Open deuren?

Nederland is een immigratieland, al jaren, wat verschillende ministers en Kamerleden ook zeggen. De cijfers laten het zien. Verleden jaar immigreerden volgens de tellingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zo'n 83.000 niet-Nederlanders. Zo'n 20.000 emigreerden. Er was dus een officieel migratie-overschot van ongeveer 63.000 niet-Nederlanders. Je kunt veilig aannemen dat ook de illegale migratie een overschot aan immigranten laat zien.

Waarom migreren mensen? Drie oorzaken: ze zijn politiek vluchteling, ze zoeken werk, ze willen meer geld. De problematiek van de politieke vluchteling laat ik hier rusten, omdat de stellingname hierover humanitaire, niet-economische achtergronden heeft. Werk en geld hebben wèl met economie te maken.

Mensen die geen geld hebben en zonder werk zitten worden aangezogen door plaatsen waar die twee wel te vinden zijn. Naarmate het verschil tussen beide polen groter is, zal de aantrekkingskracht toenemen. Is de stroom bescheiden, heeft het ontvangende gebied de ruimte en gaat het er economisch voor de wind, dan zijn er weinig problemen. Zwelt de stroom aan, lopen er al veel mensen per vierkante kilometer rond en steekt bovendien een economische tegenwind op, dan gaat het mis. Zover is het nu in Europa.

In ontwikkelingslanden neemt de ontreddering toe. Het toch al lage inkomen per inwoner daalt omdat de produktiegroei achterblijft bij de bevolkingsgroei. Tientallen jaren is voor zo'n situatie gewaarschuwd. Veelvuldig is opgeroepen royaal ontwikkelingshulp te geven, of, beter nog, die landen in staat te stellen hun produkten op onze markten te verkopen - trade in plaats van aid. Als het niet uit menselijke overwegingen gebeurt, dan is er altijd nog het defensieve argument: als de mensen daar geen menswaardig bestaan kunnen bereiken, niet voldoende voedsel en geld kunnen vergaren, zullen ze het bij ons komen halen.

Tientallen jaren hebben veel mensen gedacht dat het zo'n vaart niet zou lopen. Zwartkijkerij, sombermansverhalen. Slechts een paar landen in de wereld bestemmen, zoals afgesproken, 0,7 procent van hun bruto nationaal produkt voor ontwikkelingssamenwerking. En met de trade zit het al helemaal fout. Om de eigen werkgelegenheid in de landbouw af te schermen is een tolmuur om Europa gebouwd. De laatste tijd horen we vooral hoe de Verenigde Staten, Canada, Nieuw Zeeland en Australië daartegen te keer gaan. Maar de echte slachtoffers, die in de Derde Wereld, horen we al bijna niet meer.

Tientallen jaren te weinig hulp en handel dus. En jawel, daar komen ze aan. Legaal en illegaal. Daarbij komt nog de ontwrichting in Oost-Europa die een stroom politieke en economische vluchtelingen op gang brengt. De reacties daarop zijn voorspelbaar. De instromende buitenlanders hebben over het algemeen een laag inkomen. Ze vestigen zich in de minder bedeelde buurten van onze grote steden. In die toch al achtergestelde buurten vragen de bewoners zich af waarom zij de "last' van al die buitenlanders er nog bij moeten krijgen. Het kruitvat staat klaar en er zijn altijd wel lieden te vinden die de lont willen aansteken.

Onze minister van ontwikkelingssamenwerking Pronk heeft voorgesteld hier meer immigranten toe te laten: "Dat verlicht de problematiek op het Zuidelijk halfrond.' Dit is vooral van deze minister een vreemde uitspraak. Hij zou eens nader moeten toelichten hoeveel immigranten wij moeten toelaten voordat er in het zuiden iets van verlichting wordt gevoeld.

Nee, we hadden tientallen jaren terug aan een structurele oplossing moeten beginnen: verbetering van de levensomstandigheden in de arme landen, door produktievergroting en beperking van de bevolkingsgroei. Waarbij de produktievergroting voor een belangrijk deel moet steunen op internationale handel. Het is overigens niet te laat om die weg alsnog in te slaan. Behalve dan voor de miljoenen mensen die intussen van honger zijn gestorven en nog zullen sterven. Een eerste stap op weg is het laten slagen van de GATT-onderhandelingen. Het mislukken daarvan vergroot de inkomensverschillen tussen rijk en arm in de wereld, met de bekende gevolgen. Worden de GATT-gesprekken toch nog met succes afgerond, dan krijgen Derde-Wereldlanden met hun landbouwprodukten beter toegang tot Europa.

Allemaal makkelijk gezegd, maar voordat de inkomensverschillen tussen rijke en arme landen voldoende zijn verkleind, zitten we nog heel veel jaren met een aanzwellende stroom buitenlanders die hier werk zoeken. Moeten we al die economische immigranten terugsturen? Terwijl we dringend bollenpellers, bloemenplukkers, ingenieurs, slagers en verpleegkundigen nodig hebben? En dat zelfs in toenemende mate, wegens de ontgroening en vergrijzing van onze bevolking. Kunnen we niet inventariseren wie we nodig hebben en die toelaten? Quota dus, en dan niet per land maar naar vaardigheid, waarbij je ook mensen die bereid en in staat zijn zich te laten scholen een kans geeft.

Nederland zou selectief economische migranten moeten toelaten, namelijk die mensen die hier een toekomst kunnen opbouwen. Dat is in het belang van de migrant en van ons land. Vaak is een duidelijke, zakelijke aanpak humaner dan het wekken van valse verwachtingen.