Sinterklaas: Ik begrijp niet wat jullie in de Kerstman zien

Het is een donkere novembermiddag, het waait en het regent, maar ons kan het niet schelen. Wij zijn op weg naar Sinterklaas, die ons op een stoomboot in de haven wel wil ontvangen. Voor een interview dat niemand anders heeft.

Bij de loopplank staat een Piet. “Dag meneer Piet,” zeggen wij beleefd, want we willen een goede indruk maken. “Dag jongens en meisjes”, zegt meneer Piet. “Val maar niet van deze loopplank af.”

Door een lage deur gaan we een kleine roef binnen. Daar brandt de kachel. Naast de kachel staat een tafeltje met schoteltjes speculaas, pepernoten, marsepeinen beestjes en brokken chocoladeletter. Naast dat tafeltje staat een stoel. In die stoel zit Sinterklaas. Hij heeft geen mijter op, en op zijn witte onderjurk zien we duidelijk een paar vlekjes van gesmolten chocola.

“Dag jongens en meisjes,” zegt Sinterklaas.

“Dag zeer heilige Sint Nicolaas,” zeggen wij.

“Haha,” zegt de Sint. “Laat dat zeer heilige maar weg, jongens en meisjes. Neem een pepernootje of zoiets. En laat dan maar eens horen wat jullie te vragen hebben.”

Is uw werk moeilijker dan vroeger, Sint Nicolaas?

“Nee, ik ben al heel lang oud, dus dat maakt niets uit. Vroeger hadden alle huizen puntdaken en vooral als het regende of sneeuwde had mijn schimmel daar grote moeite mee. Nu zijn er veel huizen met platte daken. Die moderne flatgebouwen zijn misschien niet zo mooi, maar voor ons zijn ze wel makkelijk. Alleen zie ik de laatste jaren huizen met bolle daken. Die zijn werkelijk onmogelijk. Daar kan mijn paard niet op lopen en er zijn al verschillende Pieten afgegleden. Ik zou tegen de architecten willen zeggen: hou op met die malle bolle daken!”

Van welk speelgoed houdt u zelf het meest?

“Ja, nu willen jullie natuurlijk dat ik eerlijk antwoord geef. En jullie denken natuurlijk: Sint Nicolaas zal wel gek zijn op Halma, of op een mooie legpuzzel, of misschien kaatst hij wel met drie kaatsenballen uit een net! Dat denken jullie natuurlijk!”

Ja, Sinterklaas. Of PimPamPet. Of Stap Op. Of misschien houdt u het meest van een mooi boek! Van De scheepsjongens van Bontekoe of van Het grote boek van Madelief!

“Dat zijn prachtboeken, inderdaad. Maar waar ik nu helemaal dol op ben, ik durf het bijna niet te zeggen. Nee, ik zeg het niet.”

Alstublieft Sinterklaas, toe!

“Vooruit dan maar. Elke avond speel ik eerst een uurtje met mijn barbiepop. En daarna doe ik een computerspelletje.”

Hoe weet u waar kinderen van houden?

“Ze maken toch verlanglijstjes? Of vergis ik mij? Ik zie toch heel vaak verlanglijstjes die ongeveer zo gaan: “Lieve Sint, ik ben een heel lief kind, geef jij mij: een pop ballen koek chocola rolschaatsen een slee een doos lego een trein barbiekleertjes, dan ben ik blij. Een zoen van Johanna.” Nu en dat doe ik dan.

Maar hoe weet u nu wat Johanna wil en wat Erik en wat Huibert en wat Dorret en wat Frederik en wat Willy en wat Steven? Raken die lijstjes nooit door elkaar? Er komen toch steeds meer kinderen?

“Lieve jongens en meisjes. Jullie willen mij toch niet vertellen dat jullie nog nooit van automatisering hebben gehoord? Alle Pieten werken geregeld aan de computer waar alle verlanglijstjes in staan en alle namen van alle kinderen, dat is tegenwoordig zo makkelijk! Vroeger moest ik veel zelf onthouden. Toen zijn er de wonderlijkste dingen gebeurd.”

Sinterklaas, een paar weken geleden stond op de Kinderpagina dat u steeds meer last krijgt van de Kerstman. Hoe gaat het dit jaar?

“Dit jaar viert nog maar iets meer dan de helft van de Nederlanders Sinterklaas. Als het zo doorgaat, hoef ik over tien jaar helemaal niet meer te komen. Daar word ik wel verdrietig van. Ik heb er zelfs over gedacht om dit jaar niet te komen. Ik had geen zin meer. Maar de Hoofdpiet zei dat ik de kinderen die nog wel Sinterklaas vierden toch niet in de steek kon laten. Daar heeft hij natuurlijk gelijk in en ik beloof dat ik zal blijven komen tot er nog zeven mensen over zijn die mij vieren. Zeven - dat is wel een mooi Bijbels getal.”

Waar ligt het aan dat u steeds minder populair wordt?

“Dat ligt natuurlijk aan de Kerstman. Die kwam hier vroeger helemaal niet. Maar sinds een jaar of vijftien vertoont hij zich hier ook, met die Rudolf van hem, dat rendier. Ik begrijp eerlijk gezegd niet wat de Nederlanders en Vlamingen in hem zien. Wie rijdt er nu op een slee in een land waar het bijna nooit sneeuwt? En altijd dat ho-ho-geroep. Volgens sommige Pieten is er ook niet één Kerstman, maar zijn er een paar. Ik weet niet of dat zo is, maar ik vraag me wel af hoe hij tegelijkertijd in Amerika, Engeland en nu dan ook Nederland kan zijn. Ik zal er eens goed op letten.”

Buiten is het stikdonker geworden en plotseling horen we een kinderstem die "Sinterklaas kapoentje, gooi wat in mijn schoentje' zingt. De Goedheiligman kijkt verschrikt op. “Oef, is het al zo laat?”, zegt hij. “Daar wordt de eerste schoen gezet.”

Hoe weet u dat, Sinterklaas?

“Ja, jongens en meisjes, dat is de moderne techniek. Ik kan alle kinderen hier horen zingen. Het is altijd het teken dat ik aan de slag moet. Neem nog wat pepernoten mee voor onderweg. En vergeet niet jullie verlanglijstje in te leveren.” Sint Nicolaas zet zijn mijter al op. Wij proberen een kleine buiging. “Haha”, lacht de Sint, “daar brengen julie niet zoveel van terecht.”

Achter hem aan lopen we naar buiten. Buiten staat Piet al klaar met het paard. "Dag Sinterklaasje, dahag dahag Zwarte Piet!' zingen wij, net zo lang tot we Sint in het donker niet meer kunnen zien.