Weinig belangstelling voor functie van aio

ZOETERMEER, 26 NOV. Onder afgestudeerden en bijna-afgestudeerden bestaat nauwelijks belangstelling voor de functie van assistent in opleiding (aio). Een universitaire loopbaan wordt door hen slechts in geringe mate geambieerd. Een baan in het bedrijfsleven vormt voor veel studenten en afgestudeerden wel een aantrekkelijk perspectief.

Dat blijkt uit het gecombineerde onderzoek van het onderzoeksbureau Research voor Beleid en de vakgroep Vrouwenstudies van de Rijksuniversiteit Leiden. Het onderzoek werd verricht in opdracht van het ministerie van onderwijs en wetenschappen.

De geringe belangstelling voor de functie van assistent in opleiding geldt volgens de onderzoekers voor alle studierichtingen. Het merendeel van de aio-functies wordt niet interessant genoeg gevonden en de betaling laat volgens de respondenten te wensen over.

Ook blijkt de werksfeer binnen de universiteit zo weinig aantrekkelijk dat afgestudeerden en bijna-afgestudeerden er de voorkeur aan geven hun heil elders te zoeken.

Studenten blijken het voor hun verdere loopbaanmogelijkheden buiten de universiteit absoluut niet belangrijk te vinden om te promoveren.

Ook het feit dat een aio-plaats niet per definitie betekent dat iemand na afloop van zijn aanstelling bij de universiteit kan blijven, is van invloed op de keuze van bijna-afgestudeerden om hun heil elders te zoeken, aldus de onderzoekers.

Bij de studierichtingen Sociale Wetenschappen en Letteren slaagt men er wel in om assistenten in opleiding te werven. Maar volgens de onderzoekers heeft dat te maken met het feit dat “voor hen minder alternatieven beschikbaar zijn buiten de universiteit dan het geval is bij disciplines als fiscaal recht, bedrijfseconomie, informatica en scheikundige technologie”.