Toezichthouders in strijd over controle financiële concerns

AMSTERDAM, 27 NOV. De Verzekeringskamer is het oneens met De Nederlandsche Bank over het toezicht op grote financiële instellingen, zoals de Internationale Nederlanden Groep, Rabo-Interpolis en Fortis (Amev, AG en Verenigde Spaarbanken).

De president van De Nederlandsche Bank, dr.W.F. Duisenberg, heeft vanmiddag op een bijeenkomst van de Vrije Universiteit gezegd dat “het moeilijk is in te zien hoe te ontkomen valt aan een verdere verbreding van het toezicht”. De Nederlandsche Bank wil niet alleen de bancaire dochters, bij voorbeeld de ING Bank en Verenigde Spaarbank, onder de loep nemen, maar ook de houdstermaatschappijen waartoe deze bedrijven horen.

De Verzekeringskamer daarentegen is een tegenstander van het toetsen van financiële holdings. Dat bleek gisteren bij de publikatie van "Toezicht op Conglomeraten', een studie die de Verzekeringskamer heeft verricht naar de voor- en nadelen van gezamenlijk toezicht door De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer op de bank-verzekeraars.

Volgens het rapport van de Verzekeringskamer is het toetsen van een holding, zoals de centrale bank graag wil, in feite een willekeurig “bij elkaar optellen” van losse elementen. De Verzekeringskamer vindt de eisen die De Nederlandsche Bank wil stellen op het gebied van eigen vermogen aan een holding “onnodig zwaar”. De kamer meent dat dit concurrentievervalsing in de hand werkt van instellingen die niet onder toezicht van De Nederlandsche Bank vallen.

Momenteel werken beide organisaties bij de controle samen op basis van een protocol uit 1990. In het protocol is afgesproken dat een holding jaarlijks financiële informatie geeft aan de twee toezichthouders. Bovendien mag de centrale bank eisen stellen aan het eigen vermogen van een financiële holding.

Volgens Duisenberg geeft het protocol geen uitbreiding aan de bevoegdheden van de toezichthouders. “Dit betekent in de praktijk dat de holding, waar uiteindelijk de belangrijke strategische belsissingen worden genomen, in beginsel niet onder direct toezicht staat, evenals een groot aantal andere werkmaatschappijen”, zo zei Duisenberg vanmiddag.

De Nederlandsche Bank wil daarom niet de werkmaatschappijen, maar juist de holding centraal controleren. De Verzekeringskamer meent echter dat er eigenlijk alleen maar argumenten tègen zo'n centralistische aanpak zijn. “Je moet alleen verschil maken als er verschillen zijn en niet sowieso hetzelfde model toepassen”, aldus dr. A.J. Vermaat, voorzitter van de Verzekeringskamer.

Als alternatief voor het huidige protocol pleit de Verzekeringskamer voor het zogenoemde “solo-plus-model”, een voortzetting van het huidige protocol met als eis dat de afzonderlijke werkmaatschappijen van de holding management-autonomie hebben om instructies van de Verzekeringskamer te kunnen uitvoeren. Bovendien moet de holding informatieplicht krijgen. Dit om te voorkomen dat een holding een bedrijf koopt met de werkmaatschappij als onderpand. Het jaarlijks rapporteren van de holding van het eigen vermogen per activiteit kan volgens Vermaat fungeren als “alarmlicht”.