Landbouw blijft tijdbom onder Gatt-akkoord

ROTTERDAM, 26 NOV. Na twee jaar vertraging en het verstrijken van verscheidene deadlines is het nog steeds onzeker of de wereld vóór het einde van het jaar een nieuw Gatt-akkoord over liberalisering van de wereldhandel zal hebben. Want hoewel met het landbouwakkoord tussen de EG en de VS het belangrijkste obstakel in het Gatt-overleg uit de weg is geruimd, zijn het thans het dreigende Franse veto, gemor van boeren in heel Europa en Japanse rijst die het spoedig welslagen van de Uruguay-ronde in gevaar brengen.

Vandaag zijn de Gatt-onderhandelingen in Genève hervat, nadat deze bijna een jaar hadden stilgelegen door de vete tussen de Amerikanen en de EG. Op tafel ligt het 436 pagina's dikke ontwerp-akkoord dat Gatt-directeur Arthur Dunkel vorig jaar december presenteerde. De vertegenwoordigers van de 108 bij de Gatt betrokken landen hebben een maand de tijd om 28 akkoorden te sluiten, verdeeld over vier deelgebieden: verdere openstelling van de markten (de importtarieven moeten gemiddeld ruim 30 procent omlaag, diensten en intellectueel eigendom - die nog niet eerder onderwerp waren van een Gatt-akkoord - strengere handelsregels (tegen subsidie en dumping bij voorbeeld) en de versterking van het instituut Gatt. Vooral op de eerste twee terreinen valt nog heel wat te doen.

Dunkel drong er vandaag bij de hervatting van het overleg op aan om voor het einde van het jaar tot een algeheel akkoord te komen. Diplomaten menen dat Dunkel de datum van 23 december in zijn hoofd heeft. Lukt het niet om vóór die tijd tot overeenstemming te komen, dan wordt het moeilijk om het akkoord via de zogenoemde fast track-procedure (dat wil zeggen zonder amendementen en dus zonder vertraging) door het Amerikaanse Congres te loodsen. EG-commissaris Andriessen meent dat vóór 31 december alleen een "politiek' akkoord haalbaar is, maar dat een volledig akkoord niet gereed is voor die tijd. Dunkel zelf zei enkele dagen geleden er van uit te gaan dat het akkoord pas in februari rond is.

Gemakkelijk zal het laatste staartje van de al zes jaar durende Uruguay-ronde niet worden, menen ingewijden. Volgens Dunkel wordt het “hard werken” en is er “veel politieke wil” nodig. Dat laatste is een nauwelijks verholen verwijzing naar de halsstarrige houding van de Fransen, die het landbouwakkoord tussen de VS en de EG afwijzen en een Gatt-akkoord dreigen met een veto als het tegen hun "vitale belangen' ingaat. Hoewel de Fransen officieel niet beschikken over een veto omdat handelsverdragen onder de bevoegdheid van de Europese Commissie vallen, komen de onderhandelingen in Genève door de dreigementen toch onder druk te staan. Immers, zonder overeenstemming over de landbouw-kwestie kan er geen sprake zijn van een Gatt-akkoord.

Het ontwerp-Gatt-akkoord over de landbouw omvat een aantal maatregelen: vermindering van de subsidie aan landbouwers; betere markttoegang van buitenlandse produkten en omzetting van non-tarifaire handelsbarrières in tarieven; verlaging van de exportsubsidies voor landbouwprodukten en minder export van gesubsidieerde produkten.

In het landbouwakkoord tussen de EG en de VS is afgesproken dat de gesubsidieerde export van landbouwprodukten met 21 procent omlaag moet. Voorts wordt de produktie van oliehoudende zaden in de EG aan banden gelegd. Dat doet pijn voor de EG, maar gaat aanzienlijk minder ver dan Dunkels voorstel om de subsidies volledig af te schaffen.

Desondanks waren de afspraken zeer tegen de zin van Frankrijk, de belangrijkste EG-exporteur van agrarische produkten, omdat ze verder zouden gaan dan de afspraken die in mei werden gemaakt bij de hervorming van het EG-landbouwbeleid. De Fransen eisen compensatie, zoniet dan zal het akkoord worden getroffen door een Frans veto. Parijs zal van de beschikbare tijd gebruik maken om bij de andere EG-landen aan te dringen op compensatie.

Om de psychologische druk op te voeren, heeft de Franse premier Bérégovoy laten weten dat Parijs zich pas zal buigen over een veto als het Gatt-akkoord rond is. Biedt de overeenkomst voldoende compensatie (bij voorbeeld in de dienstensector) voor het verlies dat de Franse boeren menen te lijden door vermindering van de subsidies, dan zal Frankrijk akkoord gaan. Zoniet, dan zal een Frans veto het Gatt-akkoord, zodra het ter ratificatie naar Brussel is gestuurd (de EG-leden zijn als blok vertegenwoordigd in de Gatt) onderuit halen. Want, zo zegt een bron in Genève, van een akkoord zonder instemming van de EG, het machtigste handelsblok ter wereld, kan geen sprake zijn. Zo blijft de landbouw een tijdbom onder het Gatt-akkoord in wording.

Zalvende woorden van de Amerikaanse handelsgezante Carla Hills, dat het Amerikaans-Europees landbouwakkoord “wereldwijd een enorme opluchting betekent” en dat ze “voorvoelt dat de Fransen akkoord zullen gaan met oog op hun eigen bestwil” hebben nog weinig uitwerking gehad. Integendeel, het verzet van de Franse boeren is overgeslagen naar diverse andere landen. Zo hebben ook de Duitse en Deense boeren hun regering opgeroepen het akkoord te dwarsbomen en heeft de Portugese minister van handel, Faria de Oliveira, gezegd dat het “normaal is dat Frankrijk gebruik maakt van zijn vetorecht als het land vindt dat zijn vitale belangen worden geschonden. De "steunbetuigingen' van Italië en Ierland waren meer verhuld: "De Franse weigering mag niet te licht worden opgevat' en "de stem van Frankrijk speelt een centrale rol in de Europese eenwording'.

Minder steun krijgt de regering in Parijs van de nationale pers. Het dagblad Libération brieste deze week in een hoofdartikel: “Zeg nooit meer dat Frankrijk de vierde industriële macht ter wereld is. Onze successen op het gebied van dienstverlening, luchtvaart, transport, chemie, telecommunicatie en luxe goederen zijn waardeloos; de sterke franc, die ieders afgunst opwekt, kan in de vuilnisbak. We zijn een agrarisch land en niets anders. Aan het motto vrijheid, gelijkheid en broederschap moeten we het begrip "landbouwschap' toevoegen.” Le Monde schreef over Frankrijk als “het eiland van wijsheid en stabiliteit” in de Europese chaos dat de hoop op eenwording voorgoed zou wegblazen met een veto.

Maar niet alleen de Europese agrariërs, ook de machtige Japanse rijstboeren, belangrijke stemmenleveranciers van de regerende Liberaal Democratische Partij, zetten succesvolle afronding van de Uruguay-ronde op het spel. Zij weigeren om het totale invoerverbod van rijst om te zetten in importtarieven, zoals de Gatt voorschrijft. De machtige industrie-lobby daarentegen ziet veel heil in vrijere handel en heeft de regering opgeroepen mee te werken aan een Gatt-akkoord. Tokio zit dus met een probleem en vond de volgende oplossing: het verwelkomde het landbouwakkoord tussen EG en VS en wees opheffing van het rijstimportverbod af.

Het landbouwakkoord komt mogelijk nog ter sprake op een extra vergadering van de ministers van landbouw en medio december op de EG-top in Edinburg. Aan de overige EG-partners de taak om de Fransen te overtuigen van het nut van het akkoord. Waarnemers verwachten dat Franrkijk zal bijdraaien om gezichtsverlies te voorkomen. Mocht een Gatt-akkoord toch op losse schroeven worden gezet door een Frans veto, dan wordt een broodnodige impuls van 4.000 miljard dollar per jaar onthouden aan de zwakke wereldeconomie. Zo bezien is het maar de vraag of het langverwachte landbouwakkoord tussen de VS en de EG op de lange termijn ook winst oplevert.

    • Friederike de Raat