Aan de bedelstaf

Alle verhalen van Astrid Lindgren. Met tekeningen van Ruud Bruijn en Alex de Wolf. Uitg. Ploegsma. ƒ 45,-

Astrid Lindgren en haar werk. Uitg. Ploegsma. ƒ 2,-

Toen Astrid Lindgren tachtig werd was dat voor haar Nederlandse uitgever, Ploegsma, een mooie aanleiding tot enig publicitair stuntwerk in de vorm van de zogeheten Astrid Lindgren Feestmaand. Dergelijke festiviteiten zijn haar dit jaar - op 14 november vierde Lindgren haar vijfentachtigste verjaardag - bespaard gebleven, maar een speciale uitgave ter gelegenheid van dit lustrum kon toch niet uitblijven, vonden ze bij Ploegsma. En zodoende zagen onlangs - rijk geïllustreerd, in linnen omslag en met leeslint - de verzamelde verhalen van Lindgren het licht onder de titel Alle verhalen van Astrid Lindgren.

Het is moeilijk zicht te krijgen op het complete oeuvre van Lindgren, omdat sommige van de vele titels die zij publiceerde elkaar inhoudelijk overlappen. Voor zover ik kan nagaan is deze Lindgren-bijbel samengesteld uit een aantal eerder verschenen verhalenbundels, waaronder Wie het hoogst kan springen (1975) en Astrid Lindgren vertelt (1988), een stuk of wat in prentenboekvorm gepubliceerde verhalen (Kijk Madieke, het sneeuwt! uit 1984, Ik wil nog niet naar bed uit 1988) en nog wat bij elkaar geharkt gruis. Maar hoe of wat? Een verantwoording ontbreekt, en een bibliografie kon er helaas ook niet af. Zelfs een simpel jaartalletje achter elke titel in de inhoudsopgave is te veel gevraagd. Terwijl het toch wel interessant kan zijn om te weten dat het meest recente verhaal in de bundel zo'n veertig jaar na het oudste werd gepubliceerd. (Het na vijf jaar herdrukte promotie-boekje De wereld van Astrid Lindgren verschaft enige helderheid inzake de herkomst van de verhalen. Het was dus wel zo handig geweest als de hierin opgenomen bibliografie, die het overigens ook al niet moet hebben van haar uitvoerigheid, in de verhalenbundel was afgedrukt.)

Of de titel "Alle verhalen van Astrid Lindgren' de lading dekt - we vrezen het ergste. Waarom het ene Bolderburen-verhaal wel en het andere niet, om maar iets te noemen? En het prentenboek Een kalf valt uit de hemel (1989) mocht ook al niet meedoen, vermoedelijk omdat het nog verkrijgbaar is.

Dan de lading zelf. Achtendertig verhalen, die ruim driehonderd pagina's beslaan. Natuurlijk kan de boog niet altijd gespannen zijn en dus bevat dit boek, dat immers "alle' Lindgren-verhalen bevat, nogal wat oninteressant materiaal, verhalen die je vergeten bent zodra je ze uit hebt. Maar er zit ook een hoop prachtigs bij, zoals "Michiel en de bedelstaf' (in 1986 verschenen onder de titel Michiel de vliegenvanger), waarin Lindgrens favoriete personage Michiel (van de Hazelhoeve; om het nog wat ingewikkelder te maken, de avonturenvan dit ondeugende maar vindingrijke ventje zijn gebundeld in de gelijknamige omnibus) de hoofdrol speelt.

Als de moeder van Michiel wegens vliegenoverlast voorstelt een paar vliegenvangers te kopen, protesteert zijn vader tegen de aanschaf van wat ooit als luxe-artikel moet hebben gegolden. Te duur; als ze niet uitkijken raken ze nog aan de bedelstaf! Maar Michiel heeft een prima idee: hij vervaardigt zelf een bedelstaf, vermomt zich als arm bedelaarskind ("Dat lukte goed. Hij moest zelf bijna huilen toen hij in de spiegel keek') en bedelt in no time het geld bij elkaar waarvan hij maar liefst twintig vliegenvangers kan kopen. In dit soort kinderlijke logica is Lindgren op haar best.

Haar reputatie als een van de belangrijkste kinderboekenschrijvers van deze eeuw dankt Astrid Lindgren in de eerste plaats aan haar rebelse geest en haar humor. Maar dat ze ook schaamteloos sentimenteel durft te zijn is minder bekend. Naar schatting twee derde van deze verhalen speelt zich af in kersttijd en dat zegt al genoeg: veel opgewonden blosjes, sterrengeflonker, huiselijk geluk rond de kerstboom en arresledetochten door de sneeuw. Hartverwarmend allemaal, maar op het randje; zeker als je zoals ik alle verhalen achter elkaar leest begint al die gelukzaligheid te irriteren.

Het is dan ook een hele opluchting als de "andere' Lindgren de kop opsteekt om haar neiging tot zwelgen een beetje te relativeren, zoals in het autobiografische "Kerstmis in Zweden, lang geleden'. Daarin memoreert de ik-figuur een schilderij, getiteld "Jezus voor Pontius Pilatus', dat vroeger bij haar oma aan de muur hing: "Ik had erg veel medelijden met Jezus, maar hij scheen het rustig op te nemen.'