Cellospel Wispelwey virtuoos en spannend

Concert: Pieter Wispelwey (cello) en Nieuw Sinfonietta Amsterdam onder leiding van Lev Markiz. Programma: J. Haydn: Celloconcert in C; Z. Kodaly: Sonate voor cello solo opus 8; werken van Chiel Meyering, Tsjaikovski, Davidoff en Arensky. Gehoord: 27/11 Beurs van Berlage, Amsterdam. Radio-uitzending: 2/12 18.02 uur AVRO Radio 4.

Als het het gisteravond de bedoeling van de cellist Pieter Wispelwey was om met zijn optreden aan te tonen dat hij terecht bekroond werd met de Nederlandse Muziekprijs, dan is hij volledig in die opzet geslaagd. Bij de uitreiking van de prijs na afloop van het concert in de Amsterdamse Beurs van Berlage wees minister Hedy d'Ancona (WVC) erop dat alleen kunstenaars hiervoor in aanmerking komen die uitzonderlijke muzikaliteit paren aan eminent vakmanschap. Mij viel het tijdens dit feestelijk concert op dat in het spel van Wispelwey, toch niet overdreven bescheiden, geen zweem was te bekennen van ijdel pralen met het eigen instrumentaal kunnen.

Op unieke wijze liet Wispelwey diverse facetten van zijn eigenzinnige authentiek-muzikale persoonlijkheid aan bod komen. Niet de fraaie tonen die Wispelwey aan zijn instrument ontlokt of de virtuoze hoogstandjes die hij met quasi-gemak maakt, vormen de essentie van zijn spel. Om het even of hij een klassiek meesterwerk als Haydn's Celloconcert in C vertolkt dan wel een modern stuk als Chiel Meyerings voornamelijk op geraffineerd epaterende motoriek berustende La belle Dame sans merci, steeds zorgt Wispelwey voor spanning van puur muzikale aard.

Na de gave muzikanteske weergave van het Haydn-concert, was wel de vertolking van Zoltan Kodaly's Sonate Wispelweys meest imponerende prestatie. Hij vereenzelvigde zich bij zijn voordracht innerlijk zozeer met Kodaly's aardse gepassioneerde romantiek en vervoerende magie, dat het soms leek alsof de stilte hoorbaar werd.

Na de ernst kwamen muzikale liflafjes, zoals de zoetgevooisde Chant Triste van Arensky en niet minder smachtende melodieën van Tsjaikovski. Wispelwey speelde deze werken samen met leden van Nieuw Sinfonietta niet met een knipoog naar het publiek, maar maakte daarvan door zijn prachtig genuanceerde indringende maar nooit opdringerige toon echt iets heel moois.