Return voor Vitesse uitzichtloze affaire

ARNHEM, 27 NOV. Real Madrid speelde gisteravond op Monnikenhuize zijn 250ste Europa-Cupwedstrijd sinds de oprichting in 1955 van deze zeer lucratieve internationale clubcompetitie. Voor Vitesse was het pas de elfde keer in zijn bestaan dat de club op Europees niveau in actie kwam.

Niettemin vormde dit verschil in historie een te gemakkelijke verklaring voor de simpele manier waarop Vitesse zich in de derde ronde van het UEFA-Cuptoernooi met een 1-0 nederlaag op eigen veld liet afbluffen. Gezien het thuisrecord van Real Madrid, dat dit seizoen in het Santiago Bernabeu-stadion alleen verloor van Barcelona, La Coruna en Ajax, vormt de nederlaag van gisteravond voor Vitesse over veertien dagen in de return een nauwelijks nog te overbruggen tegenslag.

Meer dan een mooi avondje in Arnhem tegen een echte Europese tegenstander waar nog geruime tijd over kan worden nagepraat en een toprecette van 400.000 gulden lijkt er voor Vitesse dan ook niet in te zitten. Hoewel nauwelijks valt aan te nemen dat het huidige Real Madrid tegen een Nederlandse tegenstander van wat zwaarder kaliber als PSV, Ajax, maar ook Feyenoord, gisteravond op de been zou zijn gebleven. Evenals het Santiago Bernabeu-stadion staat het elftal van Real Madrid in de steigers. Na de gouden jaren tachtig onder Leo Beenhakker, die drie keer met het elftal op rij landskampioen werd, kampt de roemrijke vereniging met de naweeën uit die periode. Beenhakker werd teruggehaald om een nieuw elftal te formeren, vervolgens te licht bevonden, waarna routinier Martin Vazquez via Torino en Marseille weer werd ingelijfd door Madrid, dat tegenwoordig met Benito Floro een trainer in huis heeft die meer oogt als een hoogleraar dan een voetbalcoach.

Vazquez was in Arnhem nog niet speelgerechtigd, Sanchis was geschorst, maar Floro liet ook nog eens ervaren krachten als Rocha (licht geblesseerd) en Butragueno buiten het elftal. Vooral voor "de Gier' Butragueno vormde dat een hard gelag. Hij was halverwege de jaren tachtig dè aanvallende vedette van het Spaanse voetbal, die op het WK in Mexico in 1986 met vier doelpunten bijna in zijn eentje Denemarken velde. Bij Real Madrid vormde hij jarenlang met de Mexicaanse balgoochelaar gespecialiseerd in de koprol Hugo Sanchez een onnavolgbaar tandem. Maar die tijden zijn historie. Ook voor Floro. “Zondag hebben we weer een wedstrijd”, constateerde de Madrid-coach nuchter. “Met alle respect voor Vitesse, een tegenstander waar ik erg van onder de indruk ben geraakt, durfde ik deze wedstrijd ook wel met andere spelers in te gaan.”

Mandekking werd daarbij door Real Madrid niet toegepast. Zelfs niet op de absolute spelbepaler van Vitesse John van den Brom die na afloop lichtelijk gefrustreerd constateerde: “Zoveel ruimte om te spelen als ik vanavond heb gehad maak je 's zondags in de eredivisie niet mee. En toch scoren we niet. Terwijl iedereen bij ons zich heeft leeggespeeld. Maar misschien is het grote verschil in ervaring wel dat zo'n Madrid maar een paar kansen nodig heeft en vervolgens wél scoort.”

Dat laatste gebeurde uit een vrije trap van de geslepen Michel, ook één van die jaren tachtig vedetten uit het Spaanse voetbal. Milla stapte over de bal heen, de opgekomen Hierro joeg vervolgens het leer kansloos langs Van der Gouw. Vitesse-trainer Herbert Neumann: “Ik denk dat we meer verdiend hadden dan dit resultaat. Ik ben dan ook bijzonder teleurgesteld. Hoewel mijn elftal vandaag alles heeft gegeven wat het heeft. Onze kansen in de return? Minimaal denk ik. Maar hoop is er altijd. We zullen ons dan ook duur verkopen in Madrid. Je krijgt altijd kansen in een wedstrijd. Ook over veertien dagen. Maar normaal gesproken is dit een iets te geroutineerde tegenstander voor ons.”

Het publiek was volgens beide coaches de grote winnaar van de avond. Hoewel die 13.000 toeschouwers toch liever hadden gezien dat Van den Brom op de valreep in kansrijke positie had gescoord in plaats van een slap schot in de handen van doelman Jaro te deponeren. Maar Van den Brom, die volgens iedereen die Vitesse een goed hart toedraagt al lang in het Nederlands elftal zou moeten staan, was de enige die ten minste nog een beetje het sluwe Madrileense voetbal kon volgen. De niet geheel fitte Van Arum, dit seizoen goed voor zes goals tegen Fortuna Sittard, Go Ahead en Derry City, kon als spits echter niet de vergelijking doorstaan met zijn Chileense collega bij Real Madrid Zamorano, die de buitenkant paal raakte. Met ogenschijnlijk speels gemak gecreeërde Spaanse mogelijkheden op een doelpunt die nogmaals accentueerden dat de return op 9 december voor het Arnhemse gezelschap een tamelijk uitzichtloze affaire is.