Vrijdag 27; Het Nieuwste Testament

Zeggen: ik ben even groot als Shakespeare, is een vorm van zelfironie, zei Harry Mulisch laatst in een interview.

Er waren mensen die dat betwijfelden. Dat Mulisch met dit voorbeeld nog heel ironisch bescheiden was, blijkt na lezing van De ontdekking van de hemel: Mulisch moet niet met Shakespeare maar met de profeten vergeleken worden. Wat hij heeft geschreven is niet een eenvoudig toneelstuk over een weifelende jongeman, het is de heilige schrift, de held is een jongeman die nooit weifelt. Dit boek is regelrecht gedicteerd door de hemel.

“Ik laat het er niet bij zitten!” roept de engel die de hele operatie van het terughalen van de stenen tafelen met de tien geboden op touw heeft gezet. Nu hij in opdracht van "de Chef' het verbond tussen God en de mensen heeft laten verbreken, waardoor de aarde aan het kwade is overgeleverd, heeft hij geen rust. Anders dan zijn superieuren wil hij nog één laatste poging doen om de mensheid te redden.

Quinten, de jongen die met behulp van de hemel verwekt is bij een vrouw als Maria "die voor, tijdens en na zijn geboorte gesloten bleef' (ze lag in coma) is natuurlijk de joodse messias: voor hem gaat de Gouden Poort in Jeruzalem open, die “gesloten [moet] blijven tot de komst van de Messias, aan het einde der dagen.”

Quintens geschiedenis is, zoals het hoort in de Mulischiaanse wereld waarin altijd alles ook gespiegeld wordt, spiegelbeeldig aan die van Mozes, de jood die het verbond tussen God en de mensen afsloot. Toen leek er een betere wereld aan te breken, nu, anders dan de joden verwachtten, heeft de Messias niet het begin aangekondigd van een nog betere, gelukzalige tijd, maar het verschrikkelijk einde. De algehele zelfvernietiging van de mensheid gaat beginnen, de hemel laat de aarde over aan Lucifer, aan de zure regen, aan het gat in de ozonlaag, aan het afval en de techniek. Tenzij...

Tenzij iemand waarschuwt. Iemand die door de hemel wordt geïnstrueerd. Iemand die de geschiedenis van de joodse Messias opschrijft, als het nieuwste testament, of "testimonium' zoals het in het boek steeds heet, iemand die door het hogere geïnspireerd de mensen een spiegel voorhoudt. Zo iemand is door die ene brutale engel gelukkig nog gevonden. Hij woonde in Amsterdam. Hij was bereid het boek te schrijven dat de laatste kans van de mensheid betekent om nog tot inkeer te komen.

Is dit dus nu het ware getuigschrift? Het is niet onmogelijk. “Volgens de islam bezit Allah in de hemel het originele exemplaar van de heilige schrift; de torah en de evangeliën zijn daar corrupte edities en vervalsingen van; alleen de Koran is een onbedorven kopie. (-) Ja, je moet maar durven: je grootvader en je vader uitroepen tot je zoon en kleinzoon,” zegt Onno Quist. Mulisch durft best. De torah, de bijbel, de koran, ze zijn allemaal overbodig geworden. Hier is nu eindelijk de enige onbedorven kopie van wat er in de hemel staat geschreven: De ontdekking van de hemel. Het boek ziet er ook uit als een bijbel als men het stofomslag verwijdert: dik, zwart, zwaar. Toeval? Als het goed is kloppen zulke dingen altijd, zou de meester zelf zeggen.

Zo'n lauwerkrans, dat is zelfironie van een bescheiden soort. Wat is een Romeinse keizer of een Olympisch winnaar vergeleken bij iemand die de enige waarheid openbaart? Wij moeten die krans zien als een stralenkrans. Mulisch heeft de mensheid nog eenmaal gewaarschuwd. Laten wij luisteren.