Wolffensperger: continuïteit D66 in gevaar

DEN HAAG, 25 NOV. Fractievoorzitter H. van Mierlo (D66) bepaalt teveel het gezicht van zijn partij. Daardoor komt de continuïteit van D66 in gevaar.

Dat zegt vice-fractievoorzitter G.J. Wolffensperger in het weekblad Elsevier van deze week. “Ik constateer dat Hans van Mierlo in de beeldvorming voor D66 buitengewoon belangrijk is. Zelfs zo belangrijk dat je je moet afvragen of het wel goed is dat Van Mierlo zozeer het gezicht van de partij bepaalt. Dat is een reëel probleem voor de langere termijn”, aldus Wolffensperger. “De continuïteit van D66 komt in gevaar als de partij niet duidelijk wordt neergezet en de mensen om Van Mierlo heen niet meer aandacht krijgen en in het licht worden geduwd.”

Wolffensperger geldt als een van de belangrijkste kandidaten voor de opvolging van Van Mierlo als partijleider. Ook is hij, net als fractielid J. Kohnstamm, kandidaat voor het fractieleiderschap als Van Mierlo tot het volgende kabinet toetreedt. Over zijn verhouding met Kohnstamm zegt Wolffensperger: “Ik denk dat Jacob en ik op sommige momenten het hoogste woord willen voeren, omdat dat nu eenmaal in ons karakter opgesloten ligt. In onze hoogmoed geloven we over veel dingen te hebben nagedacht; dat betekent dat Jacob en ik weleens luide onze mening verkondigen.”

De huidige vice-fractievoorzitter zegt verder in het interview dat de organisatie van zijn partij geprofessionaliseerd moet worden. Wolffensperger: “D66 heeft meer dan andere partijen een niet-professionele, maar uiterst charmante virjwilligersorganisatie. Het hoofdbestuur, de organisatorische backbone zal slagvaardiger en besluitvaardiger moeten kunnen opereren.”

Ook heeft Wolffensperger kritiek op de manier waarop zijn partij de kandidaatstelling voor de Tweede Kamer regelt. “Soms word ik bevangen door de panische angst dat de volgende fractie 29 juristen, een milieudeskundige en nul sociaal-economen bevat. (-) Het gaat er mij niet om dat ik bepaalde mensen niet lust of bang ben voor nitwits. Waar het mij wel om gaat is dat er een evenwichtige spreiding komt over de diverse disciplines.”