Boven het dal van Moniek Kramer: weinig diepte maar met vaart gespeeld; Neurotisch gedrag in een kliniek

Voorstelling: Boven het dal van Moniek Kramer door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Moniek Kramer; muziek: Boudewijn Tarenskeen; decor: Floris Guntenaar; spel: Lieke Rosa Altink, Kitty Courbois, Hein van der Heijden, Han Kerckhoffs, e.a. Gezien: 26/11 Bellevue Amsterdam. Aldaar t/m 20/12, daarna elders t/m 30/1.

Moniek Kramer laat weinig los over de personages in Boven het dal, haar nieuwste stuk dat, anders dan de titel doet vermoeden, niets met Nescio's gelijknamige verhalenbundel heeft te maken. Allemaal hebben ze wat, daarom zitten ze immers in een kliniek bovenop een berg, maar wat ze nu precies mankeren blijft gissen. Alleen van de nieuweling horen we dat hij voor zijn rust is gekomen: het levensritme van beneden is hem teveel geworden. Uit het verzenuwd trekken aan zijn sigaret is af te leiden dat hij zich vooralsnog niet aan de veranderde situatie heeft kunnen aanpassen.

De acteurs en actrices van Toneelgroep Amsterdam die door Moniek Kramer zelf zijn geregisseerd vertonen stuk voor stuk licht neurotisch gedrag. Onduidelijk is of ze daarmee een verklaring geven voor de aanwezigheid van de personages in de kliniek, of dat het een gevolg is van het gedwongen samenzijn. Misschien werkt het laatste het eerste in de hand, want geen van de patiënten lijkt voor zijn plezier deel uit te maken van een groep. De professor in het gezelschap vindt zelfs "iedere groep mensen bij elkaar per definitie weerzinwekkend'.

De dokter wekt als enige de indruk dat hij er anders over denkt. Hij stelt zich op als de pater familias die zijn gezin in het gareel moet zien te houden. Een strikte dagindeling en een gong die elk nieuw programma-onderdeel aankondigt, helpen hem daarbij. Bovendien wordt hij terzijde gestaan door een welwillende zuster die op hoge benen om hem heen hipt en fladdert. Onder hun leiding schuiven de patiënten aan tafel, wordt er gegeten, gekibbeld en de maandelijkse bonte avond gevierd.

Dat zelfs de bonte avond, die toch wordt opgeluisterd door welluidende smartlappen en een goochelact met een doormidden gezaagde vrouw, de toeschouwer met een kater achterlaat, ligt niet aan het spel. De acteurs, met Mark Rietman als de dokter voorop, houden de vaart erin en zorgen voor een absurdistische toon. Wat ze echter niet kunnen is de indruk wegnemen dat Boven het dal eigenlijk nergens over gaat en geen enkele diepte heeft. De gesprekken, voor zover daar tenminste sprake van is en de personages niet in hulpeloos gestamel blijven steken, missen vaak een pointe en zijn niet scherp genoeg om het gebrek aan inhoud te compenseren.

Het resultaat is een uiterst bleke voorstelling die bij de toeschouwer een ongemakkelijk gevoel veroorzaakt doordat het slapstick-achtige element in de enscenering, op een enkel moment na, niet tot lachen inspireert. Het beste zou zijn als we deze voorstelling als een gewichtloos intermezzo van Toneelgroep Amsterdam konden beschouwen, maar daarvoor lijkt de inzet toch te hoog met spelers als Kitty Courbois en Han Kerckhoffs en met het oog op aankleding en decor waaraan zichtbaar veel zorg en aandacht is besteed.