Oeso ziet nieuwe groei voor Japanse economie

PARIJS, 27 NOV. De Japanse economie heeft vanaf volgend jaar weer goede vooruitzichten voor nieuwe, stabiele groei. Dit schrijft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) in haar jongste rapport over de Japanse economie.

Volgens de Oeso (waarin 24 Westerse industrielanden zijn verenigd) zal het bruto nationaal produkt van Japan dit jaar slechts met 1,8 procent toenemen. De in juni gegeven raming voor 1993 is verlaagd van 3,1 tot 2,5 procent. In de tweede helft van 1993 zal weer een niveau worden bereikt van 3 procent op jaarbasis, waarna in 1994 een groei mogelijk is van 3,5 à 4,0 procent.

De stijging van de consumentenprijzen zal afnemen van 2,1 procent dit jaar tot 1,6 procent in 1993. Het percentage werklozen onder de beroepsbevolking loopt iets op van 2,2 dit jaar tot 2,3 volgend jaar, aldus het rapport.

Voorwaarden voor herstel zijn voortzetting van de programma's voor structurele hervormingen en versnelde internationalisering van de economie. Daardoor zal ook meer doorzichtigheid ontstaan in tot nu toe beschermde sectoren. Na vier jaren met een groeipercentage van 5 procent (de zogenoemde "zeepbel'-economie) daalde de economische groei in Japan vorig jaar tot nog geen 2 procent. De succesvolle bestrijding van de koersval op de beurs van Tokio wordt in het Oeso-rapport een belangrijke factor genoemd die van groot belang is voor stabiele groei. Eerder dit jaar beleefde de Nikkei-index - het koersgemiddelde in Tokio - moeilijke tijden door sterke daling van de koersen.

De Oeso ziet na de reeks disconto-verlagingen en de aanvaarding van het gigantische stimuleringsprogramma van omgerekend 139 miljard gulden, eind augustus, weinig ruimte meer voor verdere versoepeling van het financiële beleid. Het gevaar dreigt dat bij een snelle uitvoering van het programma overheidsmiddelen op een inefficiënte manier worden besteed.

De Oeso noemt als structureel manco van de Japanse economie onder meer de grote overheidsinvloed bij de handel in landbouwprodukten, de bouw, het transport en de communicatie. Bovendien bemoeilijkt het sterk vervlochten systeem van groot- en detailhandel zelfs voor binnenlandse producenten de toegang tot de consument, die het relatief hoge prijspeil moet financieren met welvaartsverlies. (Reuter)