat Mecklenburg-Voorpommeren.

In Mölln ging het altijd goed tussen Duitsers en Turken, die er al vele, vele jaren wonen en werken, heette het deze week. ""Papa, in dit land wil ik niet meer leven'', zei een achtjarige bewoner tegen zijn vader, volgens een reportage in de Süddeutsche Zeitung (donderdag). Wat niet wegneemt dat de uiterst rechtse Duitse Volksunie (DVU) van Gerhard Frey er bij de laatste regionale verkiezingen (april '92) 8,1 procent van de stemmen kreeg en de geestverwante Republikaner (van de oud-SS'er, oud-SPD'er en oud-CSU'er Franz Schönhuber) 3,5 procent. Bijna twaalf procent (1 op 8 kiezers dus). Frey (59) verspreidt in München onder meer de beruchte National Zeitung ("De gruwel-leugels over Duitsland', "Moeten we eeuwig aan Israel betalen?').

Maar goed, het is een net forensenstadje, dat Mölln, met ruim 700 Turken op 17.000 inwoners. En een saai stadje, herinner ik me. Behalve een standbeeldje voor Till Eulenspiegel, ook hier een tijdloos-ludieke held, en een restaurant dat geen stand hield tegen een tweede blik, is me eigenlijk niets bijgebleven.

Is het ook een representatief stadje? Anders gevraagd: maskeert het "fatsoenlijke' vernislaagje wat er, net als elders, feitelijk mis is of was? Namelijk dat radicalen, al zijn zij maar klein in getal, een kans krijgen als de meerderheid met hen sympathiseert (zoals in Hoyerswerda vorige najaar en zopas in Rostock). Of als de meerderheid onverschillig is en liefst de andere kant opkijkt?

De schrijver Ralph Giordano (69), kind van een joodse moeder, ziet dergelijke indifferentie van heel veel Duitsers als "een tweede schuld''. Hij stelde kanselier Helmut Kohl wegens het al jaren slepende debat over de asielpolitiek deze week medeverantwoordelijk voor het rechts-radicale geweld. Giordano, wiens tragisch-autobiografische familiekroniek De Bertinis juist dezer dagen opnieuw op de Duitse televisie te zien is (ZDF, nog vier woensdagmiddagen), schreef de kanselier dat hij, zolang de overheid niet afdoende bescherming biedt tegen extreem-rechts geweld, desnoods voor zijn familie en zichzelf tot gewapende zelfverdediging zou overgaan. De 83-jarige historicus Golo Mann viel hem daarin bij. (In de Bild ook nog, dat zou vader Thomas waarschijnlijk niet hebben gedaan.)

Ignatz Bubis daarentegen, de nieuwe voorzitter van de Centrale raad voor de joden in Duitsland, waarschuwde dat minderheden er alle belang bij hebben dat het geweldmonopolie bij de controleerbare overheid blijft berusten. Ook Josef Joffe, commentator van de Süddeutsche, wees er met een verwijzing naar de door de nazi's in '33 onthalsde republiek van Weimar, op dat minderheden het recht niet in eigen hand moeten nemen. Bubis en Joffe hadden gelijk. Maar erg blij zullen zij daar anno 1992 niet mee geweest zijn.

Extreem-rechts bestaat ook in Frankrijk, Groot-Brittannië en andere Europese landen. Het ziet er overal akelig uit, maar het akeligst altijd in Duitsland. Want rechts-radicaal zit nergens zo dicht bij het bot als in het land waar Adolf Hitler twaalf jaar zijn rampzalige macht had. Die grote domme gladde koppen, die boodschappers van de angst, met hun botte geweld, hun haatparolen, hun Hitlergroet, hun SS-tekens zijn bezig het democratische Duitsland uit zijn voegen te tillen. Ook Weizsäcker heeft gelijk: tenzij de grote meerderheid van de Duitsers in actie komt om dat te verhinderen.