De heeren zonder eelt zijn in verwarring

Studenten en arbeiders solidair, was op het hoogtepunt van de jaren zestig revolte de leuze. Let op de volgorde: studenten en arbeiders en niet andersom. Zo vertaalde het zich ook in de praktijk. Het geëngageerde deel der studenten wilde nog wel eens betrokken aan de fabriekspoort staan als arbeiders in hun loonstrijd opkwamen voor "gerechtvaardigde eisen'. Arbeiders daarentegen hadden niet echt veel belangstelling als studenten in het kader van hun strijd weer eens een faculteitsgebouw hadden bezet. En toch had Marx het allemaal zo gewild. Want was niet de enige echte tegenstelling die tussen degenen die de produktiemiddelen bezaten en de niet-bezitters? De heersende klasse bezat het kapitaal, de uitgebuite klasse was loonafhankelijk. Niet voor niets werd er om de lotsverbondenheid tussen hoofd -en handarbeiders te benadrukken, juist in die tijd door studenten studieloon geëist.

In de landelijke politiek wilde de revolutie van de straat zich ondertussen maar niet voltrekken. De verkiezingen bleken altijd weer een ontnuchterende ervaring. De CPN die in 1967 bij de Tweede Kamerverkiezingen vijf zetels kreeg, werd vier jaar later beloond met een winst van één zetel. Het jaar daarop was met 4,5 procent van de stemmen, goed voor zeven Kamerzetels, tevens het electorale maximum voor de partij bereikt. Het was toch altijd weer de "burgerlijke' Partij van de Arbeid waar het monsterverbond tussen alle loonafhankelijken het meest gestalte kreeg.

De echte doorbraak leek in 1977 te zijn bereikt toen de PvdA een derde deel van de kiezers achter zich wist te scharen, een succes dat in 1982 bijna werd geëvenaard. Voor partijleider Den Uyl kon het niet op. De "veertig-procent' partij lag in het verschiet, waardoor de PvdA zou uitgroeien tot een macht “zonder welke in feite dit land niet kan worden geregeerd”, aldus Den Uyl in april 1983 op het congres van zijn partij. Om dat te bereiken diende e PvdA een beroep te doen op mensen en groepen die traditioneel buiten het socialisme hebben gestaan, vond hij.

Evenmin als het tweede kabinet Den Uyl is ook die veertig procent partij er gekomen. Het handhaven van de dertig procent leidde er toe dat de PvdA het afgelopen decennium verwordde tot een supermarkt van vaak tegenstrijdige belangengroepen. Alles wat zich "beweging' noemde, kon bij de PvdA terecht. Het werd allemaal gestapeld op het oeroude, doch degelijke fundament bestaande uit arbeiders en, zoals dat al ten tijde van de SDAP heette, de "heeren zonder eelt op hun handen'.

De "heeren zonder eelt' verkeren momenteel in totale verwarring. De aanleiding is het illegalendebat binnen de PvdA. Dat de natuurlijke bondgenoten, wonend in de oude cq gerenoveerde wijken minder "feeling' met de partij hadden, was hen niet ontgaan. En dat het oude electoraat zich behoorlijk in de steek gelaten voelde door de partij, wisten ze ook uit bladen als Vrij Nederland, de Volkskrant en de Haagse Post. Maar dat de politieke leiding van de PvdA er wat aan ging doen, en dan nog wel in de persoon van hun eigen Felix Rottenberg, heeft bij velen toch tot een cultuurschok geleid.

In zijn inmiddels beruchte interview voor de VPRO-radio zei Rottenberg dat je anders dan vroeger, “ook in de PvdA gewoon hardop zegt waar je last van hebt. Dat mocht niet, dat mag niet, maar ik doe het wel”. En, zo zei hij verder nog: strenger en scherper optreden was inderdaad een vernieuwing van het PvdA-beleid. Hij bleek een open zenuw te hebben geraakt. Inhoudelijk viel er weliswaar weinig op zijn opmerkingen af te dingen - een illegaal is een illegaal, het woord zegt al - maar het was de toon. “Juist omdat er geen gemakkelijke uitwegen zijn, moet zonder stemverheffing worden gesproken. Het is beter geen kleine politiekjes te bedrijven met een in alle opzichten groot humanitair vraagstuk”, schreef Paul Scheffer in deze krant. Premier Lubbers zou het hem enkele dagen later in de Eerste Kamer nazeggen. Ook hij vond dat de discussie buiten de partijpolitiek moest worden gehouden.

Het is de vertrouwde oplossing in Nederland-consensusland. Wordt het onderwerp gevoelig dan moet eerst de toon worden aangepast om daarna de zaak te depolitiseren. Het door Bolkestein aangezwengelde minderhedendebat kon ook pas worden gevoerd nadat alle partijen plechtig hadden beloofd dat politiek gewin het enige taboe bij de discussie zou zijn. Het klinkt allemaal heel nobel als de deelnemers in het debat de naam van hun partij bedekken, maar het is niet meer dan het in stand houden van een illusie. Natuurlijk vormen vreemdelingen een politiek onderwerp van de eerste orde. Als er ergens een breed debat over wordt gevoerd, zij het niet altijd even fris en genuanceerd, dan is het wel hierover: van het koffiehuis op het Paul Krugerplein in Den Haag tot en met de Sociaal Economische Raad.

Wat Rottenberg en ook iemand als Kosto wordt kwalijk genomen, is dat zij hebben geantwoord op vragen uit het koffiehuis. Anders gezegd: dat ze lering hebben getrokken uit de desastreuze gemeenteraadsverkiezingen van twee jaar geleden toen de kiezer in de oude wijken de politiek en daarmee vooral de PvdA de rug toekeerde omdat men zich in de steek gelaten voelde. Het "antwoord geven' wordt dan al vaak verward met "stem geven'. Maar dat laatste kan ze nu juist niet worden verweten, tenzij de legalistische opvattingen van Kosto worden gelijkgesteld met xenofobe opmerkingen van de straat.

Het debat is van zijn abstracties ontdaan en dat maakt het voor sommigen moeilijk. Zeker als die mensen tot de PvdA behoren want, zo is nu gebleken het heeft geleid tot een confrontatie tussen de partij-elite zonder eelt en de stem van het traditionele electoraat. De tegenstelling arbeid kapitaal is geen bindende factor meer in de PvdA. En op internationale solidariteit hoeft men zich al helemaal niet te beroepen, want dat was altijd al punt voor maar een beperkte groep binnen de partij.

Het echte breukvlak van de PvdA is nu zichtbaar geworden. Openlijk schampert PvdA vice-voorzitter Vreeman over de “fantastische vrijblijvendheid van de linkse intellectuelen”. Het is juist deze opmerking die kwaad bloed heeft gezet. Hij zei eigenlijk: wat zoeken we nog bij elkaar? Dat vragen de "linkse intellectuelen' zich onder het mom van het illegalendebat nu ook af. De Balkanisering van de PvdA is nog lang niet ten einde.