Rekenhof zwakt kritiek op verspilling van Commissie af

BRUSSEL, 27 NOV. Het Europese Rekenhof heeft de ergste beschuldigingen van massale verspilling door de Europese Commissie teruggenomen. Het jaarverslag dat gisteren werd gepubliceerd wijkt beduidend af van de concept-versie die eerder dit najaar uitlekte via het Duitse weekblad Der Spiegel. De meeste voorbeelden zijn uit de officiële versie verdwenen. Daaraan is een lange procedure van hoor- en wederhoor met de Commissie voorafgegaan.

Nieuw is de constatering dat de EG er niet in slaagt om Polen en Hongarije op een adequate wijze steun te verlenen. Tevens komt het Rekenhof met de vertrouwde constatering dat de administratie van de Commissie gebrekkig is, waardoor controle op de rechtmatigheid van de uitgaven zeer moeilijk is. Ook de vertrouwde kritiek op onverklaarbaar stijgende reiskosten voor Europarlementariërs, vermist kantoormeubilair en slordige restaurant-administraties wordt weer genoemd.

Voorts wordt uitgebreid aandacht besteed aan de subsidies voor de produktie van olijfolie en rundvlees. De uitgaven voor olijfolieboeren stegen vorig jaar met 281 procent. Het systeem is volgens het Rekenhof zo onbetrouwbaar dat men zich afvraagt of de boeren aan wie het geld wordt uitbetaald wel bestaan. Op het Griekse eiland Korfoe werd bijvoorbeeld drie maal zoveel subsidie uitbetaald als er olijfolie werd geproduceerd. Het grootste probleem voor de EG in de zuidelijke landen is volgens het Rekenhof om uit te zoeken welke boomgaard aan welke boer toebehoort. Het Hof suggereert de subsidie voortaan aan de groothandelaren uit te betalen en de boeren een inkomen te garanderen door een minimumprijs vast te stellen.

Ook de steun die aan vissers wordt verleend om ze aan de kade te houden, vindt bij het Hof geen genade. De subsidies worden vaak uitbetaald in een periode waarin de vissers toch al niet vissen en dienen dus meer als sociale ondersteuning dan tot behoud van de visstand. Het Hof heeft in z'n algemeen kritiek op het systeem van inkomenssteun aan de boeren, dat allang niet meer beantwoordt aan de oorspronkelijke doelstelling zo technische vooruitgang in de landbouw te stimuleren. De Commissie zegt in een reactie deze opmerking “zeer misplaatst” te vinden. De Commissie vindt dat het Hof zich niet moet bemoeien met de beleidskeuzen van de Europese Gemeenschap. “Dat is uitsluitend een taak van de Raad en het Parlement”. De hulp die de EG via het zogeheten Phare-programma aan Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije verstrekt, komt volgens het Hof onvoldoende terecht bij de particuliere sector daar. Ook kan het wel een jaar tot anderhalf jaar duren voordat de EG een project daar heeft geselecteerd. Volgens de Commissie wordt dat mede veroorzaakt doordat vooral de Poolse en Hongaarse regeringen vrij langzaam waren in het uitvoeren van privatiserings programma's. Het aantrekken van buitenlandse investeerders en het onderhandelen over privatisering is volgens de Commissie bovendien een “zeer langdurig en gecompliceerd proces”.