Federale parlement in Praag stemt in met opheffing van de federatie; Scheiding Tsjechoslowakije bekrachtigd

PRAAG, 26 NOV. De constitutionele kogel is dan eindelijk door de kerk. Gisteren heeft het parlement van de Tsjechoslowaakse federatie zijn allermoeilijkste beslissing genomen: het hechtte zijn goedkeuring aan het wetsontwerp waarbij de federatie, en daarmee ook het federale parlement, per 31 december 1992 wordt opgeheven.

Met het aannemen van de wet op de beëindiging van de 74 jaar oude federatie is de weg vrijgemaakt voor de ordelijke, want wettelijk geregelde scheiding van de twee landsdelen, waarover de Tsjechische premier Václav Klaus en zijn Slowaakse tegenhanger, Vladimr Meciar in juni van dit jaar een akkoord hadden bereikt.

In dat akkoord was ook opgenomen dat die scheiding voorafgegaan zou kunnen worden door een referendum. Aan Slowaakse kant was de bedoeling dat dat referendum zou worden gehouden nadat de scheiding een feit zou zijn, aan Tsjechische kant werd een referendum - in elk geval door de regeringspartij ODS - al bij voorbaat als irrelevant beschouwd.

De linkse Tsjechische partijen hebben tot het laatst vastgehouden aan een volksstemming over de vraag of de federatie al of niet zou moeten worden voortgezet. Maar het onthechtingsproces is in de afgelopen maanden al zover voortgeschreden dat de publieke opinie nauwelijks meer geloofde in een bijeenblijven van de twee landsdelen. Volgens de laatste opiniepeilingen is een kleine meerderheid van Tsjechen en Slowaken weliswaar nog steeds vóór instandhouding van de federatie, maar een grote meerderheid is van mening dat de scheiding onvermijdelijk is, gezien de volkomen tegengestelde oriëntaties van de regerende partijen in Slowakije en de Tsjechische landen.

In dat opzicht weerspiegelde de gang van zaken in het federale parlement exact de stemming onder het volk, zij het dat allerlei politieke en persoonlijke overwegingen een rol hebben gespeeld bij de uiteindelijke stemming. Bij twee eerdere stemmingen in de twee huizen van het federale parlement, op 1 oktober en 19 november, werd de benodigde tweederde meerderheid niet gehaald, vooral als gevolg van verzet van de linkse Tsjechische partijen, die bleven vasthouden aan het referendum, en van Slowaakse afgevaardigden, die het beeld overeind trachtten te houden dat het niet de Slowaken zijn geweest die de federatie de doodsteek hebben gegeven.

Uiteindelijk is dan de benodigde meerderheid behaald, zij het op het nippertje. Uitgebreid lobbyen is er aan te pas gekomen om weifelende parlementariërs over te halen vóór het wetsontwerp te stemmen, of zich althans van stemming te onthouden. De laatste barrières zijn overwonnen door de belofte aan Tsjechische zijde dat werkloos geworden federale parlementsleden boven de veertig jaar voorlopig automatisch zitting zouden kunnen krijgen in de nieuw op te richten Senaat, terwijl in Slowakije ruimte voor overbodig geworden parlementariërs is beloofd in de Nationale Raad, het Slowaakse parlement.

Vandaag een week geleden had de Tsjechische Nationale Raad (parlement) uit voorzorg alvast een resolutie aangenomen die inhield dat de Tsjechen wat betreft hun grondgebied “volledige verantwoordelijkheid voor de staatsmacht” op zich zouden nemen voor het geval de stemming van gisteren opnieuw negatief zou zijn uitgevallen. Die manoeuvre was illustratief voor de groeiende frustratie aan Tsjechische kant over het federale orgaan dat, in de woorden van vice-premier Jan Kalvoda, over geen enkel gezag meer beschikte sinds de Slowaken enkele maanden geleden eenzijdig de soevereiniteit hadden uitgeroepen en hun eigen grondwet hadden aangenomen.

Het was dan ook geen wonder dat het vooral de afgevaardigden van Klaus' ODS waren die gisteren de uitslag van de stemming begroetten met enthousiast applaus, terwijl de leden van Meciars beweging voor een democratisch Slowakije (HZDS) hun volkslied begonnen te zingen en met hun vlag zwaaiden. Een afgevaardigde van de SNS, de nationalistische partij van Slowakije, noemde de dag van gisteren “de mooiste dag van mijn leven”, omdat nu eindelijk de Slowaken eigen verantwoordelijkheid zouden krijgen voor het bestuur van hun land.

Maar er waren ook politici, vooral ter linkerzijde, die de 25ste november 1992 eerder wilden vergelijken met andere data die noodlottige gevolgen hebben gehad voor het land: München 1938, 1948, 1968. Ook het Tsjechische dagblad Lidove Noviny (“De federatie ligt nu in haar doodskist”) stond stil bij het feit dat “de staat waarin het overgrote deel van de bevolking is geboren en waarin zoveel goede mensen hun beste krachten hebben geïnvesteerd, nu niet meer bestaat”.

De tevredenheid bij de regeringspartij werd tot uitdrukking gebracht door premier Klaus, die erop wees dat de uitslag een “belangrijk signaal” en “een geruststellend gebaar” voor de buitenwereld is omdat die ten onrechte vaak de situatie in het uiteenvallende Tsjechoslowakije vergelijkt met Joegoslavië en de voormalige Sovjet-Unie.

Volgens Klaus waren de betrekkingen tussen Tsjechen en Slowaken gedurende het onderhandelingsproces over het einde van de gemeenschappelijke staat eigenlijk verbeterd. “Helaas hebben we de ontbinding nodig gehad om tot betrekkingen van gelijkwaardigheid te komen”, zo zei de premier.