Nederlandse boer vreest prijzenslag op wereldmarkt

DELFGAUW, 26 NOV. De Nederlandse melkveehouders voelen zich van alle kanten gepakt. Vervuilers worden ze de laatste jaren genoemd, alleen gericht op hun eigen inkomsten en met weinig oog voor grotere belangen. Deze week hebben ze te horen gekregen dat een aanstaand GATT-akkoord voor de landbouw betekent dat de Nederlandse melkveehouders opnieuw hun produktievolume fors zullen moeten terugdringen.

“Het is oneerlijk dat nu alleen bepaalde sectoren de klappen krijgen”, zegt W.M. van Leeuwen, eigenaar van een grote melkveehouderij te Delfgauw. Met het vorige week gesloten landbouwakkoord, dat voorziet in een beperking van de export van gesubsidieerde produkten en bovendien de Europese markten openstelt voor aanbieders uit andere werelddelen, die vaak tegen veel lagere prijzen leveren, is hij het hardgrondig oneens. “We krijgen nu èn een produktiebeperking èn een prijsdaling, dat is te veel”, vindt Van Leeuwen.

Of de Nederlandse boeren net als de Franse op de barricades zullen klimmen, is volgens hem nog niet duidelijk. “Je kunt wel weer met z'n allen met de tractor op de rotondes gaan staan, maar in eerste instantie zullen we toch proberen om het zelf op te knappen.”

Vooral de volumebeperking zit Van Leeuwen hoog. Liever zou hij zien dat de Nederlandse boeren weer zelf mogen beslissen hoeveel melk zij produceren, zelfs al zou dat ten koste gaan van het prijsniveau. De superheffingsregeling die negen jaar geleden werd ingesteld en die in Nederland gemiddeld tot een melkproduktiebeperking van 15 procent heeft geleid, zorgde ook bij Van Leeuwen voor een grote schoonmaak in de stal. Van de 100 koeien moesten er 30 verdwijnen, “die zijn gewoon de nek omgedraaid”.

Toch is die superheffing, waarover Nederlandse boeren begin jaren tachtig steen en been klaagden, achteraf helemaal niet zo slecht uitgepakt voor de melkveehouders, erkent Van Leeuwen. Door die maatregel zijn de prijzen de afgelopen jaren redelijk op peil gebleven, “je wordt er niet rijk van, maar je hoeft er ook geen armoe van te lijden.” Op dit moment ontvangt hij van de zuivelcoöperatie Campina Melkunie 80 cent per liter melk, een prijs die ver boven de huidige wereldprijs ligt.

De kosten zijn in die periode bovendien relatief laag gebleven. Het veevoeder is goedkoop, terwijl de technologische ontwikkelingen in de landbouw (waar de overheid ook goede subsidieregelingen voor heeft ingesteld) het de melkveehouders mogelijk maken om vrijwel zonder personeel een stal koeien te kunnen verzorgen. Ook bij Van Leeuwen staat de stal vol met allerlei technisch vernuft dat er automatisch voor zorgt dat iedere koe de juiste hoeveelheid krachtvoer krijgt en dat precies bijhoudt hoeveel melk iedere koe dagelijks levert. In zijn woonhuis ratelt de printer en kan hij bijvoorbeeld, zonder in de stal te kijken, onmiddellijk zien welke koeien die dag wat minder gegeten hebben.

Nederlandse melkveehouders hebben de afgelopen jaren veel geld gestoken in innovatie van hun bedrijf, maar “daar worden we nu voor gestraft”, stelt Van Leeuwen. Het plan-MacSharry, dat voorziet in inkomenssteun voor boeren die straks getroffen worden door de produktiequota en de lagere prijzen, geldt volgens hem alleen voor kleine boeren “en die zijn in Nederland bijna niet meer te vinden”.

Hoe groot de onzekerheid bij de melkveehouders op dit moment ook is, Van Leeuwen piekert er niet over zijn boerenbedrijf, dat sinds het begin deze eeuw van vader op zoon is overgegaan, op te geven. “Ik ben als boer geboren en grootgebracht en ik hou van mijn land en mijn koeien. Geen enkele GATT-afspraak kan daar verandering in brengen.”