President over aandeel landgenoten in nazi-tijd: Oostenrijk "buigt het hoofd'

DEN HAAG, 27 NOV. “Ik buig het hoofd namens de republiek Oostenrijk”, zei de Oostenrijkse president Thomas Klestil vanmiddag, voor de slachtoffers die in Nederland tijdens de nazi-tijd door toedoen van Oostenrijkers zijn gevallen. “Deze misdaden zijn door niets te verontschuldigen.”

Klestil sprak deze woorden in een tafelrede tijdens een lunch met koningin Beatrix op het Paleis Noordeinde in Den Haag. Zijn uitspraken hadden betrekking op het feit dat tijdens de bezetting in 1940-45 de hoogste Duitse gezagsdrager, rijkscommissaris A. Seys-Inquart, een Oostenrijker was, evenals drie van zijn vier secretarissen-generaal, H. Rauter, F. Wimmer en H. Fischböck.

Letterlijk zei Klestil, nadat hij had vastgesteld dat de eeuwenlange relatie tussen Oostenrijk en Nederland “vele gelukkige, maar ook donkere tijden” had gekend: “Ik denk hier vooral aan de donkere tijd van het nationaal-socialistische schrikbewind, tot welks slachtoffers ook uw land telde. Hoewel ook honderdduizenden Oostenrijkers onder dat regime om het leven kwamen, mogen wij niet vergeten, dat menigeen van de ergste beulsknechten van het nationaal-socialisme, die vele burgers van uw land oneindig leed hebben berokkend, Oostenrijker was. Deze misdaden zijn door niets te verontschuldigen - ik buig het hoofd namens de republiek Oostenrijk voor de slachtoffers van destijds”.

De laatste keer dat een Oostenrijkse president een staatsbezoek aan Nederland aflegde, Schärf in 1961, is over het aandeel van deze Oostenrijkers in de nazi-misdaden niet gesproken. Nadien heeft echter het presidentschap van Kurt Waldheim sterk de aandacht gevestigd op het aandeel van Oostenrijkers in het nazistische bewind. Overigens was wel de Oostenrijkse bondskanselier Vranitzky in 1987 in Amsterdam aanwezig bij de opening van het Joods Historisch Museum, waar Oostenrijk 2,5 miljoen schilling aan had bijgedragen.

In zijn tafelrede zei de eerder dit jaar als opvolger van Waldheim gekozen Klestil voorts: “Slechts als wij ons tot deze tragische last van de geschiedenis bekennen, slechts dan zullen de burgers van uw land met ons de overtuiging delen, dat hun een nieuw Oostenrijk tegemoet treedt”. In het licht van de “verschrikkelijke ervaringen van destijds”, aldus Klestil, “moeten wij vandaag elk soort van extremisme vastbesloten afwijzen”.