Hirsch Ballin grijpt niet in bij strafzaken

DEN HAAG, 27 NOV. Minister Hirsch Ballin (justitie) heeft de vijf procureurs-generaal van het openbaar ministerie in een vertrouwelijk stuk beloofd dat hij afziet van zijn voornemen om te kunnen ingrijpen bij de behandeling van individuele strafzaken.

De bewindsman is door de procureurs-generaal - de hoogste vertegenwoordigers van het openbaar ministerie - begin deze maand in een besloten overleg gedwongen terug te keren van standpunten die hij eerder dit jaar in de memorie van toelichting bij de begroting van justitie had verwoord over de verhouding tussen de minister en het OM. Tot groot ongenoegen van de PG's had Hirsch Ballin in de memorie geschreven dat “de minister in individuele zaken aanwijzingen aan een lid van het openbaar ministerie kan geven”. Officieren van justitie moesten de minister ook “raadplegen over de inhoud van het requisitoir” als een strafzaak “betekenis heeft voor het algemene beleid”, zoals bijvoorbeeld bij euthanasiezaken.

Voor de procureurs betekende dit dat de minister de onafhankelijke positie van de leden van het openbaar ministerie op onaanvaardbare wijze aantastte. Het OM vindt dat officieren van justitie als leden van de rechterlijke macht - de staande magistratuur - een hoge mate van vrijheid moeten hebben bij het bepalen van hun beleid. Formeel valt het OM wel onder het justitie-departement maar officieren van justitie mogen volgens de PG's door de minister niet als willekeurige ambtenaren van een departementale buitendienst worden beschouwd.

In het overleg met de procureurs is de minister van zijn standpunt teruggekeerd. In een geheim convenant bij de notulen van de vergadering heeft hij laten vastleggen dat hij alleen bij zeer zwaarwegende redenen, zoals evidente beoordelingsfouten, leden van het openbaar ministerie een schriftelijke opdracht kan geven.

Het Tweede-Kamerlid E. Jurgens (PvdA) noemt het merkwaardig dat de minister in een vertrouwelijk stuk is teruggekomen van zijn opvattingen die hij eerder naar de Kamer stuurde. Hij wil dat de minister voor de begrotingsbehandeling van Justitie begin volgende maand het nieuwe beleidsstuk aan de Kamer overhandigt.

Jurgens zegt wel blij te zijn dat de minister alsnog bereid is de onafhankelijke positie van het OM meer te respecteren. De vaste Kamercommissie van justitie zal de procureurs-generaal binnenkort uitnodigen om hun opvattingen te vernemen over de verhouding departement en OM. “Er is namelijk wel vaker een duidelijke spanning tussen wat de minister wenst en wat de procureurs verstandig achten”, aldus Jurgens.

Pag 8: Vereniging verheugd over "nuancering' van minister

De voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR), de Haagse rechtbank-president mr. A.H. van Delden, zegt ook verheugd te zijn over “de belangrijke nuancering” die de minister in zijn standpunt heeft aangebracht. Ook hij eist dat de nieuwe opvattingen van Hirsch Ballin “zwart-op-wit openbaar worden gemaakt”.

In een brief die de NVvR - waar rechters en officieren van justitie bij zijn aangesloten - deze week naar de minister van justitie heeft gestuurd, pleit de vereniging voor meer respect voor de onafhankelijke positie van het OM. “Het eigen beleid en de eigen verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie beginnen niet pas op het moment dat een officier van justitie de zittingszaal betreedt. Zij betreffen ook de beslissingen over sepot, transactie-aanbod, de wijze van opsporen en vervolgen, de toepassing van dwangmiddelen, de bewijsbeoordeling, alsmede het ten aanzien van deze onderwerpen te voeren beleid”, aldus de NVvR die de opvattingen van de minister “teleurstellend” noemt.

Tweede-Kamerlid Jurgens (PvdA) vindt dat de vergadering van procureurs-generaal een meer zelfstandig opererend college moet worden dat op basis van meerderheid van stemmen een autonoom beleid kan uitstippelen. “Als de minister het dan ergens niet mee eens is, dan moet hij dat vervolgens maar duidelijk kenbaar maken zodat hij in de Tweede Kamer ter verantwoording kan worden geroepen.”

Volgens Jurgens is nu vaak te onduidelijk hoe het formuleren van bepaalde strafrechtelijke doelen tot stand komt. Hij refereert aan nieuw beleid ten aanzien van de aanpak van zwartrijders dat op verzoek van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en uiteindelijk met instemming van de minister van justitie werd afgekondigd. “De PG's bleken het nieuwe beleid onzin te vinden. Zoiets dient helder te zijn. Dan kan daar in het parlement over gesproken worden”, aldus Jurgens.