Onvrede over Pérez in hele Venezolaanse samenleving; Couppoging kon niet uitblijven

MEXICO-STAD, 27 NOV. Het heeft toch nog bijna tien maanden geduurd voordat de tijdbom waarop de Venezolaanse president Carlos Andrés Pérez zat tot ontploffing kwam. Dat er iets zou gebeuren, was al geruime tijd duidelijk. De kosmetische veranderingen waarmee Carlos Andrés Pérez (steevast afgekort als CAP) na de couppoging van februari trachtte zijn diepgehate, hoewel democratische gekozen regering grotere populariteit te geven, hebben de belangrijkste grieven van vrijwel de hele bevolking geenszins weggenomen: een economische crisis, een politieke systeem dat geen weerklank meer ondervindt bij de kiezers, voortgaande corruptie en vooral: de haat tegen de president zelf.

Evenals in februari zit ook achter de couppoging van vanmorgen vroeg de beweging van jonge, nationalistische officieren Movimiento Bolivariano 200, genoemd naar de negentiende eeuwse held Simón Bolvar. Na de mislukte poging van februari zat hun leider, luitenant-kolonel Hugo Chávez Fria, opgesloten in de gevangenis. Maar de "Bolivariaanse gedachte' heeft in de afgelopen tien maanden desondanks wortel geschoten in de kazernes.

Ook voor de burgerbevolking is de situatie dat Chávez Fria in de gevangenis zit en Andrés Pérez in het presidentiële paleis een omgekeerde werkelijkheid. Mèt de opstandige militairen delen vele burgers de onlustgevoelens over lage lonen, hoge prijzen en 'corrupte politici'. Niet alleen de armen in de sloppenwijken van Caracas, maar ook de zwaar door de economische crisis getroffen middenklasse heeft zich van de president afgekeerd. De Venezolaanse partijen, inclusief de regeringspartij Acción Democrática (AD), hebben vergeefs gezocht naar een uitweg uit de politieke crisis waarin het land in februari was beland. Maar de grote uitvoerende macht die het Venezolaanse presidentschap kent, verhinderden pogingen tot een constitutionele uitweg uit de crisis, zoals het organiseren van een referendum over het bekorten van CAP's mandaat.

Intellectuelen en andere vooraanstaande Venezolanen zoals de schrijver Arturo Uslar Pietri en oud-president Rafael Caldera hebben CAP herhaaldelijk opgeroepen om de hopeloosheid van zijn bewind in te zien en af te treden. CAP heeft dit altijd geweigerd, verwijzend naar zijn democratische mandaat.

Nadat het land de schok van februari te boven was gekomen, deed de politiek een poging tot zogenoemde 'concertatie', zich daarbij scharend achter president Pérez, niet uit sympathie voor de man zelf, maar uit respect voor de democratie. De belangrijkste oppositiepartij, de christen-democratische COPEI, vaardigde zelfs ministers af naar een coalitieregering om de nationale eenheid te onderstrepen. Die coalitie is onder druk van de aanhoudend slechte situatie weer uiteengevallen. Minister van defensie Fernando Ochoa Antich werd benoemd op buitenlandse zaken. CAP wilde hiermee aantonen dat het leger een integraal onderdeel van de samenleving is.

Maar het leger zelf blijkt nog steeds diep verdeeld. De hiërarchie schijnt niet te weten of niet te willen weten wat er in de lagere regionen leeft. Ook als zal blijken dat de couppoging van vanmorgen vroeg eveneens op een fiasco is uitgelopen, dan nog zal Venezuela voorlopig een instabiel land blijven, waarin de kloof tussen bestuurders en bestuurden met de dag groter wordt.

    • Reinoud Roscam Abbing