Noodprogramma tegen het kwaad aan onze voordeur

Dat de toestand in het voormalige Joegoslavië ons handenwringende omstanders in de rest van Europa al enige tijd grote zorgen baart, is niet nieuw. Wel nieuw - tenminste voor Nederland - is een groter besef dat de rampspoed in dit gebied werkelijk niet meer kan worden bestreden met de bestaande aanpak. In de Tweede Kamer dringt dat door zoals het debat over de begroting van Buitenlandse Zaken deze week te zien gaf, al ging het misschien voorlopig nog om een "atmosferische' verandering.

Voor de geheel uit de hand gelopen toestand is een internationaal noodprogramma een absoluut vereiste. Er zijn drie terreinen van de allergrootste zorg: het vluchtelingenprobleem, vooral in Bosnië, de verkiezingen in Servië, en de kans op uitbarstingen van geweld in streken als Kosovo en Macedonië.

Wat de vluchtelingen betreft, is de snelheid waarmee hun aantal toeneemt dramatisch. De jongste cijfers van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties wijzen uit dat het nu in totaal al om 3.2 miljoen mensen gaat. Een maand geleden waren dat er nog 2.7 miljoen en eind september 1.9 miljoen.

In Bosnië alleen al zijn er intussen 1.6 miljoen verdrevenen. Eén op de drie inwoners van die vroegere deelrepubliek van Tito's Joegoslavië. Of, om het naar Nederlandse verhoudingen te vertalen, bij ons zouden het vijf miljoen mensen zijn van wie zo'n kleine miljoen naar België zouden zijn uitgeweken.

Want ruim driehonderdduizend Bosniërs, voor het merendeel moslims, hebben hun toevlucht kunnen zoeken in Kroatië. In het gebied rondom Bihac gaat het om tweehonderdvijftigduizend vluchtelingen, om Banja Luka heen verblijven eveneens een kwart miljoen mensen als ontheemden. In het belegerde Sarajevo is de oorspronkelijke bevolking door - vooral van Bosnisch-Servische kant gestimuleerde - vlucht met tweehonderdduizend verminderd, terwijl er ongeveer honderdduizend moslim-Bosniërs uit de omgeving voor in de plaats zijn gekomen, alles bij elkaar nog zo'n kleine vierhonderdduizend mensen. In Centraal-Bosnië zijn er dan ook nog eens vierhonderdduizend en in West-Herzegovina honderdduizend. Zonder drastische uitbreiding van de hulpverlening zullen honderdduizenden de winter niet overleven: door honger, kou, marteling, ziekte, wat dan ook.

Dan de verkiezingen in Servië: lang in het vooruitzicht gesteld door de Servische president Milosevic "voor het einde van het jaar', gaat het dan nu op 20 december gebeuren. De oppositie heeft kostbare tijd verloren door tevergeefs voorwaarden te stellen waaronder zij bereid was deel te nemen: toezicht op het verkiezingsproces waaronder het drukken van de stembiljetten, een klein aantal kiesdistricten en vrije toegang tot de televisie. Dit laatste was van vitaal belang, omdat - anders dan de belangrijkste kranten in Belgrado zoals Borba en Politika die of neutraal of anti-Milosevic zijn, maar door weinig mensen worden gelezen - de televisie (twee zenders) volstrekt in de greep van Milosevic is èn overal in Servië te zien valt. Het is dan ook een koud kunstje de volkswoede in landelijke gebieden tegen de oppositie te mobiliseren zoals vorige week met de leider van de Servische Vernieuwingspartij, Draskovic, gebeurde. Samen met de uit de VS geparachuteerde federale, Servisch-Montenegrijnse minister-president Panic wordt de democratische oppositie bij voortduring in de tang genomen en gemakkelijk, want onweersproken, de schuld van de desastreuze toestand van Servië, economisch, politiek en moreel, in de schoenen geschoven.

Maar daar houdt het niet mee op. Milosevic heeft handig de oppositie uit elkaar gespeeld, zodat een klein deel van zijn tegenstanders - de Democratische Partij - zich te snel bij niet-inwilliging van hun eisen door Milosevic heeft neergelegd, en de grotere combinatie, DEPOS, waarin een viertal partijen samenwerken, min of meer gedwongen heeft ook bakzeil te halen. Bovendien is het Westen weinig vooruitziend geweest bij dit alles: het stond toch allang vast dat een overwinning van de democratische oppositie - en daarmee het (mogelijk) onbloedige vertrek van Milosevic en zijn trawanten - een geschenk uit de hemel voor Servië, de rest van het voormalige Joegoslavië en de buitenwereld zou zijn. Door goede en slechte Serviërs over één kam te scheren en alleen de scherpere sancties en niet ook uitzicht op vermindering ervan onder bepaalde voorwaarden te hanteren is de positie van Milosevic als kampioen van Servië-de-underdog alleen maar versterkt.

Ten slotte de latente kruitvaten Kosovo en Macedonië. Beide gebieden, het ene binnen Servië, het andere onafhankelijk (maar nog steeds niet erkend), met grote Albanese "minderheden': Kosovo met 85 procent en Macedonië met 20 procent. Vooral de genadeloze onderdrukking van de Albanezen in Kosovo door het Milosevic-regime - geen scholen, geen universiteiten, geen kranten, geen werk, behalve voor de tweehonderdduizend Serviërs - is levensgevaarlijk. Dat hoeft niet eens van de kant van de Albanese Kosovaren te komen. Als Milosevic zou zien aankomen dat hij de verkiezingen gaat verliezen of daarover in twijfel is, is hij er niet vies van één of meer incidenten te ensceneren waarbij slachtoffers aan Servische kant vallen. Een golf van Servisch nationalisme zal dan iedere oppositie wegvagen, ten dele mogelijk letterlijk. Is er nog iets aan te doen, of moet het gebied "voorlopig' maar als hopeloos worden opgegeven? Een noodprogramma zou de volgende elementen kunnen omvatten: opvoeren van de hulp aan de vluchtelingen in de regio om een vloedgolf naar buiten voor te zijn. Uitbreiding van de opvang in West-Europa van de slachtoffers van de concentratiekampen, de 10.000 of daaromtrent die nog vast zitten, maar via het Rode Kruis eruit gehaald kunnen worden (of laten wij het aan Maleisië over dat 150 Bosniërs wil opnemen?). Versterking van de VN troepenmacht op de grond om geleidelijk voldoende kracht te kunnen ontwikkelen de aanvoerroutes werkelijk te beschermen (en waar nodig te repareren). De "no fly' zone met (vliegtuig)geweld afdwingen, artillerie en tankconcentraties van Bosnisch-Servische snit uit de lucht aanpakken, en de telecommunickatie in geheel Bosnië voor vijandelijk militair gebruik onklaar maken rondom Bihac en in Centraal-Bosnië een begin maken met "veilige zones' die langzamerhand kunnen worden uitgebreid De democratische oppositie, inclusief premier Panic, ondersteunen en laten scoren, bijvoorbeeld met humanitaire hulpverlening, maar vooral ook - al was het maar het laatste redmiddel - door veel waarnemers en media vertegenwoordigers erheen te sturen, en niet pas op 19 december, maar weken ervoor Kosovo hiervan niet uitsluiten, en in Macedonië - al dan niet na erkenning - een VN-bufferdetachement plaatsen om in een later stadium erger te voorkomen.

Dit is een waslijst die naar believen nog kan worden uitgebreid. Voor het als onhaalbare onzin af te doen, is het misschien nuttig na te gaan wat er gaat gebeuren als wij niet op deze of gene wijze het onzegbare kwaad dat zich aan onze voordeur afspeelt aanpakken. Als burgers van dit land moeten wij onze regering met een dwingend mandaat op pad sturen het onmogelijke voor elkaar te krijgen: een gezamenlijk Westeuropees-Amerikaans noodprogramma, en als het niet rechtsom gaat dan linksom.