Over het verlangen naar pornografie; Vieze beelden, schone geesten

Waarom heeft iemand behoefte aan pornografie? Vergist zo iemand zich, is pornografie lelijk en vervelend? Zou pornografie meer op kunst moeten lijken? Is er wat de behoefte aan pornografie betreft verschil tussen mannen en vrouwen? Ook de voorstanders worden heen en weer geslingerd tussen genot en biecht, tussen "het moet kunnen' en de neiging pornografie af te schaffen en voortaan schoon van geest te zijn.

Dit is de bekorte tekst van een openbaar college dat 19 november jl. in Groningen gegeven werd.

In Boek XIII van de Odyssee laat Odysseus zich vastbinden aan de mast van zijn schip. Even tevoren heeft hij de oren van zijn manschappen dichtgestopt met bijenwas. De wind is gaan liggen. De afspraak is nu dat de mannen zullen gaan roeien, uit alle macht, en dat zij Odysseus nog vaster aan de mast zullen binden zodra hij pogingen doet om zich los te rukken.

Het moet een vreemd, Felliniaans schouwspel zijn geweest: rimpelloos geelgrijs water, een schip met daarop stokdove matrozen en vastgebonden aan de mast een man met legendarisch sterke dijen die zich uit alle macht los probeert te wringen. Dit is een van de meest seksuele scènes uit de Odyssee. Het schip vaart namelijk langs het eiland van de zingende Sirenen. Hun lied is notoir: alwie er naar luistert wil alleen nog maar naar ze toe.

Wat de Sirenen zongen weten we niet, alleen maar dat de Sirenenzang onweerstaanbaar is en dat Odysseus er naar heeft geluisterd, rukkend aan zijn touwen, rillend van begeerte, radeloos van verlangen om naar de zangeressen toe te gaan en de rest van zijn dagen luisterend en snakkend naar telkens meer gezang te slijten net zolang tot zijn huid "verschrompeld naast zijn beenderen lag'.

Wat me intrigeert aan deze episode is dat Odysseus van te voren wist wat hem boven het hoofd hing. Dat was hem verteld door zijn minnares, Circe. Zij had hem het idee van de bijenwas aan de hand gedaan. Men stelle het zich voor: een man verlaat zijn minnares. Ook zij, meldt Homerus, kon weergaloos zingen. Zij staat te boek als een koele, ongenaakbare vrouw, die weliswaar haar minnaar aan zich bindt, maar hem ook weer laat schieten, zonder spijt of teleurstelling.

En dan, bij wijze van afscheidsgeschenk, leert ze hem hoe hij de verleiding van nog weer andere, nog verzengender vrouwen moet weerstaan. Dat is een mooie daad van jaloezie. En wat zij Odysseus leert, waar het om de Sirenen gaat, is even simpel als tijdloos: zorg ervoor dat je, voordat je in begeerte ontbrandt, vastgebonden bent.

Deze les is van belang. Wat de Sirenen ook gezongen mogen hebben, de uitwerking ervan op Odysseus was seksueel en de oplossing die hij vond was rationeel en dus pornografisch. Door zich vast te binden bleef hij als een toeschouwer buiten de seksuele scène staan. Hij wordt het zinnebeeld van de pornografische zucht: wel willen maar niet doen; alles waarnemen maar buiten bereik blijven; getroffen raken en toch immuun zijn.

Veel mensen slagen er in om pornografie om te denken tot iets perifeers, iets dat alleen anderen aangaat, en dat eigenlijk alleen maar de zieligheid van de mannelijke belustheid onderstreept. Het is er voor mannen die niets beters kunnen krijgen. Zij denken dat ze het onderwerp met een enkel toverwoord terzijde kunnen schuiven, en dat is: erotisch. Door vieze plaatjes en smerige films af te doen als onerotisch geven zij te kennen dat hun eigen seksualiteit drommels fijnbesnaard is. Zij hanteren een hiërarchie: er is seksualiteit; er is erotiek; en er is liefde. Een eerbiedwaardig voorbeeld van zo iemand is de cultuurfilosoof George Steiner, die daarom pornografie zo onbelangrijk vindt - te onbelangrijk voor woorden zowat - omdat er maar een paar seksuele posities zijn. Pornografie kan zich zelf dus alleen maar herhalen, het is gedoemd saai, monotoon en boven alles onerotisch te zijn. Grappige redenering dit. Voor hetzelfde geld kun zeggen; het aantal rijmschema's is maar beperkt, dus kan poëzie alleen maar stomvervelend zijn. De opmerkingen van Steiner waren overigens bedoeld om duidelijk te maken dat pornografie nooit kunst kan zijn. Dat ben ik met hem eens, zij het op andere gronden en met een andere evaluatie.

Verongelijkt

Pleitbezorgers van pornografie hadden er dikwijls maar één ding over te zeggen: dat het moet kunnen. Ik ken geen pornogenieter die op den duur gebaat is bij die mededeling. Ik ken alleen mensen die verbaasd en soms onthutst zijn over het verschil tussen wat ze, meestal in hun eentje en meestal half in het geniep, zien, en hoe ze zijn zodra ze met een vrouw te maken hebben door wie ze bemind willen worden. Het gaat in dit geval bijna altijd om mannen. Natuurlijk denken zij per verongelijkte oprisping ook wel eens dat het moet kunnen. Maar wat bedoelen ze daar mee? Dat de vrouw met wie ze zijn net zo moet genieten van deze beelden als zij zelf? Dat zij zich, als het zo uitkomt, zou moeten gedragen als het meisje dat in beeld schrijlings gaat zitten op een man die zij vermoedelijk helemaal niet kent?

In de praktijk lost de verwarring zich enigszins op doordat je geliefde al snel te kennen geeft niet bepaald heel vreeslijk veel in pornografie te zien. Dan kun je haar verschonen van de zucht. Je bent anders dan zij; je neemt je voor je dorst naar beelden voortaan in het geheim te lessen; je breidt het verschil tussen jou en haar uit tot het wat drastischer verschil tussen mannen en vrouwen in het algemeen. Dat is onbevredigend, omdat je vermoedt dat dat een leugen is.

Toch opereer ik vanuit deze praktijk, en de vraag die ik wil stellen is niet: moet porno kunnen, en ook niet leidt zij tot erger, maar: hoe komt het dat zij nu al zo lang in het schemergebeid tussen openbaarheid en geniep is blijven steken.

Come-shot

Om de stier meteen bij de horens te vatten begin ik met het meest kwestieuze onderdeel van iedere pornofilm - het zogenoemde come-shot. Dat is een volledig en integraal geregistreerde zaadlozing, dikwijls op het lichaam van een ander, doorgaans een vrouw. Hierin monden veel scènes uit. Als er al een frictie bestaat tussen man en vrouw dan wel die veroorzaakt door het verschil in waardering van dit shot.

Het zal u niet verbazen dat de meeste scènes zo georganiseerd zijn dat het come-shot precies valt op het moment waarop ook de toeschouwer zijn finale opwinding ondergaat. De niet-ingewijden in deze materie doen er goed aan te bedenken dat pornografie inmiddels een kwestie van video is geworden, en van genieten in huiselijke afzondering; en dat de genieter zich concentreert op een evenwijdig genot. Het is een instrument van zelfbevrediging.

Ik ben er niet helemaal van overtuigd dat het in porno alleen maar draait om zichtbaarheid, om registratie van het verbodenste. De plaats die het come-shot inneemt wijst ook op iets anders: op inleving. De genieter slaagt er in om met zich zelf, met z'n eigen lichaam, een traject af te leggen dat even lang duurt als, en evenwijdig loopt aan, dat van de modellen waar hij naar kijkt. Hij prolongeert zijn lust, daarbij geholpen door allerhande wisselingen van scènes en posities; en ten slotte valt hij samen met het finale shot. Dit is de allerletterlijkste inleving die er dramaturgisch gesproken denkbaar is, letterlijker nog dan de tranen plengen van de hoofdpersoon in een tearjerker, en het komt er op neer dat hij de macht die hij voelt over zijn eigen lichaam en zijn eigen begeerte uitvergroot tot de macht die het model zo ostentatief ten toon spreidt. Dit is een belangwekkend aspect aan porno: mannen genieten er mede van mannen, hoe onaantrekkelijk die soms ook zijn; de meeste genieters zouden stomverbaasd zijn als ze zich realiseerden hoe homoseksueel hun genot is.

Zeer veel van wat er in een pornofilm te zien is wordt niet bekeken. Er wordt gebruik van gemaakt, als van een soort brandstof: er is eerst de opwinding, en daar worden de beelden aan toegevoegd. De opwinding verhit de beelden, en niet, althans niet in eerste instantie, andersom. Dat heel veel scènes routineus zijn, kil, morsig, professioneel, en dat er zelden sprake is van mooie opnames, en bijna altijd van stupide kadreringen en bespottelijke close-ups - dat staat ook hem tegen zodra hij ernaar kijkt met een bevredigde, koelere blik.

Dat hij geniet van iets dat hem onder kalmere omstandigheden vreselijk kan tegenstaan, dat is volgens mij essentieel. Natuurlijk is het prettig wanneer een vieze film mooi is uitgelicht en kundig opgenomen, en het is sowieso altijd weer even teleurstellend om te merken dat zoveel deelnemers zulke slechte lichamen hebben - maar voor het gebruik dat de genieter van deze beelden maakt, maakt het allemaal veel minder uit dan je zou denken. Het is misschien zelfs omgekeerd: iedere serieuze poging tot esthetiek, tot goede smaak, tot verheffing van het genre in de richting van kunst verkleint de gebruikswaarde er van.

Kluwen

Een goed voorbeeld van zo'n poging to verheffing is de videoclip "Justify My Love' van Madonna. De scène is een archetypische pornografische topos: een vrouw in een bed met zes of zeven mannen. Een kluwen verwisselbare lichamen als darren om een koningin. Een duidelijke machtsverhouding: zij heeft de touwtjes in handen, de mannen zijn haar gereedschap. Het is allemaal oneindig veel somptueuzer in beeld gebracht dan in de meeste pornofilms (waarin deze scène veel voorkomt), en er is een allesoverheersend stijlprincipe op losgelaten - dat van de videoclip. Dwz. de beelden staan nooit stil, ze glijden en ze zijn voorbij voor je ze goed en wel tot je door hebt laten dringen. Het resultaat is een ritmische opeenvolging van flarden lichaam, een muzikaal patroon. Prachtig, en beslist nogal opwindend - maar geen porno. Niet alleen niet omdat er geen expliciet beeld van een geslacht in voorkomt, maar vooral omdat de basisaanname anders is. De verhouding tussen beeld en toeschouwer verschilt. Madonna wil onophoudelijk aan je greep ontsnappen, en daar draait het summiere verhaaltje van de clip ook om: uiteindelijk verlaat ze, zonder aan enig aantoonbaar gerief gekomen te zijn, zingend het reuzenbed en huppelt ze de grote stad in, op zoek naar meer, buiten beeld. Ze is ongrijpbaar, soeverein, onverschillig als Circe - maar ook de lichamen van de mannen ontsnappen je.

Je bent getuige geweest van de middelpuntvliedende beeldhuishouding van onze tijd, en die is het tegendeel van pornografisch, hoe seksualiserend zij verder ook is. Dat is het leerzame van deze clip, en van zoveel andere pogingen om het eigene van pornografie in speelfilms onder te brengen, zoals in Blue Velvet, of 9 1/2 Weeks of Basic Instinct. Zodra er iets wordt uitgedrukt, of verbeeld, verdwijnt het pornografische. Je kijkt ernaar, het windt je op - maar het ontsnapt je, want het verhaal gaat door, in plaats van zijn natuurlijke einde in het come-shot te vinden. De beelden verspringen bij Madonna in plaats van steeds onwrikbaarder te worden.

Om nog even het voorbeeld van Madonna's clip, maar ook van haar montere, hilarische fotoboek: alles is er bij haar op gericht om Madonna te worden, wat zeggen wil: een koningin van het type Circe, een mannenverslinder maar nooit geeft ze zich zelf. Zodra zij zich van pornografische scènes bedient vergroot ze om zo te zeggen haar majesteit. En juist omdat zij bestaan, de koninginnen, de Circe's, de fatale vrouwen, de onbevlekbaren - juist daarom bestaat er pornografie. En daarom is die, om zo te zeggen, gedoemd het tegendeel van esthetisch te zijn. Hoe mooi en soeverein het meisje in de pornoscène ook is - uiteindelijk vallen we samen met degeen die vlekken maakt, en die maar een sluitend laatste antwoord heeft op het tergende raadsel dat haar bestaan ons stelt: het come-shot.

Fantomen

Ik zeg het zo keurig en elegant als ik kan - het tergende raadsel dat haar bestaan mij stelt, maar waar heb ik het over?

Er is iets met de ejaculatie dat er, zo maak ik me soms sterk, niet is met het vrouwelijke orgasme. Het is alsof je lichaam iets uitstort wat er van buiten ingegoten werd, een glimp, per onbereikbaar meisje. En ondertussen heb je die opwinding van binnen behangen met beelden, fantasieën, dwangvoorstellingen, projecties - fantomen waar je, in je fantasie, naar keek en waar je buiten stond, als was je een soort bioscoop.

Ik weet het niet - of vrouwen deze projectiezucht niet kennen. Dat wordt wel beweerd: mannen kijken; vrouwen zijn. Wel maak ik mij sterk, op grond van de zeer onrepresentatieve steekproef die het leven mij vergund heeft te trekken, dat vrouwen hun begeerte veel minder dan ik ondergaan als datgene wat hen van buiten af slaat. Het lijkt alsof hun begeerte een minder inslaand begin kent, en een vager, langduriger, verdampender einde. Alsof zij het ogenblik van de ontlading niet zozeer ervaren als een uitstoting annex knappende ballon, maar als - ja wat?

Vrouwen zijn het andere - het onkenbare genot, dat, anders dan bij mij, geen inslaand begin nodig heeft en geen uitstotend einde, en dat aan zich zelf genoeg heeft, en me daarom verontrust.

Het gaat er nu niet om of dit waar is - het gaat immers om een projectie, een effectief spinsel, en het feit dat pornografie zich in het schemergebied tussen net niet opgebiecht en vrijwel volledig verdrongen ophoudt, bevestigt het: ik bedien mij van wat ik vrees. Ik construeer met behulp van pornografie een vrouwbeeld waar ik bang voor ben, en plaats het vervolgens in scènes die geregisseerd zijn, gemanipuleerd, beheerst.

Begin jaren tachtig op het hoogtepunt van de laatste feministische golf, bestond de verwachting dat vieze beelden en films overbodig zouden worden zodra vrouwen gelijkwaardig werden. Het was iets om je aan vast te klampen, dit denkbeeld - maar het bleek utopisch, het speelde mooi weer met de werkelijkheid. Hoe gelijkwaardiger vrouwen worden - en we staan nog maar aan het begin van die ontwikkeling, des te pornografischer ons deel van de wereld. Het is namelijk niet waar dat mannen die in vrouwen hun evenknieën durven zien, en daarnaar proberen te leven, geen behoefte meer hebben aan de regisserende, vrouwbevreesde projecties waarmee zij hun beluste bewustzijn decoreren. Integendeel - het gelijkwaardigheidsbeginsel is iets dat, net als indertijd het eerbied-ideaal met zijn kuisheidsdoctrine, weliswaar beleden wordt en zo goed en zo kwaad als dat gaat, in praktijk wordt gebracht - maar waartegen de begeerte zelf, de onderbuik, zich verzet.

Hoe dit in zijn werk gaat laat zich illustreren met een omkering aan de hand van het Eerste Hite-rapport, een verzameling vrouwenfantasieën, te boek gesteld in '76. Dit rapport bereidde ons een supreme schok. Heel veel vrouwen, ook de zelfstandigere, werkende, bleken te fantaseren van verkrachting. Ze peinsden zich zelf stegen, liftschachten, verlaten metrogangen, kleedkamers van rugbyelftallen en openbare toiletten in, alwaar een of meer totaal onbekende mannen hen wachtten, en die namen hen, zonder eerst beleefd te vragen of ze zin hadden.

Natuurlijk waren deze fantasieën niet de uitdrukking van een heimelijk verlangen naar verkrachting. Ze waren, net als de mannelijke projecties, de uitdrukking van een levenslang gevoelde vrees, en van een verlangen om iets waar je bang voor bent zo te regisseren dat het én gebeurt én toch jouw eigen werk is. Door per fantasie een verkrachting te construeren erken je een overmacht; en je houdt hem eronder, die overmacht, door degene te zijn die hem bedenkt. Je bent de auteur van je angst.

Dit was in aanleg een zuiver pornografische beweging - maar het was ook verwarrend, speciaal voor de vrouwen die overdag probeerden gelijkwaardig te zijn en hun rechten op te eisen.

Immuun

Toch was het Hite-rapport een van de eerste momenten waarop de gelijkwaardigheid in sexualibus van vrouwen serieus tot uitdrukking kwam. Er werd erkend dat ook vrouwen een riant projecterend bewustzijn hebben. Ook vrouwen bonden zich zelf, net als Odysseus, aan een mast en genoten van het angstaanjagende terwijl zij immuun bleven.

Gold hier niet hetzelfde als bij de pornografische projecties van zoveel mannen: dat de Onbekende Ander door de fantasie zo Onbekend en Anders mogelijk gemaakt moest worden om de fantasie effectief te laten zijn? Drukt de verkrachtingsfantasie niet juist uit dat seksualiteit altijd datgene is wat je van de sokken blaast en bang doet zijn voor je verlies van greep over jezelf?

Vrouwen willen mannen, wat zeggen wil: dit plompverloren, naar alle vrouwen kijkend, krankzinnig eenvoudig in begeerte te ontsteken wezen begeert zij. Is dat voor haar niet even vreeswekkend als het, andersom, voor mannen is om te bemerken dat zij radeloos kunnen worden van een glimp, een allang verdwenen meisje?

Naarmate vrouwen meer greep op hun leven krijgen zal het gebrek aan greep op hun begeerte verwarrender worden, vernederender - en zullen hun fantasieën rianter worden, ingewikkelder, regisserender. Pornografischer, dus - ook al vindt de vrouwelijke projectiezucht niet zozeer een uitweg in de gefilmde pornografie, en veel meer in de feminiene, seksuele maskers die zij op kunnen zetten. Van deze ontwikkeling, die Camille Paglia in haar boek Sexual Personae voorziet, is Madonna's boek Sex een pakkend symptoom. Per foto gebruikt zij de gevestigde, mannelijke pornografische blik om van zich zelf een typetje te maken, een beeld. Dat is iets anders dan in de klassieke zin pornografie bedrijven, en daarom haasten zoveel mannen zich om in koor te verklaren dat het boek hen niet opwindt. Ze hebben gelijk, het is niet opwindend, - het is misschien zelfs niet voor ons bedoeld - maar het is wel enerverend. Zij bedient zich van onze projecties om haar eigen project: immuun te blijven voor alle blikken, mee uit te voeren. En met haar lijken heel veel jonge, moderne vrouwen in dit project verwikkeld te zijn: schijnbaar steeds vrouwelijker presentaties van zich zelf, die in werkelijkheid steeds bewustere, strakker geregisseerde keuzes zijn om zo ten tonele te verschijnen zoals zij zelf willen.

Dit alles levert een beeld van seksualiteit op dat in toenemende mate daaruit bestaat dat mannen en vrouwen zich elk aan hun eigen mast vastbinden - een cultuur van de wederzijdse zelfbevrediging. Het verlangen van mannen naar scènes waar vrouwen voorwerpen worden, zetstukken van hun begeerte, veroorzaakt bij vrouwen een verlangen om de greep op zich zelf te vergroten, en zich zelf zo te presenteren zoals zij zelf willen zijn: opwinding veroorzakend, maar buiten schot. En al die opwindende, eigenmachtige verschijningsvormen zwengelen het mannelijk verlangen naar scènes waarin vrouwen wel grijpbaar zijn weer aan.

Het is een enerverende kringloop, en het meest eerzame wat je kunt doen is: je kop in de wind steken, niet in het zand. Geen mooi weer spelen, niet doen alsof seksualiteit van nature iets onschuldigs en geruststellends is, niet proberen pornografie te zien als iets dat eigenlijk kunst zou moeten zijn. Vannacht hoorde ik de katten in de tuin weer krijsen, en vanmorgen kwam onze poes weer binnen met stukken uit haar oor en diepe, venijnige beten in haar nek. Zij weet niet wat haar overkomen is. Als ze vannacht genoten heeft, dan is ze het nu alweer vergeten. Ze had zich niet verheugd op wat er op handen was; toch is ze niet ongehavend uit haar verlangen gekomen. Ze beleefde het allemaal pas op het moment zelf.

Ik niet.

Dit komt, ik kan denken. Ik heb een brein waarin zich dingen ophouden die er niet zijn. En na afloop kan ik het genot opnieuw beleven - of van de herinnering aan het genot iets maken dat opnieuw genot opwekt. Ik denk, dus ik fantaseer.

Schaf haar af, de pornografische zucht, onderdruk de vieze plaatjes, de meesterlijke meisjes met hun wagneriaanse corsetten, verbrandt de mensonterende naaktfilms - en probeer het, leven in een wereld van alleen maar schone geesten. Het zal er stil zijn - zelfs Odysseus is er doofstom - want banger dan voor begeerte is men daar voor denken.

    • Willem Jan Otten