H.J. DE KOSTER 1914-1992; Liberaal politicus

Oud-minister van defensie H.J. de Koster is dinsdag op 78-jarige leeftijd in zijn woonplaats Wassenaar overleden. Hij wordt zaterdag in Oegstgeest begraven.

De oud-verzetsman en ex-directeur van de Leidse meelfabriek De drie sleutels gold in de politiek als een “echte exponent van het bedrijfsleven”. Van 1961 tot 1967 was hij voorzitter van het Verbond van Nederlandse werkgevers. Men kende hem echter ook als “liefhebber van het goede leven”, die veel oog had voor de cultuur. Hij was lange tijd voorzitter van de vereniging Rembrandt en voorzitter van Europa Nostra, een organisatie voor bescherming van het internationale cultuurgoed.

De Koster is vooral bekend geworden door zijn onverwachte ministerschap van Defensie in het kabinet-Biesheuvel (1971-1973). Zijn politieke carrière begon met het Kamerlidmaatschap voor de VVD in 1967, dat spoedig beëindigd werd toen hij in datzelfde jaar in het kabinet-De Jong (1967-1971) staatssecretaris van buitenlandse zaken werd. In 1971 werd niet de succesvol opererende De Koster, maar KVP-leider Schmelzer opvolger van Luns als minister van buitenlandse zaken. Als minister van defensie kreeg De Koster te maken met acties van dienstplichtigen tegen de groetplicht en voor de vrijheid om lange haren te dragen. De Koster hield echter vast aan enige vorm van groetplicht “ter handhaving van het formele gezag”. Overigens werden juist onder hem de defensieuitgaven verlaagd.

Na zijn ministerschap was hij VVD-Kamerlid van 1973 tot 1977, in welke hoedanigheid hij het kabinet-Den Uyl “marxistisch-socialistisch” noemde. Daarna was hij lid van de Eerste Kamer (1977-1980), voorzitter van de Assemblee van de Raad van Europa (1978-1981) en lid van de Raad van State in buitengewone dienst (1980- 1984).