Langs de straat

De Amsterdamse Ferdinand Bolstraat tussen de Quellijnstraat en de Stadhouderskade bood vroeger veel kunstgenot.

Daar was de Heineken galerij, bijna de hele wand van het blok langs de stoep werd in beslag genomen door vitrines met werk van schilders en beeldhouwers. De brouwerij wordt afgebroken, al maanden geleden is voor de vitrines een schutting gezet waarop intussen kunstenaars van de graffiti hun krachten hebben geprobeerd zodat je kunt zien wat het verschil is. De graffitisten vallen niet mee. Er is kennelijk een plafond voor dit genre: meer van hetzelfde in telkens andere variaties, als het beperkte aantal huisjes dat je uit een te klein blokkendoosje kunt halen. In de Ferdinand Bol valt dit des te sterker op omdat degenen die het beheer over de kunstgalerie voerden een gelukkige hand hadden (of nog hebben maar dat kunnen ze daar niet meer bewijzen). Hun voorkeur was goed geschikt voor het straatpubliek dat zeker in dit deel van deze straat altijd op weg is, maar dan door de kunst in de vitrines even gevangen werd gehouden. Wat er hing of stond kon je mooi of lelijk vinden; het was nooit zo-zo, geen vriezen of dooien. Dikwijls figuratief, grote doeken, veel kleur, stevige sculpturen, altijd meer zelfbewust en brutaal dan bescheiden en ingetogen. Fietsers stapten af, passagiers verlieten de tram om zich nader op de hoogte te stellen.

Verderop, aan de Vijzelstraat, is ook zo'n publieke galerie, in stand gehouden door een bank, de ABN-AMRO. De Vijzelstraat is op die hoogte vriendelijker dan de Ferdinand Bol, voorzover je over vriendelijk kunt spreken. Er is een echte galerij, een interessante drukkerij en nog een koffiebar, maar toch ben ik daar nooit in de verleiding gekomen om uit te stappen en de kunst in de vitrines nader te bekijken. Uit de voorbij snellende tram zie je al hoe laat het is. Degenen die hier de kunst kiezen, houden van klein en abstract, en binnen die grenzen hebben ze weer een duidelijke voorkeur voor de vondstenaars onder de kunstenaars. Als ik me goed herinner heeft er afgelopen zomer iemand geëxposeerd die zich had toegelegd op oorspronkelijk gescheurde repen behangselpapier, en een poosje daarna is er nog een surrealist geweest die zich uitdrukte in gevarieerd geschoeide kousebenen. Kunst is alles wat gemaakt wordt door een kunstenaar - van dat axioma wil ik niet afwijken - maar wat ik bij de ABN-AMRO heb zien hangen, heb ik tot dusver niet voldoende gevonden om er een tramreis voor te onderbreken.

Het verdwijnen van de Heineken Galerij betekent dat er een leegte in de stad is ontstaan. De gelegenheden waar gratis kunst valt te zien zonder dat je er een omweg voor hoeft te maken, worden schaarser. Op het Rokin hebben we nog een paar vaste punten, waaronder het hoogtepunt: de etalage van Bernard Houthakker met nu het gezicht op de Neva en Sint Petersburg door Lespinasse (1743 - 1808), een tekening waarvoor je een inbraak zou willen plegen. Maar altijd hangt er wel iets waardoor je één tram overslaat.

Zo mooi hoeft het niet altijd te zijn. Als er maar iets te kijken valt! Johan Polak heeft indertijd het prijzenswaardig besluit genomen door op de hoek van Spui en Nieuwezijds Voorburgwal een boekhandel te vestigen, maar toch denk ik nog wel twee keer per jaar aan kunsthandel Karbargeboer met zijn etalage vol onmiskenbare olieverfschilderijen, romantische bosranden en roestige havengezichten. In de Utrechtse straat had je ook zo'n verf-op-doek winkel. Als het niet mooi was, gaf het vaak toch veel te denken.

De kunst verdwijnt langzaam maar zeker uit de straat. Dat zei ik tegen een tekenaar die het grif toegaf. Oorzaken wist hij niet te noemen. Hij had gehoord dat de ansichtkunst de laatste tijd een hoge vlucht had genomen. Dat ben ik gaan verifiëren. 't Is een fabel. In de ansichtenmolentjes zitten nog altijd dezelfde stadsgezichten, bollenvelden, molens, grappen over dikke dames en heren in badpak, en dit oude assortiment aangevuld met wat platte porno en klassieke foto's van Cartier-Bresson en zulke gerenommeerden. Niets om voor stil te blijven staan.

Ik hoor intussen dat bij de Heineken Brouwerij veel protesten tegen het sluiten van de galerie zijn binnengekomen. Zou het geen idee voor Alfred Heineken zijn om na zijn inspanningen ten behoeve van het nieuwe Europa, het Amsterdamse belang opnieuw te dienen door een straatgalerij te openen, opdat het passerend volk zijn kunst wordt teruggegeven?

    • H.J.A. Hofland