Jacques Herb, zanger van het Nederlandse lied, over zijn come-back: Ik wil Manuela in e blijven zingen

Jacques Herb, zanger van het levenslied, treedt maandagavond op in Paradiso in Amsterdam met het ensemble De Dopegezinde Gemeente en gasten als Jérôme Reehuis en Jan Rot. Herb beschouwt het concert als zijn comeback nadat hij jarenlang uit de aandacht was verdwenen.

Hij was er dezer dagen zelf getuige van hoe in een café het affiche voor zijn aanstaande Paradiso-optreden werd opgehangen en twee dames tegen elkaar zeiden: “Jacques Herb? Maar die is toch allang dood?” Het kost hem moeite bij zo'n voorval zijn houding te bepalen - hij kan er wel om lachen, maar helemaal van harte gaat het niet. Zijn grootste succeslied, het door Pierre Kartner geschreven Manuela, dateert weliswaar van 1971, maar Herb is sindsdien altijd blijven zingen. Ook toen de belangstelling voor zijn veelal smartelijke repertoire tot een dieptepunt was gedaald. Des te meer kan hij nu de herlevende aandacht waarderen: “Het moet nou eindelijk maar eens gebeuren met die comeback van jou, zeggen de mensen tegen mij. Ja, dat vind ik ook.”

Ooit heette hij Jacques van Herp en twee zangidolen stonden hem voor ogen: Mario Lanza (via de platen van zijn stiefvader) en Elvis Presley. “De operette en het Italiaanse lied heb ik altijd heerlijk gevonden. Toen ik in Den Haag meedeed aan een talentenjacht, zong ik niet alleen twee populaire liedjes in het Engels, maar ook Granada. En dat heb ik nog steeds op mijn repertoire, met die lekkere lange noot aan het eind. Ik heb mijn leven lang op die twee sporen gezeten. Mijn toenmalige zanglerares zei: joh, ga toch niet die commerciële kant op, dat is zonde van je stem, die gaat kapot hoor. Maar ja, ik mocht een plaatje maken en zo'n kans laat je op die leeftijd niet gauw lopen. Daardoor ben ik helemaal in de sector Nederlands-populair beland. Achteraf vind ik het wel eens jammer dat ze denken dat je maar een heel gewone Hollandse zanger van Hollandse liedjes bent en je verder niet serieus nemen, terwijl ik absoluut ook de talenten heb voor het klassiekere werk.”

Zijn eerste hit, van eigen hand, heette De toreador. De tweede was Manuela, naar zijn zeggen “eigenlijk een hele opera in vijf minuten”, en de derde, eveneens van de onuitputtelijke Kartner, Een man mag niet huilen. Vervolgens werd het stil; de afwezigheid van platensucces leidt in deze branche vrijwel onmiddellijk tot een drastische terugval in het aantal boekingen van optredens. Herb vertoefde enkele jaren in het Antwerps revue-circuit en volgde zangles bij een "heldentenor' die hem verder bekwaamde in “Mozart en Verdi en al die soort liedjes - een echte opera-studie was dat.” Zijn voornemen om in dit genre verder te gaan, stuitte echter op praktische bezwaren: “Het duurt jaren van armoe lijden voordat je daarin wat bereikt. Dat kon ik niet opbrengen, daarvoor was ik te veel verpest door het snelle succes. Dus ben ik toch weer teruggegaan naar het populaire Nederlandse lied.”

Herb pakte alles aan, van een betrekking bij een autosloperij tot een handeltje in tweedehands artiestensmokings dat slechts zes weken bestond. “Ik heb ook nog een tijdje in het Rotterdamse café-circuit gezongen, maar dat was pure uitbuiting. Je werd behandeld als een jukebox, er was totaal geen respect voor het feit dat je probeerde je vak nog een beetje redelijk uit te oefenen. Veel rook en drank natuurlijk, daar heb ik een behoorlijke schade aan mijn stembanden van overgehouden. Vroeger had ik een mooie kopstem, maar dat hele lichte is nu totaal verdwenen. Jammer; soms zou ik nog wel willen dat ik vijftien jaar jonger was en met mijn stem alles nog aankon. Maar het is wel een soort idealisme van me, dat ik Manuela nog steeds in e wil blijven zingen. Een heleboel collega's zouden zeggen: ik ben twintig jaar ouder, ik zet het wat lager. Ik niet. Wat dat betreft ben ik echt nog een ouderwetse zanger.”

Ongetwijfeld zal Jacques Herb tijdens zijn magere jaren ook wel eens de spotlust hebben opgewekt, beaamt hij. “Eén keer is het me eerlijk gezegd. Ik was gevraagd voor een privé-feest en dan doorzie je natuurlijk niet waarom ze je hebben gevraagd. Ik zong daar en na afloop zei degene die me had geboekt: ik zal het nu maar opbiechten, we hadden je eigenlijk uitgenodigd om eens goed te lachen, maar we hadden niet gedacht dat je ook zoveel andere dingen kon - het was grandioos! Wat ik ook wel eens hoor, is dat ik een parodie op mezelf opvoer. Dat is moeilijk te zeggen. Maar laatst moest ik bij een travestietenshow optreden, heel gezellig, en toen zakte ik bij het slot van Manuela op mijn knieën. Dat had ik nooit eerder gedaan, het schoot me ineens te binnen. En dat is dan inderdaad bijna een parodie. Ik vind het juist wel leuk om een beetje op die rand te balanceren. Als een hele studentenclub staat mee te brullen met Manuela, ja, dan raak je zelf ook in een bepaalde stemming.”

De comeback van de nu 46-jarige zanger werd vorig jaar ingezet met zijn optreden in de verrassende film De tranen van Maria Machita van Paul Ruven: “Hij wilde er één grote smartlap van maken en kwam toen al gauw bij mij terecht. Hij bleek een bewonderaar van me te zijn, hij had zelfs een langspeelplaat van mij waar maar duizend exemplaren van bestaan. Er was bijna geen geld, het was zijn eindexamenfilm, maar ik vond het heerlijk om mee te doen. Ik stond er absoluut niet bij stil dat die film naar het festival in Utrecht zou gaan en ook nog op de televisie zou komen. Bij de VPRO nota bene, waardoor er nu een heel andere wereld voor me is opengegaan. Ik noem dat maar het alternatieve circuit, ik krijg opeens te maken met jongelui die “meneer” en “u” tegen me zeggen. Ik weet niet wat me overkomt!”

Ook zijn aanstaande optreden in Paradiso ligt in die lijn. Herb zal er oud en nieuw repertoire zingen van zijn pas verschenen cd Een weg terug, er komt een Elvis-potpourri, hij brengt duetten ten gehore met de acteur Jérôme Reehuis (Een man mag niet huilen) en zijn bewonderaar Jan Rot (Bruidsklokken luiden) en bovendien hoopt hij uit te barsten in een “tegendraadse” uitvoering van La donna è mobile in ska-ritme. “We repeteren elke dag. Ik denk dat dit de drukste week van mijn hele leven is, maar het is de moeite waard. Ik wil nu wel eens laten horen dat die Herb niet alleen maar de Herb is van Manuela.”

    • Henk van Gelder