Prostitutiewetgeving

In aansluiting op het artikel van Marjon van Royen in NRC Handelsblad van 20 november over de afschaffing van het bordeelverbod en het invoeren van een gemeentelijk vergunningenstelsel voor bordeelhouders en exploitanten het volgende: opnieuw een voorbeeld van normvervaging:

Enerzijds wil CDA-minister Hirsch Ballin (Justitie) in de nieuwe wet het prostitutieverbod handhaven, namelijk ten aanzien van buitenlandse vrouwen, anderzijds echter, namelijk ten aanzien van vrouwen uit de EG-landen, het beoefenen ervan verbinden aan voorwaarden en tot een legale bedrijfstak maken.

Reden: in de praktijk is het verbod al lang niet meer van kracht en wordt prostitutie door de meeste gemeenten gedoogd. Alleen vrouwenhandel is iets dat verboden moet blijven en daarom deze "nuancering' tussen vrouwen wel of niet afkomstig uit de EG. Afgezien van de praktische vraag hoe politie, fiscus, en dergelijke aan deze wet uitvoering kunnen geven, rijst de vraag: Onlangs nog stelde de minister, in reactie op een VN-enquête naar slachtoffers van criminaliteit, normvervaging als oorzaak van de stijgende criminaliteit onder de jeugd. Waarom past hij dit principe dan hier niet toe door een duidelijke norm te stellen?