Poolse stadsbewoner heeft aantoonbare DNA-schade

Tot de meest vervuilde gebieden ter wereld hoort de Poolse stad Gliwice, in Silezië. Hier komen veel sterfte aan kanker en een hoge kindersterfte voor. Amerikaanse en Poolse onderzoekers beschrijven in Nature (19 november) een onderzoek waarbij bloedmonsters van inwoners van deze regio werden vergeleken met die van plattelandsbewoners elders in Polen, waar de emissies een factor tien lager zijn.

In het bloed werden zes biologische markers bekeken op moleculaire en genetische beschadigingen. Bij de stadsbewoners werden vaak vroege tekenen van DNA-beschadiging aangetoond. Daaronder zijn chromosoom-mutaties, uitwisseling tussen zusterchromatiden en zogenaamde adducten, waarbij het DNA in zijn werking wordt belemmerd doordat zich daar Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAKs) en andere aromatische stoffen aan binden. PAKs komen op grote schaal vrij bij de verbranding van bruinkool en behoren tot de meest voorkomende kankerverwekkende en mutagene stoffen in het vervuilde Silezië. Vooral 's winters, als er veel wordt gestookt voor verwarmingsdoeleinden, zijn de concentraties in de lucht hoog. Ook werd in het bloed van de Sileziërs een verdubbelde frequentie van overexpressie van ras oncogenen (die voor een begin van kanker zorgen) aangetoond.

Volgens de onderzoekers kan zulk bevolkingsonderzoek op moleculair niveau van nut zijn om diegenen aan te wijzen die een verhoogde kans op kanker lopen. Vervolgens zou men kunnen proberen om deze potentiële slachtoffers door de een of andere vorm van chemopreventie extra bescherming te bieden tegen blootstelling aan chemische stoffen. Ook kan moleculair epidemiologisch onderzoek worden ingezet om de voortgang bij het terugdringen van milieuvervuiling te toetsen.