Tumult rond verkoop Fokker blijft nagalmen

ROTTERDAM, 26 NOV. De tumultueuze onderhandelingen tussen Fokker en Dasa galmen nog steeds na. Gisteren kwam een brief aan het licht van de Fokker-directie waarin voormalig bestuursvoorzitter en ex-commissaris Frans Swarttouw wordt beschuldigd van leugens en geschiedvervalsing.

De directie de Amsterdamse vliegtuigfabrikant stoort zich aan de uitlatingen, die Swarttouw in het openbaar doet, over de manier waarop de transactie met de vliegtuigdochter van Daimler Benz totstand is gekomen. Swarttouw trad afgelopen zomer af als commissaris omdat hij het niet eens was met het beleid van de directie. Swarttouw vond dat Fokker zich te snel uitleverde aan de Duitse onderneming. De commissaris was onder andere van mening dat de directie niet voldoende alternatieven had onderzocht.

Volgens de brief heeft niet de huidige directie Fokker uitgeleverd aan de Duitsers maar heeft Swarttouw zelf - in zijn hoedanigheid als voorzitter van de raad van bestuur - het bedrijf in de armen van Dasa gedreven.

Swarttouw tekende in het begin van de jaren tachtig de zogenaamde “wurgcontracten” voor het levering van rompen voor de Fokker 100 door het Duitse MBB. In feite had Fokker op dat moment al geen andere keuze meer dan verdere samenwerking met de Duitsers.

Swarttouw heeft destijds namelijk verzuimd vast te leggen dat het industrieel eigendom van het rompontwerp bij Fokker thuishoorde en niet bij MBB. Daardoor zat Fokker vast aan MBB dat is opgegaan in Dasa. Doordat Fokker vast zat aan MBB in het Fokker 100-project, konden de Duitsers dreigen een concurrerend straalvliegtuig, de Regioliner, op de markt te brengen. Fokker kon immers niet naar een andere rompenleverancier uitwijken en had bovendien verzuimd in het contract met MBB een bepaling op te nemen, dat de Duitsers geen voor de Fokker 100 concurrerend vliegtuig mochten ontwikkelen.

Ook bij de overheid maakte de Fokker-directie zich gedurende de onderhandelingen niet populair. De verstandhouding met de onderhandelaars van Economishe Zaken, beheerder van het staatsbelang in de onderneming, was zelfs zo slecht dat een deel verstek liet gaan bij de feestelijke ondertekening van het overnamecontract. In het EZ-Journaal zegt onderhandelaar Mich van der Harst, directeur generaal industrie, dat hij het “niet betreurt” dat “andere, dringende beslommeringen” zijn aanwezigheid verhinderde.