In kampen Macedonië dreigt explosie

Zestigduizend Bosnische moslims zijn, op de vlucht voor oorlog en "etnische zuivering', naar Macedonië gevlucht. De meesten van hen zijn bij gastgezinnen ondergebracht. De overigen zitten in kampen, waar de omstandigheden met het invallen van de winter steeds moeilijker worden.

SKOPJE, 27 NOV. Dit is geen slecht kamp, zegt Silvana Onceva, arts, als we naar boven rijden, de Vodno op, de bolle, beboste heuvel die Skopje domineert. “Natuurlijk, er is een urgent gebrek aan medicijnen, alle apotheken van Macedonië zijn leeg, de mensen gaan hier niet dood, maar ze worden ook niet behandeld. En er is gebrek aan winterkleren. En er is geen verwarming. Maar er is nergens verwarming, in Macedonië. Maar al met al is het geen slecht kamp, beter dan de andere in elk geval.”

Het kamp ligt halverwege de top van de Vodno en is vandaag geheel gehuld in een dichte mist, die de stad in het dal aan het oog onttrekt. Hier verblijven 164 Bosnische vluchtelingen, allen moslims, in wat in vroeger tijden een zomerkamp voor kinderen was. Ze maken deel uit van de 60.000 vluchtelingen uit Bosnië die erin zijn geslaagd in zuidelijke richting te ontsnappen en Macedonië te bereiken. De meeste vluchtelingen in Macedonië zijn bij gezinnen ondergebracht: “We zijn een gastvrij volk.” Maar de grenzen van die opvangmogelijkheid zijn in zicht gekomen, want de levensstandaard in Macedonië daalt pijlsnel, wie met een gezin rond moet komen van 120 gulden in de maand kan geen gasten onderhouden, en bovendien, de Bosniërs komen met gezinnen die niet graag gescheiden worden.

En voor opvang in kampen ontbreken de middelen: die 60.000 vluchtelingen vormen al 2,3 procent van de Macedonische bevolking en kosten de regering twee miljoen dollar per maand, geen gering bedrag voor een land dat zich nog niet eens medicijnen voor de eigen bevolking kan veroorloven. Hulp uit het buitenland komt maar mondjesmaat binnen: meer dan 60.000 dollar hebben de Macedoniërs tot nu toe niet gehad. Toen onlangs weer tweeduizend Bosniërs aan de noordgrens stonden, heeft Skopje even overwogen ze niet toe te laten, net als Kroatië, dat pas vluchtelingen toelaat als er garanties bestaan dat ze naar derde landen mogen reizen. Maar Macedonië krijgt dat soort garanties niet, en de regering heeft de hand maar weer over het hart gehaald en de tweeduizend moslims toegelaten.

Het kamp op de Vodno is meer dan vol, zegt directeur Blagoja Mitreski, al is het minder vol dan deze zomer: toen zaten hier driehonderd vluchtelingen. “Sommigen hebben gastgezinnen gevonden, anderen zijn naar het buitenland gegaan.” Soms, zegt hij, staat er weer een busje voor de deur, met dertig mensen erin, “als sardines”. Dan moeten de anderen weer wat inschikken.

Maar ook 164 vluchtelingen is al meer dan het kamp aankan: het is maar berekend op maximaal 120 mensen. Ze verblijven in een stuk of tien kleine huisjes rond een stuk grasland in het bos, in kamertjes met stapelbedden, waar het koud is en klam en waar oudjes in dekens gehuld op bed zitten. Op het grasveldje staan tussen de vlekken sneeuw stokken waaraan twee lakens zijn bevestigd, “Bosnië” staat erop. In een deuropening wordt een petroleumkacheltje omgebouwd zodat er hout in kan worden verstookt.

De verwarming is het grootste probleem, zegt de directeur. “De winter staat voor de deur. De winter is er al, en die kan hier heel gemeen zijn. Dit is een zomerkamp, er is geen enkele vorm van verwarming. We moeten dus iets bedenken. Als dat probleem is opgelost, kunnen de vluchtelingen blijven, zo niet, dan moeten ze weg.”

Maar verder zijn Blagoja Mitreski en Silvana Onceva best tevreden. Natuurlijk, alles is relatief, maar hier is het beter dan elders. “De gezondheidstoestand van de mensen is goed. Sommigen hebben last van neuroses, ze horen stemmen. Er is geen psychiater, maar we krijgen wel psychiatrische hulp, uit de stad, van vrijwilligers.” Er is een eigen staf, een kok, een boekhouder, we zijn hier met ons vieren. En wat het belangrijkste is: de vluchtelingen doen zelf veel, ze helpen in de keuken, hakken hout, ze verdelen het werk voor de schilders, loodgieters en elektriciëns onderling en elke dag neemt één gezin de schoonmaakdienst in de toiletten voor zijn rekening. Soms, zegt Mitreski, gaan de kinderen zelfs naar de stad, naar een kinderconcert, of naar de dierentuin. Er wordt met het ministerie van onderwijs gepraat over de mogelijkheid de kinderen naar de dichtstbijzijnde school te laten gaan. En ja, wat medicijnen zou Silvana Onceva wel goed kunnen gebruiken, wat antibiotica en koortsthermometers, en ze wijst op de voorraadkast, er staan twintig kleine flesjes en doosjes in, dat is wat we hebben, zegt ze.

De meeste kampen zijn heel wat minder, er zijn problemen omdat ze overvol zijn, er heersen spanningen, zegt Silvana Onceva als we over de volmaakt lege snelweg van Skopje naar het zuiden rijden. We hebben zelfs een kamp moeten sluiten omdat de vluchtelingen het zo ongeveer hebben afgebroken. De mensen vervelen zich, sommigen proberen geld te verdienen op de zwarte markt.

Van dat laatste heeft Dragi Temelkovski nog geen last, zegt hij, maar voor de rest is het een puinhoop. Temelkovski is een oververmoeide dertiger, ongeschoren en broodmager, in een slobbertrui en met afgetrapte schoenen. Hij is de baas in het vluchtelingenkamp dat is ingericht in een kamp, waar vroeger de socialistische jeugd werd ondergebracht als ze vrijwillig greppels moest graven of de oogst moest binnenhalen. Het kamp ligt halverwege Skopje en Titov Veles, twintig huisjes van hout tegen de helling van een heuvel, met een betonnen voetbalveld met ijshockeygoals en wat berken en coniferen en boven de ingang een kindervriendelijke leus. Hetzelfde verhaal: gebrek aan alles, aan verwarming, aan kleren, aan medicijnen, maar hier in sterk verhevigde mate. 680 vluchtelingen wonen hier, maar we zijn maar berekend op 180 mensen, zegt Temelkovski, en we hebben in het hele kamp maar drie kachels. “Het wordt koud. Ik heb hier vanochtend mensen van het ministerie van arbeid gehad, we willen centrale verwarming, anders is het niet te harden. En ze willen ons die centrale verwarming best geven, maar ze hebben het geld niet, en bovendien: in heel Macedonië doet de centrale verwarming het niet.”

Een aanvullend probleem is de houding van de vluchtelingen zelf. Anders dan in het kamp op de berg Vodno willen die van dit kamp niet werken, zegt Temelkovski. “Ze zijn alles kwijt, ze vinden dat er nu voor hun moet worden gezorgd.” Toen de waterleiding stuk was en de directeur vrijwilligers vroeg om de leiding op te graven, vond hij ze niet: ze wilden voor dat werk worden betaald. Toen er tenslotte toch een werkploeg werd samengesteld, ging die halverwege de klus in staking: eerst geld. “Zelfs in de keuken willen ze niet werken, ze zeggen dat de regering per vluchteling per dag vijftien mark van het buitenland krijgt, dat geld eisen ze op. Maar de regering krijgt geen cent van het buitenland. Ze roepen ook: Geneefse conventie, vluchtelingen hoeven niet te werken,” zegt Temelkovski.

Maar de kou is het ergst, zegt hij, de kou leidt, in combinatie met de overbevolking, tot enorme problemen. “Als je dertig mensen in zo'n koude kamer legt, met voortdurend huilende baby's en zieke oudjes erbij, krijg je geweldige spanningen, ruzies, uitbarstingen, ziekten. Veertig procent van de mensen heeft toch al psychische problemen na hun vlucht uit Bosnië, trauma's, neuroses. We denken ook dat er enkele gevallen van tbc zijn. Door het ontbreken van verwarming drogen kleren niet, ontstaan er hygiënische problemen.” Het komt regelmatig tot misdragingen, er wordt soms gevochten en er wordt gestolen, zegt hij, we hebben al vijftien mensen moeten wegsturen sinds het kamp in juni werd geopend, en de spanningen groeien nog. “We hebben het laboratorium van het vroegere kinderkamp al als slaapplaats ingericht, daar liggen nu 98 mensen. Maar het dichtstbijzijnde toilet ligt aan de andere kant van het kamp.” Nee, zegt Temelkovski, “als er geen verwarming komt, voorzie ik een explosie, binnen een maand, ik ben hier negentig procent van de tijd om ze te sussen, maar dat lukt steeds minder. Ik ben niet altijd zo dun geweest, hoor, ik ben hier kilo's kwijtgeraakt.”