AFREKENING

Niet alleen Links, ook Rechts heeft nu de paniek die politici rond de illegalen hebben gezaaid afgestraft. In de Volkskrant van deze week schrijft prof. S.W. Couwenberg: ""In het vreemdelingen- en minderhedenbeleid zien we een duidelijke accentverschuiving naar rechts. De belangen van eigen land en volk komen daarin meer voorop te staan. Dit is tot op zekere hoogte zeer wel te verdedigen in een tijd van teruglopende conjunctuur, mits men niet tezeer doorslaat en de realiteit verhult met ficties.''

Het is zo'n ongenadige voltreffer waar je even de ogen van dichtknijpt. Couwenberg, het intellectuele boegbeeld van Rechts, onze eigen Raymond Aron (of Archie Bunker, zeggen sommigen), hij vindt dat Rottenberg en de zijnen in de discussie over vreemdelingen tezeer zijn doorgeslagen. En als Couwenberg dat vindt, mag je rustig aannemen dat het ook zo is.

Vroeger, schrijft Couwenberg in het artikel, gold het als ""onvervalst rechts'' als men opkwam voor ""de eigen belangen van de eigen bevolking in het vreemdelingen- en minderhedenbeleid''. Nu heeft ook de PvdA deze eigen-volk-eerst positie ingenomen en daar is Couwenberg, tegen de verwachting in, niet gelukkig mee. Tussen Links en Rechts bestaat een voortdurende spanning, maar ook een duidelijke samenhang, zegt hij. Links verdedigt de waarden van vrijheid, gelijkheid, solidariteit, openheid, universaliteit en rechten van de mens. Rechts verdedigt de waarden van orde en gezag, stabiliteit, nationale belangen en tradities, en plichten van de mens. Links is "idealistisch' en Rechts "realistisch'. ""Beide zijn nodig en hebben elkaar nodig, willen zij adequaat functioneren.''

Anders gezegd: als in het vreemdelingen- en minderhedenbeleid geen Linkse waarden meer doorklinken, zoals momenteel het geval is, raakt het evenwicht verstoord. Het heeft de oneerlijkheid van allen tegen één, en daar heeft Couwenberg zeker gelijk in.

Maar zijn nobele visie heeft een gemeen staartje. Men moet erkennen, vindt Couwenberg, dat Nederland een immigratieland is en daar ook een beleid op voeren, bijvoorbeeld in de vorm van een jaarlijks maximum van toe te laten migranten, ""die geselecteerd worden op inpasbaarheid in het arbeidsbestel''. Dit soort migranten zijn nodig in verband met ""de ontgroening en vergrijzing'' van onze samenleving. De ontgroening? Ik herinner me dat Couwenberg tien jaar geleden zei dat we geen vreemdelingen meer moesten toelaten omdat Nederland vol was en we ons bewuster werden van het milieu. Of bedoelt hij dat we vooral tuinlieden moeten selecteren?

We kunnen ook mensen voor een bepaalde tijd toelaten, zoals in Zwitserland, waardoor tijdelijke arbeidstekorten in sommige bedrijfstakken kunnen worden opgevangen, stelt Couwenberg voor. Jammer dat er geen "linkse waarden' meer doorklinken in de discussie over vreemdelingen en minderheden. Anders had men Couwenberg kunnen tegenwerpen dat het nogal onrechtvaardig is om eerst de arme landen te laten zorgen voor de kosten van scholing en opleiding van arbeidskrachten, dan de beste jaren van die krachten hier te gebruiken voor de eigen economie, en hen weer weg te sturen als ze ouder worden en economisch afgeschreven zijn, opdat de arme landen ook nog eens voor de ouderdomsvoorzieningen mogen opdraaien. De gedachte dat de arbeiders in de tijd dat ze hier "te gast' zijn een flink kapitaaltje kunnen vergaren waarmee ze later in eigen land verder kunnen, snijdt ook geen hout. Daarvoor zijn de lonen hier een beetje te laag, tenzij men van die gasten verlangt dat ze afzien van een naar Nederlandse normen normaal consumptiepatroon: rijst met groenten, tweedehands kleren, geen vakantie en zeker geen auto. Bovendien hebben de gastarbeiders de neiging om te trouwen en kinderen te krijgen die naar school moeten en geïntegreerd raken en niet terugwillen. Enfin, het is een vermoeiende en kille discussie die naar mijn gevoel al gevoerd is.

Ik zit ergens anders mee. Dat onderscheid dat Couwenberg maakt tussen Links en Rechts, zit daar geen luchtje aan? Als Links niet voor orde staat, waar staat het dan wel voor, chaos? En sinds wanneer komt Links alleen op voor de "rechten' en niet voor de "plichten' van de mens? Links is juist erg goed in plichten, gezien de belastingen die ze de mensen opleggen. En dat Rechts alleen oog heeft voor nationale belangen en niet voor internationale solidariteit is nonsens, zouden Isaiah Berlin, John Rawls, Dahrendorf, Raymond Aron en een boel andere "rechtse' denkers zeggen.

Ik vermoed dat het bij Couwenberg dan ook niet zozeer gaat om een strikt ideologisch conflict, alswel om een generatieconflict. "Vrijheid' en "gezag', dat zijn in zijn verhaal de echte opponenten. Kortgeleden publiceerde Couwenberg een groot uitgevallen "uittree-rede' bij gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit, onder de loodzware titel "In opdracht van de tijd: terugblik op 40 jaar intellectueel en maatschappelijk engagement'. Het is een ""afrekening met het eigen verleden'', zegt Couwenberg in de inleiding, en dat is tamelijk verwarrend. Want het eigen verleden van Couwenberg wordt juist opgehemeld, honderdtweeënveertig pagina's lang is de teneur I told you so, het conservatisme heeft toch gelijk gekregen. Toch is het een afrekening. Couwenberg rekent namelijk af met de jeugd, de jeugd van de jaren zestig.

Ik ben op het idee gebracht door het boek van Henk Becker, "Generaties en hun kansen', waarin hij suggereert dat er in Nederland een onderdrukte strijd woedt tussen de "vooroorlogse generatie' (geboren tussen 1910 en 1930) en de "protestgeneratie' (geboren tussen 1940 en 1955). Aan de ene kant staan de strenge, conventionele vaders, die armoede en oorlog aan den lijve hebben gevoeld en zich kapot hebben gewerkt om het kapitaal op te brengen waar later de verzorgingsstaat mee is gefinancierd. Aan de andere kant staan opstandige zonen en dochters die de materiële verworvenheden in de schoot geworpen hebben gekregen en toch het lef hadden om brutale eisen te stellen ten aanzien van vrouwen en homo's, seksueel genot, individuele ontplooing en internationale solidariteit (Vietnam!).

Couwenberg is lang woedend geweest op deze protestgeneratie: niet de burgerlijke ongehoorzaamheid, maar de "burgerlijke zelf-haat' kwam in de jaren zestig op, schreef hij in eerdere publikaties, waardoor oer-Hollandse deugden als zuinigheid en ingetogenheid in verdrukking kwamen en verloedering optrad: ""Slordigheid en slonzigheid, vervuiling van het straatbeeld, vernielzucht, verval, nonchalance in menselijke relaties en slechte manieren.'' Huwelijk en gezin verloren als gevolg van het feminisme hun oude glans, en ineens werden allerlei alternatieve samenlevingsvormen getolereerd: ""homofiele twee-relaties, samenleving van bloedverwanten, communes en leefgroepen.'' De bestrijding van discriminatie naar ras en sekse werd belangrijker gevonden dan de bescherming van de openbare zedelijkheid en de burgerlijke seksuele moraal.

De schuld vindt Couwenberg in de welvaart: ""Wanneer het allemaal te makkelijk gaat, verslapt de mens. Zijn karakter desintegreert, labiliteit en infantilisme nemen toe.''

De economische crisis van de jaren tachtig was dan ook een "blessing in disguise', omdat die tot matiging dwong, sanerend werkte ""op al wat scheef was gegroeid'' en leidde tot een ""opmerkelijk reveil van de oude burgerlijke waarden''.

Zo bedoelt Couwenberg waarschijnlijk de ""afrekening met het eigen verleden''. De oorlog, die in het verleden met de eigen zonen en dochters onderhuids is gevoerd, wordt door de vaders met terugwerkende kracht gewonnen. Want dat op dit moment de waarden van de vooroorlogse generatie in ere zijn hersteld, kan niemand ontkennen: zie het vreemdelingen- en minderhedenbeleid. Er is eindelijk een eind gekomen aan wat Couwenberg ""de ongenuanceerde identificatie met de underdog'' noemt, en ""het eigene'' wordt niet langer veronachtzaamd. Het is waar. Couwenberg heeft gelijk. En hij mag nu met pensioen.

    • Anil Ramdas