Als pijn op de borst niet van het hart komt is het vaak de maag

"Eén op de drie patiënten die wordt opgenomen op de hartbewaking met alle tekenen van een hartinfarct blijkt bij onderzoek geen hartafwijkingen te hebben.

Ze worden naar huis gestuurd met de mededeling: "Het is niet het hart'. Toch zijn die mensen wegens ernstige pijnklachten opgenomen. Dat is zeer beangstigend en maakt onzeker.' Zo omschrijft de gastro-enteroloog dr. Henk Lam het probleem van de patiënten met niet-cardiale pijn op de borst. Hij promoveerde onlangs aan de Rijksuniversiteit van Utrecht op het proefschrift "Noncardiac chest pain'.

Uit Lam's onderzoek blijkt dat een groot aantal patiënten met ernstige drukkende pijn onder het midden van het borstbeen die uitstraalt naar de linkerarm en de kaak - bekende waarschuwingssignalen voor een hartinfarct - geen last heeft van het hart, maar van maagzuur of van krampen in de slokdarm. Lam vond dit doordat hij bij patiënten op de hartbewaking 24 uur lang de druk en de zuurgraad in de slokdarm mat.

Opname voor een 24-uursmonitoring is nodig omdat korter poliklinisch onderzoek van de slokdarm op te veel zuur of op spasmen meestal weinig oplevert. Vaak komen de patiënten in een klachtenvrije periode en de kans dat ze dan net een pijnaanval doormaken is niet groot.

In maar liefst 90% van de gevallen werd bij patiënten waarbij het hart als oorzaak van de pijn was uitgesloten bij een pijnaanval een verhoogde zuurgraad of een spasme of een combinatie van beiden geregistreerd. Bij een eerder poliklinisch onderzoek van vergelijkbare patiënten lag dat percentage op slechts 18%. Bij mensen die wegens acute pijn worden opgenomen is de kans op aantoonbare afwijkingen dus veel groter. Een groot voordeel noemt Lam het dat de patiënten eerder de diagnose weten en niet met angstige gevoelens hoeven rond te lopen.

In een redactioneel commentaar op de behandeling van niet-cardiale borstpijn in The Lancet op 7 maart dit jaar wordt een alternatieve aanpak geopperd: gewoon proberen of zuurremmers helpen. Dat zou als pragmatisch alternatief (snel, goedkoop en weinig belastend) wellicht de voorkeur verdienen boven zuurmeting. Lam is het daarmee volstrekt oneens: "Huisartsen doen dat ook vaak. Bij omhoog komen van maagzuur zou dat kunnen helpen, maar bij spasmen reageert slechts eenderde adequaat op therapie. Bovendien denk ik dat het toch belangrijk is dat mensen weten wat hen mankeert.'

Sommige cardiologen lossen het probleem weer anders op. Ze vinden dat uit het verhaal van de patiënt voldoende moet blijken of het hart of de slokdarm opspeelt. Mensen met slokdarmpijnen boeren meestal en proeven brandend maagzuur. Maar volgens Lam zijn er patiënten met teveel zuur in de slokdarm die dat nooit voelen maar wel pijn hebben. Die komen dus met een klassiek hartverhaal. Vaak worden die mensen dan met een nitrobaatje onder de tong behandeld. En dat helpt toevallig ook bij slokdarmspasmen omdat de slokdarm net als de kransslagaderen glad spierweefsel bevat dat door dat middel wordt verslapt.

Henk Lam vindt het onjuist patiënten op die wijze te behandelen: "Weliswaar reageren de meeste slokdarmspasmen niet op therapie, maar er zijn bepaalde stoornissen die wel te genezen zijn en die moet je dus opsporen. Bovendien is het voor veel mensen een enorme geruststelling dat het hun hart niet is en dat ze precies weten wat het wèl is.'