Hulporganisaties Somalië verdeeld over aanbod VS

NAIROBI, 27 NOV. In Somalië hebben vertegenwoordigers van hulpverleningsorganisaties verdeeld gereageerd op het aanbod van Washington om 30.000 militairen te sturen om de aanvoer en verdeling van voedsel te beschermen.

Volgens een woordvoerder van de organisatie CARE zal de inzet van zoveel Amerikaanse troepen “natuurlijk een positief effect” hebben op de pogingen, het voedsel van de haven van Mogadishu naar de opvangkampen in het binnenland over te brengen. Save the Children was minder enthousiast: een woordvoerder van die organisatie zei dat de hulpoperaties “een ramp” te wachten staat als de Amerikaanse militairen komen zonder de instemming van de Somaliërs zelf; die zullen de Amerikanen als een invasiemacht beschouwen en zich tegen zowel de militairen als de hulpverleners keren.

Slechts een geschatte 20 procent van de voedselhulp voor het stervende Somalië bereikt de slachtoffers. De overige 80 procent valt in handen van krijgsheren die nauw samenwerken met handelaren. De internationale hulpverleners zijn zeer bezorgd over de controle die deze handelaren zich toeëigenen op het binnenkomende voedsel en over de toenemende moeilijkheden om hongerslachtoffers te redden.

Handelaren betalen leden van de verscheidene gewapende facties - en misschien ook de leiders - om voedselkonvooien aan te vallen. Zij verkopen vervolgens het gestolen voedsel op de vrije markt. Met grote regelmaat vonden in de afgelopen weken dergelijke overvallen plaats. In de zuidelijke havenstad Kismayo legden de hulporganisaties als gevolg van dit banditisme vrijwel al hun operaties stil.

Uit de haven van de hoofdstad Mogadishu kan al enkele weken geen voedsel meer worden getransporteerd omdat direct buiten het haventerrein overvallers zich ophouden. Eerder deze week werd er op een binnenkomend schip geschoten. Tot ergernis van de krijgsheer, generaal Aideed, bezetten 500 Pakistaanse troepen van de Verenigde Naties eerder deze maand de luchthaven. Aideeds mannen eisten honderden dollars per binnenkomend vliegtuig op. Kennelijk uit frustratie over deze weggevallen inkomsten schoten Aideeds troepen twee weken geleden op hulpverleners die zich ophielden bij de luchthaven.

Aideed had eerder wel degelijk toestemming gegeven aan de VN om troepen te stationeren op de luchthaven. Nadat hij de stad Bardera vorige maand had moeten prijsgeven aan troepen van zijn rivaal, generaal "Morgan", begon Aideed zich echter weer hard op te stellen tegen de VN. Aideed wil kennelijk eerst zo'n groot mogelijk gebied controleren alvorens hij VN-troepen toelaat.

Hulpverleners voelen zich steeds meer gijzelaar van de krijgsheren. Weinigen wagen het echter om zich uit te spreken voor een grootschalige interventie van de VN. Leden van het Amerikaanse Congres die onlangs Somalië bezochten, klaagden over de vastgelopen hulpactie. Ze weigerden te pleiten voor gewapende interventie maar zeiden wel dat er “iets drastisch moet gebeuren”.

Een extra reden voor bezorgdheid in het Westen is de toenemende invloed van islamitisch-fundamentalistische bewegingen in Somalië. Met vermeende hulp van Soedan en Iran breiden deze bewegingen hun invloed uit in Somalië zelf en in door Somaliërs bewoonde gebieden in Djibouti, Oost-Ethiopië en mogelijk ook in Kenia.