Koor uit Tahiti The Haitian Choir: Rapa Iti ...

Koor uit Tahiti The Haitian Choir: Rapa Iti (Triloka 320 192-2) Distributie: Virgin.

Horvitz & Zorn Naked City: Heretic, Jeux des Dames cruelles (DIW-import Avant 001). Distributie: Dureco. Wayne Horvitz: Miracle Mile.

Alice in Chains Alice In Chains: Dirt (Columbia 472330-2)

Schubert

Andrei Gavrilov - Franz Schubert: Impromptus D.899 & D.935 (DGG 435 788-2), András Schiff - Franz Schubert: Impromtus D.899, Moments musicaux D.780 (Decca 430 425-2)

Koor uit Tahiti

Het in de Stille Zuidzee gelegen eiland Rapa Iti had ooit duizenden inwoners maar nu nog maar 328, zo leert het inlegvel. Ruim een derde van hen is te horen op The Haitian Choir. Een verbazingwekkende cd, niet alleen door de aard van de zang, die een kruising lijkt van le Mystère des Voix Bulgares en Ladysmith Black Mambazo, maar ook door het enorme krachtsvertoon. Van zielige folklore van een uitstervend ras is geen sprake; de vijftien songs staan als een kathedraal. Gigantische dalende glissandi en opwindende staaltjes van polyfonie, dat zijn de zaken die deze plaat bijzonder maken. Dat er tijdens deze vorig jaar gemaakte opnamen ontelbare krekels meegezongen hebben, zoals de tekst meedeelt, is helaas niet te horen. Wel heeft het geluid een knisperend ruisje maar dat is misschien te wijten aan de 98% vochtigheidsgraad die er op het eiland schijnt te heersen.

The Haitian Choir: Rapa Iti (Triloka 320 192-2) Distributie: Virgin.

FRANS VAN LEEUWEN

Horvitz & Zorn

Toetsenspeler Wayne Horvitz en altsaxofonist John Zorn spelen vaak samen, bijvoorbeeld in de groep Naked City. Op Heretic horen we ze met de gitaristen Bill Frisell en Fred Frith, drummer Joe Baron en de Japanse vocalist Yamatsuka Eye in 24 korte improvisaties. De stukjes horen bij een al of niet imaginaire SM-film, en dat past wel want deze soundtrack is een ware geseling. De vocalist braakt geluiden uit, de gitaren janken, de drummer ranselt en Zorns saxofoon krijst. De op het zwarte inlegvel afgedrukte foto's zijn met de muziek vergeleken buitengewoon soft. Een halfblote dame die door een haarborstel plus een sjabloon het cijfer 6 op haar linkerbil geslagen krijgt, dat is toch vooral om te lachen?

Of toetsenman Wayne Horvitz bij deze geluidsorgie aan zijn gerief gekomen is, weten we natuurlijk niet maar zijn eigen Miracle Mile is wel een volslagen ander produkt. Acht stukken van een minuut of zes, sierlijk van vorm en meestal ingetogen van sfeer, vullen deze aan zijn vader opgedragen cd. "Multitracking' is de algemene regel, daarnaast kent elke compositie een specifieke opbouw. Het titelstuk evolueert van impressie naar expressie en weer terug. In "An Open Letter To George Bush' worden country-guitar (Bill Frisell), melancholiek toetsenspel en onschuldige kinderstemmetjes tot een broeierig geheel gemengd. Het is nog rustig maar kan elk moment exploderen, zoals ook wordt gesuggereerd door de voorplaat waarop roetzwarte rookwolken een stralend heldere hemel bedreigen. Opmerkelijk op deze cd zijn de referenties aan oudere jazz, met name de "Saint Louis Blues' van W.C. Handy waarin saxofonist Doug Wieselman heel pastoraal de klarinet bespeelt. Op het platteland lijkt het nog mooi, in Naked City woedt een uitslaande brand, maar bij Horvitz heerst vooralsnog de twijfel: komt het nog goed met Amerika?

Naked City: Heretic, Jeux des Dames cruelles (DIW-import Avant 001). Distributie: Dureco. Wayne Horvitz: Miracle Mile. (Elektra Nonesuch 7559-79278-2). Distributie: Warner.

FRANS VAN LEEUWEN

Alice in Chains

De storm aan publiciteit rond de zeldzaam produktieve rockstad Seattle was nog maar nauwelijks geluwd, of de belangrijkste vertegenwoordigers van de "Seattle Sound" vlogen elkaar in de haren. Nirvana beschuldigde Pearl Jam van opportunisme, terwijl Pearl Jam de muziek van Nirvana afdeed als schreeuwerig punklawaai. Lachende derde is Alice in Chains, een groep die al een briljant debuutalbum, Facelift uit 1990, uitbracht voordat alle ogen gericht waren op Seattle. De muziek van dit - hoe kan het anders - langharig viertal houdt het midden tussen harde gitaarrock in de traditie van Led Zeppelin en de slepende "grunge'-ritmes van geestverwanten als Soundgarden en Mudhoney. Wat Alice in Chains in gunstige zin onderscheidt van de als paddestoelen uit de grond schietende grunge-groepen is de superieure samenzang van frontman Layne Staley en gitarist Jerry Cantrell. De akoestische ep Sap diende als veelbelovend voorproefje van de nieuwe cd Dirt, met voldoende sterke songs om het succes van Nirvana's Nevermind naar de kroon te steken. Titels als "Sickman' en "Angry Chair' typeren de sfeer van ingehouden woede vervat in spannende gitaaruitbarstingen, die zich kunnen meten met het recente, melodieuze werk van Metallica. Niet voor niets kreeg Alice in Chains een prominente plaats op de soundtrack van regisseur Cameron Crowe's Singles, een speelfilm die een indruk moet geven van het enerverende muzikantenleven in een regenachtige stad.

Alice In Chains: Dirt (Columbia 472330-2)

JAN VOLLAARD

Schubert

Er zijn weinig pianisten die niet graag de heerlijke Impromptus van Schubert op de plaat zetten. Aan de prachtige opnamen van Murray Perahia en Alfred Brendel voegen nu Andrei Gavrilov en András Schiff hun eigen interpretatie toe. De laatste nam overigens alleen D. 899 op, hij combineert ze met Deutsche Tänze en Moments musicaux en twee losse flodders (Ungarische Melodie en Grazer Galopp).

Ik heb een voorkeur voor het tintelende spel van Schiff. Bij hem zijn de eindeloze melodische slierten van Schubert heel fraai te volgen en hij blijft, ook als de linkerhand wat geprononceerder moet klinken, toch steeds licht van toon. De aanpak van Gavrilov is nadrukkelijker en robuuster, en hij glijdt soms iets te nonchalant over al die noten heen.

Helaas is het geluid van Schiffs opname (zeker als het volume op "live pianosterkte' wordt gezet) veel te scherp, vooral in de hoge registers van de piano. Op zichzelf is de milde, Weense klank van de Bösendorfervleugel voor Schubert te prefereren boven de stalen kracht van een Steinway (ik gok maar even dat Gavrilov daarop speelt, Deutsche Grammophon vond het kennelijk onnodig om het te vermelden). Het voordeel van de cd van Gavrilov is de combinatie met de Impromptus D.935, die logischer is dan het rommeltje van Schiff. Bovendien is de opnamekwaliteit wat beter.

Beide opnamen hebben eigenlijk te grote nadelen. Misschien is het maar het beste om trouw te blijven aan Murray Perahia of, voor de liefhebber van een soepele authentieke uitvoering, de EMI-opname van Melvyn Tan.

Andrei Gavrilov - Franz Schubert: Impromptus D.899 & D.935 (DGG 435 788-2), András Schiff - Franz Schubert: Impromtus D.899, Moments musicaux D.780 (Decca 430 425-2)

PAUL LUTTIKHUIS