Eigenaars naaiateliers eisen meer personeel

AMSTERDAM, 26 NOV. Vijftien Turkse eigenaars van confectiebedrijven hebben gisteren bij het Amsterdamse arbeidsbureau geprotesteerd tegen het tekort aan legaal personeel voor hun sector. Ze werden ontvangen door directeur C. Pot van het Regionaal Bureau van de Arbeidsvoorziening. De atelierhouders verwijten het arbeidsbureau niets te doen aan hun dringende vraag naar gekwalificeerd personeel.

Aanleiding tot het initiatief van de ondernemers zijn de regelmatige invallen, de laatste tijd in confectiebedrijven. “We worden gedwongen met illegale arbeidskrachten te werken omdat er tot nu toe niets terecht is gekomen van alle voornemens om legale werknemers voor de bedrijfstak op te leiden”, betogen de atelierhouders.

In 1989 werd al een beleid uitgestippeld om te zorgen dat meer legale werknemers in de confectie zouden gaan werken. Naast repressie van illegalen zouden er ook scholingsprojecten voor werklozen moeten komen. Twee jaar later was in Amsterdam nog steeds niets van de grond. Uiteindelijk vond het arbeidsbureau 12 werklozen bereid om zich te laten opleiden. Acht van hen gingen in januari dit jaar daadwerkelijk in een confectiebedrijf werken.

“Een druppel op de gloeiende plaat”, meent M. Ayranci, een van de atelierhouders. Al jaren probeert hij via het arbeidsbureau aan personeel te komen. “Het is bij ons weggerationaliseerd”, geeft directeur Pot van het arbeidsbureau toe. “Het beroep staat niet hoog in aanzien en we hebben er weinig aan gedaan om mensen te interesseren.”

De atelierhouders hebben nu 60 vacatures aangeboden. Pot heeft beloofd een "zoekactie' te zullen houden. “We zullen onze stinkende best doen om mensen te vinden”, zegt hij. “Maar ik denk niet dat het veel zal opleveren.” Toch vind Pot dat “je het niet kan maken” om illegalen voor deze sector te legaliseren, zoals de atelierhouders tevens voorstelden.