Erven houden veiling bij Christie's tegen; Beslag op schilderijen Felix Nussbaum gelegd

ROTTERDAM, 26 NOV. Bij het veilinghuis Christie's in Amsterdam heeft de deurwaarder vanmorgen zogenoemd conservatoir beslag gelegd op acht schilderijen van de joodse schilder Felix Nussbaum. Dat betekent dat de geplande veiling van deze schilderijen op 10 december geen doorgang zal vinden. Dat heeft de advocaat van de erven Nussbaum vanmorgen bevestigd.

De werken waren op de veiling ingebracht door een inwoner uit Tiel, die ze had geërfd van een tante. Deze vrouw zou de schilderijen tijdens de oorlog ten geschenke hebben gekregen van de ouders van schilder Felix Nussbaum, die naast haar woonden in Amsterdam. Na de Kristallnacht was het echtpaar Nussbaum van Osnabrück naar Nederland gevlucht. Later werden ze in Auschwitz vergast. De enige overlevenden van de familie Nussbaum, twee in Israel woonachtige nichten van de schilder, die na de oorlog als enige erfgenamen van de familie zijn erkend, vechten het eigendomsrecht aan.

Felix Nussbaum (1904-1944), zoon van een handelaar in ijzerwaren uit Osnabrück, volgde in de jaren dertig een schildersopleiding in Hamburg en Berlijn. Door zijn succesvolle tentoonstellingen kreeg hij in 1932 een beurs voor de Villa Massimo, de Duitse academie in Rome. De opkomst van nazi's maakte het hem onmogelijk kort daarna terug te keren naar Berlijn, waar zijn atelier en schilderijen inmiddels in vlammen waren opgegaan.

Hij vertrok naar België, maar kwam vandaar als "vijandige vreemdeling' terecht in een interneringskamp in Zuid-Frankrijk. Na een ontsnapping dook hij onder in Oostende en later in Brussel. Vijf weken voor de bevrijding van Brussel werden Felix Nussbaum en zijn vrouw alsnog door de nazi's gedeporteerd naar Auschwitz, waar ook zij moeten zijn vergast.

De schilderijen laten behalve stadsgezichten en een stilleven ook een portret van zijn vader en enkele zelfportrettten zien. In diep-bruine en -mauve tinten schilderde Nussbaum zichzelf als gevangene in een concentratiekamp, omringd door botten en uitgemergelde mensen. Op een ander doek staat "De vluchteling' afgebeeld, een eenzame man met het hoofd in de handen, gezeten aan een lange tafel waarop alleen nog een wereldbol staat.

Volgens Christie's werden de acht omstreden schilderijen, die 10 tot 15.000gulden hadden moeten opbrengen, tot voor kort als verloren beschouwd. De huidige eigenaar, K., die niet met name genoemd wil worden, zegt dat de doeken tijdens de oorlog ten geschenke zijn gegeven aan zijn tante. Over de herkomst van het werk is in zijn familie niet gesproken. “Later hingen twee schilderijen bij mijn vader thuis. De andere lagen ingepakt op zolder. Het waren geen interessante schilderijen om op te hangen. Dat zelfportret vond ik nogal triest”.

K. wist niet beter, zegt hij, of de doeken waren het rechtmatige eigendom van zijn vader geworden. Hijzelf kreeg de schilderijen in 1985 in bezit. De afgelopen jaren is hij, naar eigen zeggen, vergeefs op zoek geweest naar gegevens over de schilder. Aan Nussbaums werk wijdde het Goethe-Instiuut in Brussel in 1982 een omvangrijke tentoonstelling, die uitvoerig in deze krant is besproken.

Een eerdere poging om de doeken te laten veilen mislukte, omdat het desbetreffende veilinghuis niet geïnteresseerd bleek. K. vermoedde mede daarom dat Nussbaums werk onbeduidend was. Christie's daarentegen toonde zich afgaande op K.'s foto wél geïnteresseerd. In 1990 al hadden drie andere doeken van Nussbaum uit het bezit van K.'s tante een totaalbedrag van een ton bij Christie's opgebracht. K. vond het destijds onfatsoenlijk om bij zijn tante naar de opbrengst te informeren.

Toen Christie's opnieuw een aanzienlijke opbrengst voorspelde, besloot K. definitief tot veiling over te gaan, want “voor een particulier is het niet aantrekkelijk om kostbare schilderijen in huis te hebben, je moet ze ook verzekeren”. K. is niet bereid de doeken terug te geven aan Nussbaums nichten in Israel, “want volgens Christie's hebben ze wel wat bezittingen van de familie”. Een schikking acht hij op dit moment “een zwaktebod”.

K. hoopt dat uiteindelijk een museum de doeken zal kopen. Met name Nussbaums zelfportret hoort, naar zijn zeggen, in een museum thuis. Op de vraag waarom hij dat doek niet zelf aan bijvoorbeeld het Joods Historisch Museum in Amsterdam schenkt, antwoordde K. dat hij nu gebonden is aan afspraken met Christie's. “Ik vind het vreselijk moeilijk om daar nu over te beslissen. Als ondeskundige zoek ik steun bij Christie's”.

Auguste Nussbaum, een van Nussbaums nichten in Israel, denkt er niet aan om de schilderijen te kopen. “Het is ons eigendom en wij zullen ervoor doorvechten.” Ze herinnert zich nog precies waar de doeken hingen. “Ik kwam vaak bij mijn oom op bezoek. Ze hadden nog veel meer werken. Mijn oom en tante waren zeer gehecht aan de schilderijen van hun zoon. Het is onmogelijk dat ze zomaar elf werken hebben weggegeven”. Auguste Nussbaum bezit slechts een schilderij van de familie, haar zuster niets. Werken van Felix Nussbaum hangen wél in een museum in Osnabrück.

De aanspraken van Nussbaums nichten zijn zowel volgens het oude als het nieuwe Burgerlijk Wetboek, dat 1 januari van kracht wordt, verjaard. Mr.G. Kemper, advocaat van de nichten, denkt daar anders over. “Ik vind het alleszins verdedigbaar”, aldus Kemper, “om de verjaringstermijn te laten ingaan op het moment dat de schilderijen opduiken en op het moment dat diegene die pretendeert eigenaar te zijn, bekend is. Er is dus geen sprake van verjaring”.

De Commissie Joods Erfgoed, die zich ervoor inzet om goederen en gelden van tijdens de oorlog weggevoerde joodse burgers terug te brengen naar de joodse gemeenschap, stelt “alles in het werk” om de veiling van Nussbaums werken te voorkomen. De commissie acht het “verwerpelijk dat de bezittingen niet onmiddellijk aan de nabestaanden ter hand worden gesteld”. Zij wil eigenaar K. in Tiel ervan overtuigen dat op morele en ethische gronden niet hij maar de nabestaanden als eigenaren van de collectie moeten worden beschouwd. “Ook vijftig jaar na dato blijft joods bezit joods eigendom. De joodse gemeenschap heeft reeds genoeg verloren”, zo verklaarde de commissie vanmorgen.