Positieve actie

Van de week zag ik iets bijzonders in de Washington Post: op een van die paginagrote warenhuisadvertenties, waarin altijd volstrekt oninteressante artikelen worden aangeprezen, ging het deze keer over windjacks. Twaalf foto's van stoere mannen met wilskrachtige kaken die arrogant langs de camera heen kijken, en een van die twaalf zit in een rolstoel. Niet op een nadrukkelijke manier, je ziet net het bovenste stuk van een wiel met spaken en de leuning, waar zijn glimmend gewindjackte arm op rust. Het was de eerste keer dat ik de conditie gehandicapt zijn zo gebruikt zag worden, als een terloops detail dat er eigenlijk niet toe doet. De fantasieloosheid van de advertentie maakte het geheel des te sterker: een heer leunt tegen een tuinhekje, een ander zit in een rolstoel, nou en? Het gaat erom de windjacks aan de man te brengen.

Deze reclame van warenhuis Hechts (iets tussen V & D en De Bijenkorf in) vormt een veel grotere doorbraak dan alle advertenties van de firma Benneton (pasgeboren, bloederige baby's, een homoseksueel op zijn aidssterfbed, oorlogsgeweld in Bosnië) bij elkaar. Het rolstoelwindjack maakt deel uit van een maatschappelijke trend die gericht is tegen discriminatie op grond van kenmerken als sekse, huidskleur, uiterlijk, afkomst en accent. De extreme vleugel van deze trend wordt gevat onder wat wel "politieke correctheid' wordt genoemd, maar juist het feit dat deze term geen inherent negatieve lading heeft (wat is er tegen op "correctheid'?) geeft al aan dat het gedachtengoed zelf vrij algemeen aanvaard wordt. Wie zich een tegenstander betoont van een politiek correct speerpunt als de invoering van quota op de werkplek (een gefixeerd percentage vrouwen, zwarten, gehandicapten en wat je nog meer aan minderheden kunt verzinnen) is daarmee nog geen voorstander van discriminatie.

Het antidiscriminatiedenken is allang niet meer voorbehouden aan linkse actiegroepjes die de wereld willen verbeteren maar het is doorgedrongen tot de formele niveaus in de maatschappij, en niet te vergeten de informele circuits. Er gaat geen personeelsadvertentie meer de deur uit zonder de obligate m/v aanduiding. De Amsterdamse politie slaat zichzelf op de borst vanwege haar allochtonenaanmoedigingsbeleid. In deze krant woedde er een wekenlange discussie in de ingezondenbrievenrubriek over het feit dat de wetenschapsredactie twintig hoogleraren had gevraagd om hun visie te geven op de stand van zaken binnen de wetenschap, en dat daarbij geen enkele vrouw zat!

Zelfs Sinterklaas staat op de helling, of beter gezegd, zijn sidekick "Zwarte Piet'. Het zou me ook niet verbazen als het over een paar jaar echt met hem afgelopen is. De symboliek van het acrobatische, zwarte knechtje ligt er te dik bovenop. In multicultureel Nederland is Zwarte Piet een smakeloze verschijning geworden. Het alternatief ligt voor de hand: verf de pieten hemelsblauw of knalroze, kanariegeel of groen als gras. De pietenpakken kunnen gehandhaafd blijven. Het is even wennen aan een andere conventie, maar voor de kinderen maakt het niets uit en over tien jaar weet niemand meer dat het ooit anders was. Ook de liedjes en rijmpjes kunnen moeiteloos aangepast worden: Sinterklaas en Kleurenpiet, allebei bestaan ze niet. Dat het antidiscriminatiedenken in alle geledingen is doorgedrongen betekent niet dat vrouwen geen tegenstand meer ondervinden om in bepaalde beroepsgroepen terecht te komen of dat asielzoekers en buitenlanders aan ieders borst gekoesterd worden.

Wel is er sprake van een verhoogd bewustzijn van de onrechtvaardigheid of ongepastheid van wat voorheen vanzelfsprekend was. Mannen kijken bijvoorbeeld vaker om zich heen of de kust wel veilig is, voor ze een seksistische opmerking maken. Maar het belangrijkste is natuurlijk de verdeling van de banen.

Het kan niet anders of de m/v aanhangsels bij elke functie, de kleine lettertjes in advertenties "allochtonen, vrouwen wordt uitdrukkelijk verzocht te solliciteren' krijgen tezijnertijd hun beslag. Voor het daadwerkelijke aannemingsbeleid kan dit nog wel even duren, want mensen selecteren bij voorkeur iemand voor een functie die zo min mogelijk afwijkt van henzelf. Dat garandeert de continuïteit en een prettige samenwerking. Maar in steeds meer sollicitatiecommissies staat steeds vaker iemand op die begint te zeuren dat er nu toch echt eens een vrouw moet worden aangenomen of dat die Surinamer best nog voor een tweede gesprek uitgenodigd kan worden. De rest van de commissie mag dan beginnen te steunen en te blazen van daar heb je hem of haar weer, het doet er niets aan af dat toch telkens weer diezelfde exercities uitgevoerd worden, als de bekende druppel die de steen uitholt. Op die manier onstaat een in principe welwillende sfeer tegenover allerlei soorten minderheden die zich vertonen bij sollicitatiegesprekken. Hier en daar komt het zelfs in de richting van positieve actie. Het is niet een kwestie van werkgevers die ineens het licht hebben gezien of filantropisch worden, maar van langzaam onder druk een beetje een andere kant opschuiven, zoals sommige bioscoopeigenaren mokkend een opritje voor rolstoelen aanleggen na een paar zure stukjes in de plaatselijke krant. Alertheid op minderheden, met inbegrip van degenen van lage sociale afkomst, die hogerop willen is een onafwendbare trend, die zeker niet, zoals sommige onderwijssociologen menen, afgezwakt zal worden door kwaliteitsvermindering (of juist verhoging, zelfs daar bestaat onenigheid over) van het onderwijs in het algemeen.

Er is nog iets anders aan de hand dan alleen de politiek correcte ideologie van de gelijke kansen en de emancipatie van minderheden. In Mulisch' boek De ontdekking van de hemel heet het treffend dat het ontzag is verdwenen voor wat zich achter de Gouden Muur afspeelt. In elk bedrijf, of het nu om de politiek gaat of een smederij, de operatiekamer of een wetenschappelijk instituut, is het een rommeltje waar geïmproviseerd wordt en waar men plannen maakt op de achterkant van een envelop. Iedereen weet dat en men weet van elkaar dat men het weet. Het verdwijnen van het ontzag heeft z'n nadelen (kapotte telefooncellen), maar het betekent ook een afsterving van het belang dat van oudsher gehecht wordt aan de "juiste' huidskleur of sekse, of de "juiste' afkomst, om over accent maar te zwijgen. Dit alles is vervangen door "ik ben evenveel waard als zo'n sjieke meneer en wie mij discrimineert sleep ik voor het gerecht'.