Faillissement van Ter Meulen lijkt niet te vermijden

ROTTERDAM, 27 NOV. De warenhuisketen Ter Meulen verkeert sinds 15 september in surséance van betaling. Het bedrijf heeft een schuld van tussen de 15 en 20 miljoen gulden aan leveranciers. Een faillissement lijkt onafwendbaar. Zeker nadat de eigenaar van de keten - het detailhandelsconcern Goudsmit - besloot af te zien van een nieuwe financiële injectie. De investeringsmaatschappij Wolters Schaberg, die op haar beurt weer 52 procent van de aandelen van Goudsmit bezit, ziet onvoldoende perspectieven voor een "Ter Meulen-nieuwe stijl'. De bewindvoerder is nu koortsachtig op zoek naar een koper voor Ter Meulen.

Over de oorzaken van de huidige problemen bestaan verschillende opvattingen. De bonden spreken van een beroerd inkoopbeleid. De ingekochte produkten zouden van slechte kwaliteit zijn geweest - zoals overtollige voorraden van de concurrentie - waardoor het publiek is weggejaagd.

Bewindvoerder mr. F. Meeter is een andere mening toegedaan. Volgens hem is Ter Meulen slechts getroffen door de mooie zomer - waardoor het winkelen in het in het centrum van Rotterdam gelegen warenhuis gelegen warenhuis onaantrekkelijk was - en de algehele teruggang in de economie. De omzet bleef simpelweg achter bij de verwachtingen. Meeters visie is begrijpelijk. De bewindvoerder is in gesprek met een overnamekandidaat, wiens naam hij niet wil onthullen.

Hij heeft intussen bereikt dat het overgrote deel van de leveranciers akkoord is gegaan met een regeling, waarbij ze hun produkten voorlopig in de winkels laten staan. Ter Meulen heeft een schuld aan zijn leveranciers van tussen de 15 en 20 miljoen gulden. Ook het personeel heeft nog een vordering van 1 miljoen gulden op het bedrijf uitstaan wegens uitgestelde - volgens de Cao verplichte - salarisverhogingen.

Een eventuele overnamekandidaat zal de schulden aan de leveranciers en aan het personeel moeten voldoen. Tenzij de nieuwe eigenaar zijn toevlucht neemt tot een sterfhuisconstructie waarbij hij alleen de activa overneemt en de schulden in de oude vennootschap achterlaat.

Ook de bonden zijn op zoek naar gegadigden. Er zouden enkele kandidaten zijn, maar namen worden niet genoemd. Het valt te betwijfelen of die contacten spoedig genoeg zullen leiden tot een oplossing die Ter Meulen kan redden. Veel tijd is er niet.

Intussen blijven verkoopsters en andere betrokkenen verhalen over de slechte kwaliteit van de produkten. Over een partij digitale weegschalen, die alle werden teruggebracht. Over horloges, die met de nodige voorzichtigheid in de zakjes worden geschoven, omdat zij anders al bij de uitgang kapot zouden zijn. En over glazen uit het voormalige Oost-Europa, waar de spinnen uitkruipen. Voor een eventuele koper geen aantrekkelijke boedel.