Waar Pim komt, komt niet langer ruzie maar revolutie

DEN HAAG, 26 NOV. Daar was hij dan weer: Pim Fortuyn. Van beroep: onmogelijk mens. Waar Pim komt, komt ruzie, zei men bijna twintig jaar geleden in Groningen al. Toen was Pim nog marxist, tegenwoordig is hij van de markt. Pim wil geen ruzie meer, Pim wil revolutie. Daarvoor heeft hij zichzelf benoemd als opvolger van de Overijsselse edelman Joan Derk van der Capellen tot den Pol.

Pim Fortuyn: Aan het Volk van Nederland. Uitgeverij Contact. Prijs: ƒ 24,90

Deze wendde zich in 1781 nog met een anonieme publikatie tot het Nederlandse volk. “Alles wat er thans ondernomen wordt ter redding van ons waarlijk bijna onherstelbaar verloren vaderland is daarom vergeefs, indien gij o volk van Nederland nog langer werkeloze toeschouwers blijft”, schreef Van der Capellen.

Anoniem past niet bij het karakter Pim Fortuyn, die zichzelf ooit “nogal expansief” noemde. Anonimiteit hoeft ook niet meer. In het huidige tijdsgewricht melden revolutionaren zich middels een persconferentie. En daarom zat hij daar deze week: in het nieuwe Nieuwspoort in een zaal met te weinig stoelen. Om zijn boek, beter gezegd traktaat, 'Aan het volk van Nederland' te presenteren. Het land heeft zichzelf op slot gezet, en Pim Fortuyn biedt het volk de sleutel aan om het land weer te openen. “Er is een gebrek aan goede ideeën, aan goede en aansprekende mensen en aan politieke regie van het noodzakelijke debat met de bevolking. Niemand geeft aan de publieke zaak nog enige leiding. Politici willen daar ook niet meer op worden aangesproken. Op zijn best wordt er op de winkel gepast en wij worden geacht dat genoeg te vinden. Niets is echter minder waar!”, aldus Fortuyn in zijn eerste hoofdstuk. Hij wil de boel weer in gang zetten, “mèt Den Haag, maar desnoods zonder”.

Pim Fortuyn, die zich voor de gelegenheid weer met zijn eerste naam Wilhelmus is gaan tooien, wil af van de stroperigheid, af van de belangengroepen, af van het eeuwige consensus-denken en af van de systeembouwers die Den Haag nog steeds overheersen. De calculerende en geïndividualiseerde burger is voor hem geen bedreiging maar een uitdagend gegeven. Die burger sluit naar eigen goeddunken contracten. Of het nu het onderwijs, gezondheidszorg dan wel arbeidsvoorwaarden betreft. Voor de overheid resteert in dat model nog slechts een functie als vangnet.

Hij wil af van de ongecontroleerde macht van 'Ons soort mensen', oftewel de ongeveer 20.000 mensen die er “in Nederland toe doen”. Zij bevolken het maatschappelijk middenveld, zitten bij elkaar in directies en raden van commissarissen, adviesorganen of bekleden een politieke sleutelfunctie. Ons soort mensen bestuurt formeel dikwijls op democratische wijze. Maar het echte besturen gebeurt meestal buiten de schijnwerpers van de openbaarheid. Voor een stabiel bestuur van staat en samenleving is 'ons soort mensen' wel onmisbaar, erkent Fortuyn. Maar, zo voegt hij er direct aan toe: “Er zijn perioden dat het voor het land en volk beter is indien zij een forse stap worden teruggezet. Zo'n periode staat op het punt van aanbreken!”

Onthoofden is uit de tijd. Pim Fortuyn kiest voor een moderne vorm van uitroken. Samen met de calculerende burger worden ze gewoonweg overbodig gemaakt. Grote ondernemingen, non profit-instellingen en overheden moeten worden hervormd tot "business-units', aldus de oprichter van de BV OV-studentenjaarkaart. “Het moet uit zijn met de cultuur waarin met het geld van de burger allerlei zaken tegen de burger worden ondernomen.” Wie zelf kiest, wordt ook meer verantwoordelijk. De band tussen recht en plicht, tussen genieten en betalen dient weer te worden hersteld. In de woorden van Wilhelmus Fortuyn: “Niks voor niks. Je krijgt geen uitkering, je moet haar verdienen.”

Nieuw is het allemaal niet, erkende hij gisteren. Het is allemaal wel eens ergens gezegd of opgeschreven. Hij heeft met zijn boodschap aan het volk van Nederland de zaken in een verband willen plaatsen en willen voorzien van een cadans: meer, meer, meer. Zijn ideeën gaan soms ver: De zoektocht naar de nationale identiteit vereist een dragende functie van het staatshoofd, de minister-president moet opperbevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten worden en kan dan in die functie direct leiding geven aan een ander voorstel van hem, namelijk door middel van een militaire ingreep een einde maken aan de onafhankelijkheid van Suriname. En natuurlijk is een zakenkabinet bestaande uit “heldere, creatieve en vooral ook moedige mensen” dringend gewenst na tien jaar regeren onder de “taalverloederaar”, qua intellect en creativiteit “zwaar overschatte” maar slechts intelligente handigerd Ruud Lubbers. Pas na 213 pagina's heeft Pim Fortuyn gezegd. Of het allemaal haalbaar is? Dat is niet aan de orde, vindt hij zelf. “Het is denkbaar.”

    • Mark Kranenburg