"Asielbeleid overheid berust op incidenten'

ROTTERDAM, 27 NOV. Het Nederlandse asielbeleid wordt heel sterk gekenmerkt door incidenten. De rijksoverheid voert snel veranderingen door, die vervolgens niet het beoogde effect blijken te hebben. Aangekondigde veranderingen worden daarentegen niet of met grote vertraging doorgevoerd. De bureaucratie slaat voorts regelmatig toe in pogingen om de zaak beheersbaar te houden.

Dat zei directeur H. van Gelder van de Interim Stichting Opvang Asielzoekers (ISOA) vandaag op een symposium in Rotterdam. De ISOA is in opdracht van het ministerie van WVC belast met de centrale opvang van asielzoekers.

Volgens Van Gelder is het grote probleem dat het rijk de opvang van asielzoekers nog steeds beschouwt als een tijdelijke zaak. Hij pleit er juist voor om het asielbeleid te zien als een “structureel en noodzakelijk instrument voor een algemeen immigratiebeleid”.

Van Gelder was positief over de nieuwe versnelde procedure die het kabinet dit jaar heeft ingevoerd. Asielzoekers krijgen daarbij sneller te horen of zij al dan niet aanspraak kunnen maken op een status als vluchteling. Aan de andere kant stelde de directeur van ISOA vast dat de verblijfsduur in azielzoekerscentra nog steeds gemiddeld negen tot twaalf maanden is. Het nieuwe beleid had tot doel het verblijf in een asielzoekerscentrum tot zes maanden terug te brengen.

Voorts had Van Gelder kritiek op de begin dit jaar ingevoerde gedoogdenregeling. Die staat nog altijd hevig ter discussie. “Ondanks verbale politieke flinkheid is de discussie over de positie van afgewezen asielzoekers en de verwijdering daarvan blijven steken in onhelderheid”, zei hij over deze regeling.

De opvang van ex-Joegoslaven toont volgens Van Gelder aan hoezeer de bureaucratie bij het asielzoekersbeleid kan toeslaan. De nieuwe status voor deze groep vluchtelingen, de zogenoemde ontheemdenstatus, had aanvankelijk als doel de opvang van ex-Joegoslaven gemakkelijker te maken. “Maar na een half jaar hebben we plotseling twee regelingen naast elkaar en nu is de vraag: hoe komen we daar met fatsoen vanaf?” aldus Van Gelder.