Landbouwrapport van de Commissie lost weinig op; Akkoord tussen EG en VS blijft voor velerlei uitleg vatbaar

BRUSSEL, 27 NOV. Een "helder' en "nuttig' rapport, zo omschrijven diplomaten in Brussel de notitie die de Europese Commissie gisteren heeft gepubliceerd over het landbouwakkoord dat eind vorige week werd gesloten met de VS. Daarin probeert de Commissie aan te tonen dat het compromis dat de EG-commissarissen Andriessen (buitenlandse handel) en MacSharry (landbouw) uit de moeizame onderhandelingen sleepten, past binnen het raamwerk van de eerder dit jaar overeengekomen hervorming van het EG-landbouwbeleid.

Dat betekent niet dat met dit rapport het laatste woord is gesproken over het landbouwconflict. Frankrijk blijft grote bedenkingen houden en het wordt daarbij gesteund door België, Italië en Spanje.

Dat het rapport van de Commissie niet allesbepalend is, is ook wel logisch. Want de berekeningen mogen nog zo helder zijn, als de partijen aan de Europese onderhandelingstafel vanuit verschillende uitgangspunten vertrekken, dan zal ook de uitkomst van de diverse sommetjes verschillen en daarmee de beoordeling van het akkoord.

Het is ook onzinnig om iets anders te verwachten. Het gaat om een vergelijking tussen de landbouwhervorming waartoe de EG-ministers van landbouw in mei besloten en het landbouwakkoord met de VS. De hervorming van het EG-landbouwbeleid is afgelopen zomer ingegaan en wordt uitgesmeerd over drie jaar. Het landbouwakkoord met de VS gaat waarschijnlijk op 1 januari 1994 in en wordt uitgesmeerd over zes jaar.

De Commissie heeft in haar rapport een kleine toelichting opgenomen, waarmee ze een oeverloze discussie over de gekozen uitgangspunten voor haar berekeningen wil voorkomen. Ze schrijft dat wordt gecalculeerd op basis van dezelfde aannames als voor de hervorming van het EG-landbouwbeleid. En, zo voegt ze er veelbetekenend aan toe, afgelopen zomer maakte geen enkele delegatie bezwaren tegen de toen gehanteerde cijfers.

De belangrijkse punten uit de notitie van de Commissie betreffen:

INVOERTARIEVEN

De huidige invoerbelemmeringen worden omgerekend tot tarieven. De hoogte daarvan komt ruwweg overeen met het verschil tussen de kunstmatig hoog gehouden marktprijs binnen de EG en de vrije prijs op de wereldmarkt. Met de Amerikanen is afgesproken om de importtarieven in 6 jaar tijd met 36 procent te verminderen, waarbij de periode 1986-1988 als uitgangssituatie geldt. Dat laatste is niet toevallig. Tussen 1986 en 1988 lag het subsidie-niveau in de EG hoger dan nu. Door de landbouwhervorming zal de EG-prijs nog verder dalen. Tegelijkertijd was de prijs op de wereldmarkt in die periode veel lager dan de huidige wereldmarktprijs. Anders gesteld: de importtarieven waren toen veel hoger dan nu. Een belangrijk deel van de verplichte vermindering is daarmee in praktijk al gerealiseerd. Vandaar de voorspelling van de Commissie dat een "substantiële' bescherming van de eigen EG-produktie overeind zal blijven.

MARKTTOEGANG

Aan buitenlandse producenten moet de mogelijkheid worden geboden om via vrije invoer een aandeel van ten minste 5 procent van de EG-vraag op te bouwen. Dat betekent bijvoorbeeld dat de EG in 2000 ten minste 281.000 ton tarwe moet importeren, 78.000 ton vlees, 104.000 ton kaas en 208.000 ton eieren. De VS en andere Gatt-landen krijgen dezelfde importverplichtingen. Dat betekent dus extra exportmogelijkheden voor de EG.

INTERNE STEUN

De interne steun aan de landbouw moet 20 procent worden verminderd. Dat betekent dat de EG en de twaalf lidstaten in het jaar 2000 gezamenlijk nog 65 miljard ecu in de landbouw mogen steken. Dat is volgens de Commissie ongeveer 14 miljard ecu meer dan nodig is als de afgesproken hervorming van het landbouwbeleid is gerealiseerd.

INKOMENSSTEUN

Het nieuwe van de EG-landbouwhervorming is dat Brussel directe inkomenssteun geeft aan de boeren ter compensatie van de prijsdalingen (ongeveer 30 procent in drie jaar). De Amerikanen zijn hiermee akkoord gegaan en deze inkomenssteun wordt dan ook niet meegerekend onder het hoofdstuk "interne steun'.

EXPORT

De exportsubsidies moeten met 36 procent worden verlaagd en het volume van de gesubsidieerde export met 21 procent. Dit punt stuit op de meeste weerstand in de EG. In de landbouwhervorming wordt niet gesproken over exportvermindering. Dat neemt niet weg dat de voorgenomen prijsverlagingen en het braakleggen van grond tot gevolg zal hebben dat de (gesubsidieerde) uitvoer van de EG zal verminderen. De Commissie werkt de effecten per produkt uit: - Granen: volgens het akkoord met de VS mag de EG aan het eind van de looptijd van zes jaar 23,4 miljoen ton graan exporteren met subsidie. Berekeningen die de Commissie afgelopen zomer presenteerde gingen uit van een EG-produktie van 164 miljoen ton. Door de prijsverlaging zou steeds meer graan worden verwerkt in veevoer. Per saldo zou een overschot overblijven van 19 miljoen ton die moet worden afgezet op de wereldmarkt. - Zuivel: de exportreductie treft vooral produkten als kaas en condens die van groot belang zijn voor de Nederlanse zuivelindustrie. De Commissie rekent uit dat er omgerekend 3 tot 3,5 miljoen ton melk overblijft, indien wordt voldaan aan de exportvermindering van 21 procent. Maar dat overschot kan volgens haar worden weggewerkt door toenemende consumptie binnen de EG en door het opkopen van produktierechten in Italië en Spanje. Nederland houdt er rekening mee dat een extra beperking van de produktiequota nodig zal zijn. - Rundvlees: bij rundvlees voorziet de Commissie overschrijding met 300.000 tot 400.000 ton van de gesubsidieerde exportlimiet die met de Amerikanen is vastgelegd. Maar, stelt de Commissie, ook zonder Gatt-akkoord is het huidige steunbeleid voor de vleessector financieel niet langer vol te houden voor de EG. Er zijn dus aanvullende ingrepen nodig, los van wat met de Amerikanen is afgesproken. Tevens moet een oplossing worden gevonden voor de 700.000 ton rundvlees die ligt opgeslagen in de koelhuizen. - Oliezaden: oliezaden staan los van de Gatt-onderhandelingen, maar hebben wel het klimaat bepaald in het overleg met de VS. De Commissie heeft toegezegd de produktie met ten minste 10 procent te beperken. In de landbouwhervorming was al afgesproken om 15 procent van de grond braak te leggen. Met de Amerikanen is een braaklegging tot het jaar 2000 afgesproken, wat veel verder gaat dan in mei in Brussel werd vastgelegd.

Alleen al de gedachte dat Washington zo een vinger in de pap heeft van het EG-landbouwbeleid, bezorgt Parijs grote politiek-psychologische problemen, aldus een diplomaat.