Alleen kleine eenheden nog naar Joegoslavië

DEN HAAG, 26 NOV. Nederland kan niet nog een grote militaire eenheid naar het voormalige Joegoslavië sturen. Daarvoor ontbreekt de nodige mankracht. Wel zullen nieuwe verzoeken van de VN voor inzet van kleinere eenheden zorgvuldig worden bekeken. De beperking geldt niet voor marine en luchtmacht.

Dat zei minister Ter Beek (defensie) vanochtend in de Tweede Kamer bij de behandeling van zijn begroting. Hij is van mening dat het samenstellen van "ad hoc' eenheden van de landmacht voor VN-vredestaken niet optimaal werkt. Het is een van de voornaamste redenen om tot een kleinere landmacht te komen met beroepspersoneel en langverbanders, die overal in de wereld kunnen worden ingezet.

Tijdens de komende bijeenkomst van de defensie-ministers van de NAVO in Brussel zal minister Ter Beek pleiten voor het aanpassen van de "main-defence forces'. De plannen die de NAVO daar vorig voorjaar over maakte, moeten volgens Ter Beek opnieuw geëvalueerd worden na het uiteenvallen van het Sovjet-rijk. Nederland wil haar bijdrage aan de main defence forces tot één bi-nationaal Legerkorps samen met de Duitsers beperken.

CDA, PvdA en VVD zijn voorstander van vergaande samenwerking met Duitsland in een gezamenlijk Legerkorps. Het CDA wil wel dat Nederland de helft van het aantal militairen voor de staf van het Legerkorps levert. Nederland levert één van de drie divisies voor het Legerkorps. Ook de Marine kan van de Kamer met de Duitsers gaan samenwerken, met name de Onderzeedienst en de Marine Luchtvaart Dienst, maar woordvoerders van de drie partijen vroegen de minister wel om de traditionele banden van Nederland met de Britse marine en mariniers niet op te geven.

Een meerderheid in de Tweede Kamer van PvdA en CDA wil dat Nederland straks sneller omschakelt van een leger met dienstplichtigen naar een beroepsleger. Een periode van vijf jaar vindt zij te lang. Zij is bezorgd dat dienstplichtigen niet meer te motiveren zijn als er al een beroepsleger is geformeerd. Ter Beek wil die lange periode (de opkomstplicht zou in 1998 worden afgeschaft en de dienstplicht zou een sluimerend bestaan krijgen) om de Landmacht ruim de tijd te geven om zich voor te bereiden op een kleiner beroepsleger en daar ook ervaringen mee te hebben als dienstplichtigen niet langer hoeven op te komen. D66 bleek in het debat over de begroting van Defensie voorstander van het handhaven van de dienstplicht en steunde het advies van de commissie Meijer.