Directeur Giesbers (93): "Het is tijd om het rustiger aan te doen'; Topman van kledingketen Meddens neemt na 75 jaar afscheid

WARMOND, 26 NOV. Ouder dan de eeuw is de heer J.B.W.A. Giesbers en het is hem totaal niet aan te zien. Hij werd op 29 januari 1899 geboren, een dag na de opening van het eerste filiaal van herenmodezaak Meddens in Den Haag. Giesbers en Meddens bleken toen al tot elkaar voorbestemd. Als jongen wilde Giesbers veearts worden, maar zijn beide ooms Jan en James Meddens, die geen mannelijke nazaten hadden, lieten hun oog op hun energieke neef vallen en boden hem een bliksemcarrière in het bedrijf.

In 1917 trad Giesbers aan als verkoper met een salaris van 75 gulden per maand. Deze maand is dat 75 jaar geleden, voor Giesbers aanleiding om in een persbericht te laten weten dat hij zich terugtrekt uit de dagelijkse leiding van het bedrijf “om het wat rustiger aan te doen”. Daarmee komt een einde aan een directeurschap van zeventig jaar, een unicum in het Nederlandse bedrijfsleven.

Giesbers werd in 1922 op 23-jarige leeftijd directeur van Meddens, toen de ooms Jan en James besloten op de comfortabele leeftijd van 37 en 44 jaar prettig te gaan rentenieren. Ze lieten de zaak, naar spoedig bleek, in goede handen achter. “Ik was kennelijk een vrij bijdehante knaap,” zegt Giesbers, gekleed in een onberispelijk krijtstreepje, en steekt nog eens een sigaartje op.

Giesbers ziet er uit alsof hij geen dag spijt van zijn werkzame leven heeft gehad. Met zijn twee dochters, die ook al weer jaren in de directie zitten, bewoont hij een stemmig boerderijachtig huis in Warmond, bewaakt door een oude bokser en een troep ganzen en zwanen. De sfeer in de woonkamer is ontegenzeggelijk Meddens: voornaam maar toch een tikje ingetogen, stijlvol en zeer verzorgd. Giesbers toont een foto uit 1917, toen hij als verkoper in dienst trad bij Meddens: een onberispelijke jongeman met slobkousen, een kaarsrechte vouw in de broekspijp, een degelijke winterjas met fluwelen kraag, een paraplu en bolhoed. “In de herenmode gaf Engeland in die tijd de toon aan.”

Oom James en oom Jan waren de derde generatie in het kledingbedrijf, dat in 1830 te Rotterdam werd opgericht. Op het veel kleinere Van der Steur in Haarlem na is Meddens nu Hollands oudste kledingzaak. Toen Giesbers in het bedrijf kwam, verkocht Meddens uitsluitend heren- en kinderkleding, voor driekwart op maat gemaakt door tientallen coupeurs en kleermakers. Een goedkoop pak kostte 75 gulden, een goed pak 150 gulden en een duur kostuum deed 175 gulden. De concurrentie was groot, Nederland kende tal van kledingzaken. Confectie bestond nog nauwelijks, wel was er iets dat "abonnementskleding' heette. “De klant nam een abonnement op, laten we zeggen, twee kostuums en een winterjas. Hij verplichtte zich dan die in de loop van het jaar af te nemen en betaalde maandelijks iets af. Dat was goedkoper.”

Oom Jan en oom James stuurden de jonge Giesbers onmiddellijk naar Parijs en Londen, om zijn talen te leren. Als inkoper zou hij immers veel naar het buitenland moeten. Hij werkte een half jaar in een chique herenmodezaak op de Avenue de l'Opéra, waar hij het geluk had dat de chef direct na zijn aankomst ziek werd, zodat hij binnen twee weken de hele zaak in zijn steenkolenfrans moest zien te runnen.

In Londen liep het minder soepel: na de oorlog werd er een "disemployment act" van kracht, die buitenlanders het werken verbood, omdat de uit de oorlog terugkerende werkeloze soldaten eerst aan banen moesten worden geholpen. Met moeite vond hij een betrekking bij een kleermaker op Saville Row. Hij leerde er niks, maar omdat hij veel vrije tijd had, had Londen snel geen geheimen meer voor de jongeman.

Na een jaar keerde Giesbers terug naar Den Haag en toen vonden zijn ooms hem volleerd genoeg voor het directeurschap. “De tijden waren heel anders. Mijn ooms leefden heel royaal, ze kwamen niet veel in de zaak. Ze hebben het lef gehad de zaken aan zo'n jonge knaap op te dragen. Dat was toen verre van normaal, maar ik was erg serieus, ik leefde veel eenvoudiger dan zij.”

Het had trouwens maar een haar gescheeld of Giesbers' loopbaan was totaal anders verlopen: van zijn Italiaanse voorvaderen erfde hij een prachtige stem en hij had zo in Berlijn bij de opera kunnen aantreden. Maar zijn ooms waren wel zo slim geweest hem vóór zijn vertrek naar Parijs een contract te laten tekenen dat hij geen zanger zou worden. Ze hadden niet voor niets in hem geïnvesteerd.

Zo kreeg Giesbers op 23-jarige leeftijd honderd man personeel onder zich. Zijn directeurssalaris was 4000 gulden per jaar. Hij werd ook bijna onmiddellijk voorzitter van de Bond van Herenkledingbedrijven en moest al gauw een staking van de kleermakers het hoofd bieden. “De lonen waren, laten we eerlijk wezen, veel te laag. Ze staakten om een paar centen. De vakbonden waren toen nog niet zo georganiseerd als nu. Het ging er fel aan toe: zes weken lag alles plat. Het was de tijd van Troelstra, de sociale beweging kwam op. Troelstra heeft geprobeerd de macht over te nemen. Dat is niet gelukt en het was natuurlijk ook niks geworden.” Giesbers had het allemaal zien aankomen. Hij begreep dat er iets moest veranderen, maar socialistische sympathieën heeft hij nooit gekoesterd. De Russische revolutie was voor iedereen in die tijd een schrikbeeld. “Ze veranderde alle maatschappelijke verhoudingen. Ieders bezit werd onteigend.”

Elke zaterdag, herinnert Giesbers zich met welgevallen, kwamen de kleermakers achterom hun pakken brengen, wel zo'n zestig per week. Ze kregen per pak betaald. “Het vak werd van vader op zoon doorgegeven, later was er ook een kleermakersschool.” De lonen mochten in de jaren twintig veel te laag zijn, nu zijn ze veel te hoog, meent Giesbers. Dat heeft het kleermakersvak kapot gemaakt. “Een kostuum op maat laten maken kost nu 3000 gulden. Sinds de vrouwen evenveel zijn gaan verdienen als de mannen, zijn de loonkosten in de ateliers veel te hoog geworden. Ze gingen allemaal kapot en de kledingbedrijven weken uit naar Hongkong en Joegoslavië.”

In Rotterdam had Meddens een hele vaste klantenkring. De Hagenezen zijn wat moeilijker, vindt Giesbers. “De Haagse vrouw gaat ook nog weleens bij een ander kijken.” Toch had Meddens in Den Haag veel artistiek volk over de vloer. “Louis Couperus kocht bij ons zijn pakken en modeartikelen. En aan Indiëgangers verkochten we toen tropenkleding.”

Meddens was een herenmodezaak, maar herenkleding was tot voor kort een akelig saai produkt. “Het was constant, maar saai. De vrouw koopt het hele jaar door, maar heren kochten alleen als het gaat vriezen of als de broek versleten is.” De ene herenzaak na de andere is dan ook over de kop gegaan en Giesbers' revolutionaire beslissing om in 1953 ook dameskleding te gaan verkopen, is naar zijn stellige overtuiging de redding van het bedrijf geweest. De herenkleding is inmiddels veel spannender geworden en Meddens verkoopt vandaag de dag ook spijkerbroeken, al heten ze dan keurig blue jeans.

De eerste economische klap kwam, ook voor Meddens, met de beurskrach van 1929. “Alles ging naar de bliksem, niets was meer iets waard. In Rotterdam kreeg de scheepvaart enorme klappen en als de scheepvaart klappen krijgt, lijdt heel Rotterdam. Toen heb ik een kostuum ontworpen voor een hele lage prijs: een pak met twee broeken voor 48 gulden, om mijn klanten tegemoet te komen. Het was een zware tijd, de omzet daalde enorm, de hele maatschappij stond stil en dat duurde wel tot 1935. Ontslagen heb ik niemand, we hebben altijd kans gezien ons aan te passen. In 1935 begon de economie weer aan te trekken, maar toen kwam die Hitler met zijn rotzooi. De oorlog maakte een einde aan de handel: ik kon niet meer reizen en dus kon ik niet meer inkopen. Wij verkochten voor 80 procent import. De oorlog was de totale afbraak, je teerde in op je voorraden. Rommel verkopen wilde ik niet. Op het laatst zetten we, bij gebrek aan kleding, opgezette vogels in de etalage. Ik weet nog dat een boerin ze voor twee mud tarwe van me wilde kopen. In de oorlog begreep ik dat je geen huizen kopen moest, want de bommen bleven vallen. Dus kocht ik een lap grond om mijn geld veilig te stellen. Dat leek een slimme zet, maar na de oorlog werd er een wet van kracht dat wat in de oorlog gekocht was, niet met winst verkocht mocht worden. Dat was logisch, men moest speculatie tegengaan.”

Ongeschonden is Giesbers niet door de oorlog gekomen: de Amsterdamse vestiging werd na veel getouwtrek door de Duitsers gevorderd. En de Rotterdamse zaak werd bij het bombardement van Rotterdam verwoest. Binnen twee weken huurde Giesbers een pand op de Nieuwe Binnenweg. De coupeurs stonden buiten in de tuin onder een afdak hun stof te snijden. Tegen molest was je niet verzekerd. Van de staat kreeg Giesbers een groen briefje met een taxatie van zijn verlies op 2,5 ton. “Voor dat geld heb ik op de Lijnbaan grond gekocht.” Getroffen winkeliers verenigden zich in de Winkelpromenade Lijnbaan. Kort na de oorlog werden daar tegelijkertijd 66 zaken gebouwd en geopend. Vervoersmiddelen waren er nog niet. Giesbers kocht een motor en reed op en neer naar Twente om stoffen te kopen. Met de directeur van Peek & Cloppenburg fietste hij ook weleens op de tandem uit Den Haag naar Amsterdam om zaken te doen. Maar de conjunctuur trok snel weer aan en na de beslissing om dameskleding in de collectie op te nemen, is het Meddens eigenlijk gestaag goed gegaan.

Voor Giesbers kwam het hoogtepunt toen zijn bedrijf bij het honderdvijftigjarig bestaan het predicaat "koninklijk' kreeg toegevoegd. “Hofleverancier waren we al vijftig jaar, al heb ik altijd geleefd met koninginnen, aan wie je geen herenkleding kon slijten. Dat predicaat kun je aanvragen bij de burgemeester. Dan wordt je hele doopceel gelicht. Koningin Juliana heeft ons die eretitel in 1980 verleend.”

Driehonderdvijftig mensen komen zondag in Warmond afscheid nemen van directeur Giesbers. “Als je 75 jaar in de zaak bent geweest, ga je je een beetje generen. Mijn dochters zijn volkomen capabel om de zaak over te nemen. Trouwens, de bedrijfsleiders blijven me dagelijks bellen. Het behoud van het bedrijf is voor mij belangrijker dan de vraag of Meddens een familiebedrijf kan blijven. Op den duur is dat toch niet vol te houden. Maar de familie heeft, daar heb ik wel voor gezorgd, de meerderheid van de aandelen. Vroeger was zakendoen gemakkelijker, maar nu is het interessanter. De oude grootvader Meddens maakte jaar in jaar uit dezelfde geklede herenmantel.” Gevraagd naar Meddens' omzet zegt Giesbers glimlachend: “Ik ben zeer tevreden.” De patriarch in krijtstreep begint volgende week aan zijn memoires.

    • Laura Starink