Japanse ex-politicus vroeg hulp gangsters

TOKIO, 27 NOV. De gevallen LDP-leider, Shin Kanemaru (78), heeft toegegeven dat hij in 1987 gebruikt heeft gemaakt van de diensten van de georganiseerde onderwereld om straatacties van ultranationalisten tegen kandidaat-premier Noboru Takeshita te stoppen, zo meldde vandaag de Japanse televisie. Kanemaru zei dat tijdens een twee uur durende ondervraging onder ede door een vertegenwoordiging van het parlement in een ziekenhuis in Odawara, 100 kilometer ten zuiden van Tokio, waar hij herstellende is van een operatie aan beide ogen.

De ondervraging gisteren van ex-directeur Watanabe van de transportfirma Sagawa in een gevangenis in Tokio liep voor de parlementariërs op een teleurstelling uit. De man, tegen wie een proces loopt wegens oplichterij, weigerde vragen te beantwoorden.

Kanemaru zei vandaag dat hij niet wist wat er precies was gebeurd met de 500 miljoen yen die hij onwettig van Watanabe had gekregen. Dat moesten de parlementariërs maar aan Kanemaru's secretaris vragen, die had het geld verdeeld onder parlementsleden van de regerende Liberaal Democratische Partij.

Intussen neemt de druk toe op oud-premier Noboru Takeshita om terug te treden uit het Japanse parlement na zijn ondervraging gisteren. Een lid van de regerende Liberaal Democratische Partij in het Hogerhuis suggereerde vandaag dat Takeshita had gelogen toen hij ontkende dat een cruciale brief in de zaak door hem was geschreven. “Hij schreef die brief voor mijn eigen ogen, ik zweer het”, zei de LDP'er vandaag voor de Japanse televisie. In de brief beloofde Takeshita dat hij oud-premier Tanaka zou beschermen, wiens factie na een splitsing in 1987 door Takeshita grotendeels was overgenomen. Volgens Takeshita kon die brief niet van hem zijn, “daarvoor is het handschrift te duidelijk”. De oppositie overweegt de oud-premier van meineed te beschuldigen.