Hof wijst Nederland op te trage rechtsgang

DEN HAAG, 26 NOV. Een hausse van strafverminderingen en niet-ontvankelijkheidsverklaringen in vele strafzaken, dat verwacht advocaat mr. G. Spong na een uitspraak van het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg. Nederland werd gisteren door het hof op de vingers getikt over de veel te trage rechtsgang. Het hof achtte de klacht terecht van iemand die werd verdacht van uitlokking van moord, en ruim vier jaar moest procederen om in laatste instantie een beslissing over zijn zaak te krijgen. De Nederlandse Staat moet de man een schadevergoeding van ruim 10.000 gulden (gelijk aan de proceskosten) betalen.

De praktische betekenis van de uitspraak van het Europese hof is volgens mr. G. Later, de Haagse advocaat van de man, dat de rechterlijke instanties in Nederland sneller moeten gaan werken. Daarmee zou ook de onwenselijke consequentie worden voorkomen dat verdachten langdurig in huizen van bewaring moeten verblijven.

De verdachte werd in januari 1983 gearresteerd op verdenking van uitlokking van moord. Hij werd in mei dat jaar veroordeeld tot twaalf jaar gevangenis. In beroep bij het Haagse gerechtshof werd het vonnis bekrachtigd. In mei 1985 verwees de Hoge Raad de zaak terug naar het Amsterdamse hof. Daar werd de man in oktober 1985 veroordeeld tot 10 jaar cel. Zijn poging om de zaak wegens overschrijding van de redelijke termijnen in de rechtsgang ongeldig te laten verklaren door de Hoge Raad werd in 1987 afgewezen.