Veel sporters hebben last van hun ogen

AMSTERDAM, 27 NOV. Veel sporters zouden hun prestaties kunnen verbeteren als ze aandacht besteden aan hun gezichtsvermogen. Bij een derde van de deelnemers aan de Olympische Spelen van Barcelona die meededen aan een onderzoek was het gezichtsvermogen niet optimaal. Ze hadden bijvoorbeeld last van een vertroebeld gezichtsvermogen, van vermoeide of droge ogen.

In Albertville tijdens de Winterspelen had achttien procent van de sporters problemen met hun ogen. Dat zijn de voornaamste conclusies in het rapport 'Eye-opener', dat de olympische sponsor Bausch & Lomb, producent van onder andere contactlenzen, gistermiddag in Amsterdam overhandigde aan Wouter Huibregtsen, voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité.

“Met de blik op oneindig en het verstand op nul”. Zo omschreef Thea Sybesma, die dit jaar met de triathlon stopte, de mening van de leek over haar specialisme. “Maar diezelfde blik was bij mij soms zo vertroebeld, dat ik bij het fietsen stenen op de weg niet zag en onnodig tijd verloor met lekke banden.” Ook hockeyer Stefan Veen, zeiler Willem Potma en oud-schaatser Leo Visser gaven praktijkenvoorbeelden van achterblijven in prestaties door niet onderkend matig zien. “Ik heb eens een schip geraakt omdat ik de afstand niet goed inschatte”, herinnerde Potma zich.

Het gezichtsvermogen is voor sporters van belang voor het zien van scherpte, diepte, contrast en kleurwaarneming. Bovendien kunnen lenzen of speciale brillen de ogen beschermen.