Gedragscode onderzoekers betekent censuur achteraf

Een half jaar geleden hesen de biologen in Nederland zich op het standbeeld van Hippocrates en stelden een gedragscode voor hun beroepsuitoefening vast. Deze code bevat ethische regels over dierproeven, milieu en bedreigde levensvormen. De biologie zelf moet door biologen worden hooggehouden en zij mogen zich niet afzetten tegen bepaalde onderdelen van de biologie. Op straffe van een officiële berisping mag een bioloog niet roepen: "Genetici zijn gek!' "Chemici zijn gek!', mag wel binnen het kader van dit tuchtrecht, al loopt men dan de kans voor de rechter gesleept te worden door de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging, die opkomt voor het al zo gehavende imago van de chemie.

Inmiddels woekert de hippocratomanie voort. De Stichting Bio-Wetenschappen en Maatschappij zag in de affaire-Buck aanleiding voor nieuw tuchtrecht en heeft de Federatie van Medisch Wetenschappelijke Verenigingen meegekregen. Bij de Federatie zijn circa dertig wetenschappelijke verenigingen aangesloten met een totaal ledental van ongeveer 12.000. Niet-aangesloten verenigingen en werkgevers mogen zich bij de code aansluiten.

De code is minder hoogdravend dan die van de biologen en gaat alleen om de presentatie van biomedisch onderzoek in de media. De commissie gedragscode zal alleen de publikatie van weerwoorden en rectificaties bevorderen. Al deze officiële drukte, waaraan duizenden onderzoekers onvrijwillig zijn onderworpen, gaat om de naleving van de volgende regels: Onderzoekers moeten zich bij informatie over onderzoek beperken tot hun terrein van expertise. Als zij hun mening geven over zaken die daartoe niet behoren, dienen zij dat duidelijk te maken. Bij de presentatie van (te verwachten) onderzoeksresultaten moeten zij zorgvuldig te werk gaan. Zij zullen trachten te voorkomen dat hun uitspraken op gespannen voet met de waarheid staan, onnodig angst veroorzaken of valse verwachtingen wekken. Zij zullen geen voorbarige uitspraken doen of een voorstelling van zaken geven die niet overeenkomt met de feiten of stand van wetenschap danwel met de maatschappelijke werkelijkheid. Voor zij met hun onderzoeksresultaten in de publiciteit treden, zullen zij deze voorleggen aan vakgenoten.

Al deze regels zijn vanzelfsprekend, ook al zijn zij vaag en daardoor tamelijk vergaand. Is bijvoorbeeld voortaan een positieve berichtgeving over alternatieve geneeskunde door wetenschappers verboden? Daar kan men voorstander van zijn, maar dat moet men niet afdwingen. Niet alleen de inhoud van de code, maar ook de controle op de naleving druist in tegen de manier waarop men met de vrijheid van meningsuiting moet omspringen. Als deze milde censuur-achteraf eenmaal is aanvaard, kan men de bevoegdheden van de gedragscommissie gaandeweg groter maken.

Hoe gemakkelijk kan zo'n gedragscode niet misbruikt worden om een onwelgevallige opinie te onderdrukken. Was er onlangs niet een universiteit, die een docent schriftelijk heeft bedreigd in verband met een opiniërend artikel in deze krant? De eigen verantwoordelijkheid en vrijheid van meningsuiting van wetenschappers (en ook van niet-wetenschappers) is te kostbaar om te onderwerpen aan experimenten met goedbedoelde gedragscodes. Moeten we de onderzoekers dan maar hun gang laten gaan en ontsporingen à la Buck accepteren? Ja, dat is het meest doeltreffend. Buck is het beste voorbeeld van wat er gebeurt met ernstige overtreders: Hij is uit zijn ambt en zijn functies gezet en door de wetenschap verstoten. Als dat niet afschrikt, dan zal de nieuwe gedragscode dat zeker niet doen. Wij kunnen niet voorkomen dat dergelijke incidenten soms optreden. Het is een geringe prijs voor het behoud van onze vrijheid.

Er is één voordeel verbonden aan naleving van de code: We zullen verschoond blijven van berichten over het broeikaseffect, want die veroorzaken onnodig angst en niemand weet of zij overeenkomen met de feiten.