Bouterse: "leger gaat niet coupen'

PARAMARIBO, 28 NOV. De Surinaamse legerleider Desi Bouterse heeft zijn ontslag als bevelhebber “onherroepelijk” genoemd.

Hij leek hiermee gisteravond tijdens een massale bijeenkomst van zijn Nationaal Democratische Partij (NDP) elke twijfel aan zijn vertrek te willen wegnemen. In Suriname was hierover grote onzekerheid ontstaan, omdat Bouterse bijna twee jaar geleden na zijn ontslag via de "telefooncoup' terugkwam. Bouterse verzekerde dat “dit leger niet gaat coupen”.

De legerleider diende vorige week zijn ontslag in, nadat hij door president Venetiaan op het matje was geroepen. Bouterse had ondanks een verbod zijn manschappen toegesproken na beschuldigingen door Surinaamse politici over de onwettige wijze waarop hij zijn rijkdom zou hebben verworven. Bouterse is op het ogenblik officieel nog in functie, omdat hij in afwachting van ontslag zijn resterende verlofdagen heeft opgenomen. Het is onduidelijk hoeveel verlof hij nog heeft. In de regering gaan inmiddels stemmen op het verlof af te kopen.

In Suriname was met spanning uitgekeken naar de rede van Bouterse. Zijn toespraak was minder hard dan algemeen werd verwacht. Bouterse kritiseerde weliswaar de regering van president Venetiaan, maar hij riep tegelijkertijd op om de president “met respect en eerbied te behandelen, want het volk heeft hem gekozen”. Bouterse noemde 8 december 1982, toen vijftien opposanten van zijn militaire regime in Fort Zeelandia werden doodgeschoten, een “zwarte bladzijde” in de geschiedenis. Maar hij hekelde de toestemming die Venetiaan aan nabestaanden uit Nederland heeft gegeven om in Paramaribo de slachtoffers te komen gedenken. Hij riep de Nationale Assemblée op dit besluit terug te draaien “omdat leed en verdriet niet politiek gebruikt moeten worden”.

Bouterse haalde fel uit naar de Amerikaanse ambassadeur in Paramaribo wegens diens verhulde dreiging van ingrijpen bij een nieuwe couppoging. “Laat ons met rust”, zo zei hij.

Pag 3: "Geen behoefte aan confrontatie'

Op een Surinaamse kaseko-versie van 'Goede tijden slechte tijden' verschijnt na bijna een uur Desi Bouterse op het podium. Losjes swingend op de muziek neemt hij de toejuichingen van de drieduizend koppige menigte in ontvangst, die zich vanavond in het partijcentrum van de Nationaal Democratische Partij (NDP) heeft verzameld. Het gevechtspak heeft de aftredend bevelhebber thuisgelaten. Gekleed in een wit jasje, paars t-shirt, dito broek en schoenen, wil ere-voorzitter Bouterse zich vooral manifesteren als de man van de gewone Surinamer. Hij spreekt dan ook bijna alleen in het Surinaams.

Jules Wijdenbosch, fractievoorzitter van de NDP in de Nationale Assemblee en premier na de 'telefooncoup' op Kerstavond 1990, heeft hem dan al uitvoerig geprezen als een betrouwbaar persoon die “van kinderen houdt.” De hele geschiedenis van Bouterse sinds de eerste militaire machtsovername van 1980 passeert de revue. De legerleider streefde volgens Wijdensbosch de “eenheid” van het Surinaamse volk na. Hij was ook de man die de wereld doorkruiste als “een waardig vertegenwoordiger” van Suriname en ook degene die “een geweldige redevoering” voor de VN hield. En de andere politieke leiders doen wel allerlei uitspraken over hem “maar Bouterse is groter dan zij.”

Dan neemt de swingende leider het over. Hij lijkt de Surinaamse bevolking vooral gerust te willen stellen. De regeringspartijen van het Nieuw Front zijn er volgens Bouterse met hun misleiding alleen maar op uit “het volk bang te maken.” En het leger heeft helemaal geen behoefte aan "djoegoedjoegoe', ofwel rotzooi. Dat Bouterse ondanks een verbod van de regering zijn manschappen toesprak was omdat de politici, onder wie de vice-president met hun beschuldigingen over zijn rijkdom “buiten hun boekje waren gegaan.” Als er dan onrust in het leger ontstaat, moet hij de troepen toch wel toespreken? Dat hij vervolgens door de president op het matje werd geroepen, vindt Bouterse onzinnig. En dat hij geen decoraties mag uitreiken aan soldaten die het Junglecommando van Brunswijk hebben bestreden kan volgens Bouterse ook niet door de beugel. De regering mag dan wel op de grondwet wijzen, maar ze wil het uitreiken van decoraties alleen maar in eigen hand houden “om de manschappen voor zich te winnen.”

Hij toont zich opnieuw het gevoeligst als het over 8 december 1982 gaat, de dag dat 15 opposanten in fort Zeelandia door militairen werden doodgeschoten. Bouterse wil deze “zwarte bladzijde” liefst zo snel mogelijk omslaan. Een demonstratieve herdenking op deze datum zal volgens hem worden beantwoord met een contra-betoging. “Als er vierhonderd op straat gaan, komen wij met vierduizend,” voorspelt hij. Om vervolgens duidelijk te maken “geen enkele behoefte” aan confrontatie te hebben. Laat daarom de Nationale Assemblee het besluit van president Venetiaan om nabestaanden uit Nederland toe te laten voor een herdenking terugdraaien, vindt hij.

Dan toont de theatraal begaafde legerleider zich geroerd om de “vele sympathie” die hij heeft ondervonden tijdens zijn conflict met de regering. Bouterse moet zijn aanhangers teleurstellen. Hoe kan hij blijven als de regering geen rekening houdt met zijn mening? Een regering bovendien “die geen volksgericht beleid voert.” Dan komt de politieke leider boven die Bouterse zo graag wil zijn. Als de bevolking “roept en schreeuwt” over de gevolgen van het door de regering aanvaarde economische saneringsplan dan zal de NDP klaarstaan. Twee dagen voor de massameeting konden de Surinamers bij het partijcentrum al goedkoop voedingsmiddelen kopen, die door bedrijven ter beschikking waren gesteld. En Bouterse zegt toe dat zijn partij wil proberen zoiets elke maand te organiseren.

Het mooiste heeft Bouterse voor het eind bewaard. Plotseling floept achter hem een groot videoscherm aan. Daarop wordt in een slimme montage de Amerikaanse ambassadeur belachelijk gemaakt. De band toont een programma van het Amerikaanse televisiestation ABC uit 1983 over plannen van de inlichtingendienst CIA voor een invasie in Suriname. Tussendoor verschijnt steeds de door de Nederlandse televisie geïnterviewde diplomaat die de suggesties over de CIA als “onzinnig” bestempelt. “Schoenmaker hou je bij je leest, als je er niks van weet,” voegt Bouterse hem toe.

De voortdurend door lijfwachten omgeven legerleider neemt een 'bad in de menigte'. Als hij achter het podium is verdwenen, komt nog even de ceremoniemeester. Ritmisch geeft hij aan dat op 8 december de straat vol zal zijn. “Mek' den kon” (laat ze maar komen), klinkt het dreigend uit zijn mond. Suriname houdt nog steeds de adem in.