Dwingelo

Hoe was het ondertussen in Drente? In Drente was het ondertussen rustig. Zes uur rondgesjouwd in de buurt van Dwingelo, bijna geen mens gezien. Bos, vennen, heidevelden.

Tussen de middag ging ik op een kopje zitten. Daar was een strookje hei met jonge loten. Daar lagen heuveltjes met gletsjertongen van zand. Daar stond een absurde massa jeneverbes, hermetisch gesloten struiken, net gestolde geesten. Dit alles tegen een achtergrond van hoogopgeschoten dennen met parasolkruinen.

De lucht was zacht, maar de hemel had die kille, onverschillige helderheid al van de winter. Hier en daar een veegje blauw, nu en dan wat zon.

Ik at brood, dronk thee en rookte een sigaar. Er riep een Vlaamse gaai. Er kwam een vliegje op mijn knie zitten - het was weer weg toen ik het wilde beschrijven.

Ook het lieveheersbeestje dat te voorschijn kwam uit een plooi in de mouw van mijn jas had aanvankelijk weinig van een gebeurtenis. Zeven stippen.

Ik wou het naast me op een struikje zetten, maar daar zat al een lieveheersbeestje, wel drie zaten er, wel zes, zeker vijftig, een hele divisie was het. Allemaal zevenstippig, allemaal bezig met kruipen, zoeken, rollen en tuimelen.

Als een historiestuk. De Slag bij Verdun, opgevoerd door het gezelschap Coccinellidae.