Rotterdam wil al zijn 250 straten "opzoomeren'; Opzoomerstraat is schoolvoorbeeld van sociale vernieuwing; Politie verovert samen met de burgers de straat weer terug

ROTTERDAM, 27 NOV. “Het wordt bijna gênant in deze straat te wonen”, zegt Chris Hooymayer, bewoner van de Opzoomerstraat. Sinds enige jaren is zijn straat de lieveling van de Rotterdamse sociale vernieuwing en heeft zelfs een nieuw werkwoord opgeleverd: het opzoomeren.

Onlangs stelde de gemeente ook een "Opzoomerzegel' in het vooruitzicht voor bewoners die zelf proberen hun straat op te knappen. In ruil voor zo'n zegel kan een straat aanspraak maken op een dienst van de gemeente: extra veegbeurten, plantenbakken, sierbestrating, extra surveillance door de politie of een cursus weerbaarheid. Met deze "premie of actie' hoopt de gemeente in 1993 tweehondervijftig Opzoomerstraten te hebben.

Volgens G. de Kleijn, de altijd positief gestemde projectleider van de sociale vernieuwing in Rotterdam, is de Opzoomerstraat een schoolvoorbeeld van de nieuwe samenwerking tussen Rotterdam en zijn "witte raven', de minderheid van actieve burgers die werken aan verbetering van eigen omgeving. De Kleijn: “De barricade-mentaliteit, waarbij de overheid voortdurend werd aangesproken op zijn tekortkomingen, maakt plaats voor de bezem-mentaliteit, waarbij de burgers zelf aan het werk gaan en dan pas de overheid aanspreken. We zijn de straat aan het terugveroveren.”

De Opzoomerstraat ligt diep in het Nieuwe Westen, een wijk in Rotterdam met 19.000 inwoners van zeventig verschillende nationaliteiten, die midden in een half-voltooide stadsvernieuwing verkeert. Veertig procent van de bewoners bestaat uit migranten, de wijk "vergroent' door het grote aantal jongeren. Veertig procent van de beroepsbevolking loopt in de bijstand of de WAO.

Bewoners van het Nieuwe Westen hebben twee keer zoveel kans slachtoffer te worden van criminaliteit als de gemiddelde Rotterdammer. Volgens cijfers van de Rotterdamse politie is het percentage bewoners dat hier jaarlijks slachtoffer wordt van inbraken 4 procent tegen 2,5 procent over de hele stad, is het percentage gewelddadige berovingen 5,1 procent tegen 2,5 procent en is de kans op mishandeling 8,7 procent tegen 7 procent.

's Avonds is het duister in de nauwe straten van het Nieuwe Westen. De Opzoomerstraat baadt dan echter in het licht. Dat is te danken aan de 'Opzoomerbollen', gevellampjes die de bewoners zelf hebben aangeschaft en waarvoor ze zelf de elektriciteitsrekening betalen. De bollen zijn een onderdeel van een straatactie die in 1988 begon. Er werd een comité opgericht dat allereerst de dealers uit de drugspanden telefoneerde. Hooymayer: “Zo vaak bij de politie klagen dat ze de panden ontruimden, al was het maar omdat ze ons spuugzat werden.” Vervolgens werden er ploegen geformeerd die wekelijks de Opzoomerstraat schoonveegden. Er kwamen plantenbakken, geveltuintjes en bloembakken. De straat is nu exporteur van de "Opzoomerbollen': ronde gevellampjes waarvan er nu een kleine zeshonderd over Rotterdam verspreid zijn.

Volgens Hooymayer bestaat er nu weer een zekere sociale controle in de straat. “Hier kan een bejaarde niet wekenlang dood in een woning liggen en wordt er wat gedaan als een vaag figuur aan een voordeur staat te rommelen”. Of het helpt tegen de criminaliteit? Hooymayer: “Inbrekers en straatrovers zoeken het liever in minder goed verlichte straten.”

Rotterdam vierde vorige week twee jaar sociale vernieuwing, een Rotterdamse uitvinding die bij het aantreden van het kabinet ook een landelijke slogan werd. In de nota "De Inzet' verplichtte de gemeente zich er in 1990 toe het achterstandsbeleid te "herijken', de verzorgingsstaat te hervormen en het bestuur te decentraliseren. Volgens vier criteria: activering in plaats van afhankelijkheid, maatwerk in plaats van standaardwerk, preventie in plaats van curatief werk, samenwerking tussen instellingen en burgers in plaats van verkokering.

Projectleider G. de Kleijn is tevreden: tachtig procent van de doelen die Rotterdam zich in 1990 stelde, zal naar zijn mening verwezenlijkt worden. De banenpools helpen maandelijks bijna 100 langdurig werklozen aan werk, in het onderwijs wordt met het Fonds Achterstandenbestrijding driftig geëxperimenteerd met voorschoolse taalstimulering en bestrijding van schooluitval. En de Opzoomerstraat is een goed voorbeeld van de nieuwe burgerzin die de sociale vernieuwing in het leven wil roepen.

Het accent van de Rotterdamse sociale vernieuwing komt steeds sterker op de sociale veiligheid te liggen. Volgens de stichting "Nieuwe Banen Rotterdam Werkt' is momenteel twintig procent van de banenpoolers actief in de beveiliging: parkwachters, tunnelwachters of openbaar vervoer-begeleiders. Een ander deel werkt door hun aanwezigheid ook mee aan het gevoel van sociale veiligheid: wijkhuisbeheerders en concierges bijvoorbeeld. De stichting verwacht dat het accent in de komende tijd nog sterker op beveiliging komt te liggen. “De meeste nieuwe projecten hebben met veiligheid te maken. Daar ligt momenteel de behoefte”, aldus de woordvoerder.

Dat blijkt ook uit de gemeentelijke Omnibus-enquête van vorig jaar. Van de Rotterdammers zei 86 procent de openbare orde als het grootste probleem te zien. In 1988 was dat slechts 47 procent, in 1990 64 procent. Milieu, waaronder ook verloedering van de eigen wijk wordt begrepen, vormt het tweede probleem, "buitenlanders' stegen op de Rotterdamse problemenlijst: 17 procent zag migranten als een probleem, tegen 9 procent twee jaar geleden. Voor Turken en Marokkanen was "openbare orde' een minder groot probleem (56 en 43 procent), maar scoren werkloosheid en volkshuisvesting hoger dan bij de autochtonen. Dezelfde obsessie met onveiligheid constateerden de Rotterdamse bestuurders, die dit jaar wekelijks bij Rotterdammers "op de koffie' gingen: bij alle gesprekken stond in de woorden van burgemeester Peper “verloedering, verpaupering en vervuiling” centraal.

Dat geldt met name ook voor wijken als het Nieuwe Westen. Voor de sociale vernieuwing heette dit een "Probleemcumulatiegebied', nu is de wijk omgedoopt tot "actiegebied sociale vernieuwing' - geheel binnen de filosofie dat er niet slechts naar problemen, maar ook naar mogelijkheden moet worden gekeken. De stadsvernieuwing is in deze vooroorlogste wijk in de "tweede ring' pas laat op gang gekomen en lijdt zwaar onder de bezuinigingen.

Adjudant J. Sietsma van bureau Duivenvoordestraat: “Als er ergens een blok gesloopt wordt, komt het blok erachter bloot te liggen. Dat betekent een stijging van het aantal inbraken. Toekomstige sloop- of renovatiewoningen worden gekraakt en vaak ongezet in drugspanden. Er is veel zwerfvuil, de zaak wordt onoverzichtelijker.” De wijk kent rond de honderd drugspanden. Bovendien grenst het Nieuwe Westen aan een tippelzone voor heroïneprostituees, wat het gevoel voor sociale veiligheid niet bevordert.

Het Nieuwe Westen heeft als "actiegebied sociale vernieuwing' de taak elk jaar met een eigen uitvinding te komen, die dan weer "geëxporteerd' moet worden naar andere wijken. Niet toevallig bevinden de "uitvindingen' in het Nieuwe Westen zich voornamelijk in de sfeer van de sociale veiligheid. Het begon - al voor de sociale vernieuwing - met een cursus weerbaarheid voor vrouwen van 50 jaar en ouder. Naast het "opzoomeren' is in het Nieuwe Westen ook de zogeheten "preventiemonteur' uitgevonden, een "voorlichter met een schroevendraaier'. De wijk heeft er momenteel twee in dienst uit de banenpool. Ze geven mensen op aanvraag advies over beveiliging van de huizen en installeren bij hulpbehoevende bewoners zelf de veiligheidssloten, kierstandhouders of "Opzoomerbollen'.

Het meest recente experiment werd woensdag geopend: de Preventiewinkel. De winkel wordt uitvalbasis voor de preventiemonteurs en de nieuwe politiesurveillanten, die binnenkort in de wijk actief zijn. Bij de politie heerst een zeker enthousiasme over de sociale vernieuwing. Adjudant Sietsma: “Wij leren niet alleen repressief, maar ook preventief te denken en initiatieven van de bewoners te waarderen. Als we nu naar een inbraak gaan, nemen we niet alleen proces-verbaal op, maar adviseren we ook over de beveiliging of sturen we de preventiemonteur langs.”

Samenwerking met de burgers acht Sietsma van het grootste belang bij het "terugveroveren van de straat'. Feit is echter wel dat het bijna uitsluitend oudere autochtonen die in eigen straat het "opzoomeren' en beveiligen ter hand nemen. Sietsma: “Mensen uit islamitische landen denken vaak sterk hiërarchisch. De gemeente en politie staat boven je, ze straffen je of je probeert er iets van gedaan te krijgen. Samenwerking op gelijke voet is vaak moeilijk voor te stellen.”

Woensdag was bij de opening van de Buurtpreventiewinkel criminoloog Frank Bovenkerk uitgenodigd, die was geschrokken van “de obsessie met Marokkanen” en de neiging van de politiek om elkaar op het punt van het minderhedenbeleid “rechts in te halen”. Maar terwijl Bovenkerk pleitte voor positieve actie en betere samenwerking tussen hulpverleners en de eerste generatie Marokkanen, voorzag een groepje dames achterin de zaal - allen zeer actief in het "opzoomeren' - het betoog fluisterend van commentaar.

“De Marokkanen hebben geen beschaving, het zijn analfabeten die zich weigeren aan te passen en in die soepjurken rondlopen. Heel anders dan de Turken”, wist de een. “Ze zouden moeten beginnen met het steriliseren van Marokkaanse vrouwen, mijn achterbuurvrouw is aan haar zestiende kind toe”, vulde haar buurvrouw aan. “Thuis worden die kinderen afgerammeld en dan op straat geschopt. Dat loopt daar tot tien, elf uur 's avonds rond. Dan wordt het toch niets met die jongens?” De oplossing was simpel: “Wie zich niet wil aanpassen moet op de boot naar Marokko.”

Projectleider Vis is blij dat de "assistent-preventiemonteur', Abdul el Hamuti, in het Nieuwe Westen een Marokkaan is: “Dan krijgen de bewoners het gevoel dat ook de allochtonen zich druk maken om de onveiligheid.” Een moskee heeft twee Opzoomerbolletjes aangeschaft. “Het zijn kleine dingetjes, maar misschien helpt het”.