Westerlingen en moslim-fundamentalisten slaan de handen ineen; "Holocaust-ontkenners steeds hechter'

TEL AVIV, 25 NOV. “Zullen we in de toekomst worden geconfronteerd met twéé historische oordelen over de holocaust? Een dat zegt dat er een holocaust was en een ander dat dat ontkent?” Dr. Dina Porath, hoofd van de faculteit van antisemitische studies aan de Tel-Avivse universiteit, vroeg zich dat deze week af. “Ik kan deze vraag niet beantwoorden”, besloot zij haar voordracht over "Antisemitisme en ontkenning van de holocaust' op de campus van de universiteit.

Haar voordracht stond duidelijk in het teken van groeiende ongerustheid over een verband tussen het onder andere in Duitsland en Oost-Europa de kop opstekend antisemitisme en de opkomst van de "revisionistische school', die de holocaust ontkent. Het internationale netwerk van academici en politiek geëngageerden dat erop uit is de holocaust uit de geschiedenis te schrappen wordt volgens dr. Porath steeds hechter en effectiever. Volgens Yad Vashem, het holocaust instituut-monument in Jeruzalem, brachten de "ontkenners van de holocaust' in 1981 slechts 95 publikaties in omloop. In 1984 steeg dit aantal tot 150. In januari 1992 werden door Yad Vashen reeds 250 dergelijke publikaties gesignaleerd, waarvan 36 in Frankrijk en 92 in de Angelsaksische wereld.

Zondag houden de holocaust-ontkenners op een geheime plaats in de Zweedse hoofdstad Stockholm hun jaarlijkse bijeenkomst onder de titel "Internationale anti-zionistische conferentie' (een gebeurtenis waarmee recente schendingen van joodse graven ter plaatse in verband worden gebracht). Daar zullen, tenzij de Zweedse regering er onder druk van het Israelische ministerie van buitenlandse zaken op het laatste moment nog een stokje voorsteekt, kopstukken uit de holocaust-ontkenningsbeweging hun spierballen laten zien. De Brit David Irving, de Amerikanen Louis Farragan en Fred Leuchter zullen met vertegenwoordigers van onder andere de fundamentalistisch-islamitische organisaties Hezbollah en Hamas proberen, zoals dr. Porath het formuleerde, “de zionisten de holocaust als wapen waarmee ze de wereld chanteren uit handen te slaan”.

De holocaust-ontkenners zijn er volgens dr. Porath niet alleen op uit om het geweten van de christelijke wereld van de smet van de moord op zes miljoen joden te zuiveren, maar beogen ook de morele pijlers te ondergraven waarop de staat Israel drie jaar na nederlaag van het duizendjarig rijk verrees. Vandaar dat westerlingen en moslim-fundamentalisten in Stockholm de handen ineenslaan. Daarom is het volgens dr. Porath des te betreurenswaardiger dat gerespecteerde Westerse staatslieden als de Franse president François Mitterrand, die vandaag een officieel bezoek aan Israel begint, de holocaust-ontkenners in de kaart spelen. Dr. Porath en regeringssecretaris Elyakim Rubinstein, die ook het woord voerde in Tel Aviv, doelden daarbij op de krans die de Franse leider onlangs legde op het graf van maarschalk Pétain, de president van het met de nazi's collaborerende Vichy-regime. Voor de Franse president ging het om een eerbewijs aan Petain als Franse held uit de Eerste Wereldoorlog. Serge Klarsfeld, de bekende Franse nazi-jager, die tegen de kranslegging had geprotesteerd, kreeg te horen “de nationale verzoening in Frankrijk in de weg te staan”.

Porath merkte op dat “Frankrijk een Europees centrum van holocaust-ontkenning is omdat de Fransen uit vrees voor het openen van oude wonden de confrontatie met hun oorlogsverleden uit de weg gaan”. In het voorspel tot het proces tegen Klaus Barbie, "de beul van Lyon', was dat volgens haar heel duidelijk gebleken. De universiteit van Nantes verleende zelfs een doctoraat aan Henri Roque over een proefschrift dat de ontkenning van de holocaust als onderwerp had. Onder zware druk kwam de universiteit daar tenslotte van terug.

De holocaust-ontkenners hanteren de meest uiteenlopende argumenten om deze eerste wetenschappelijk opgezette en uitgevoerde volkerenmoord uit de geschiedenis te praten. Sommigen ontkennen op grond van zogeheten wetenschappelijk laboratoriumonderzoek het bestaan van de gaskamers en ovens waarin de lijken werden verbrand. Anderen baseren hun stelling op de afwezigheid in de Duitse historische archieven van het schriftelijke bevel tot de vernietiging van de joden en houden het er op dat de nazi's alleen de gedwongen emigratie van de joden op het oog hadden. Miljoenen joden zouden volgens deze opvatting in de Sovjet-Unie zijn beland, in de VS en in Noord-Afrika, van waaruit ze naar Israel gingen.

Het Neurenbergse proces wordt door de ontkenners van de holocaust voorgesteld als een pure wraakoefening door de geallieerden op nazi-Duitsland en hebben om die reden voor hen als bewijsmateriaal voor de holocaust geen enkele betekenis. In dezelfde geest wordt de authenticiteit van het invloedrijke dagboek van Anne Frank, als getuigenis van de holocaust, aangevochten. Ook het uitblijven van een veroordeling van de holocaust door Paus Pius XII in de Tweede Wereldoorlog wordt aangevoerd als een bewijs dat de holocaust een verzinsel is. “Als de vertegenwoordiger van God op aarde ervan had geweten had hij toch niet kunnen zwijgen” is het argument dat rooms-katholieken ervan moet overtuigen dat de holocaust alleen in de fantasie van de joden en zionisten bestaat. Het uitsterven van de getuigen van de holocaust en de magere plaats die er vooral in de Derde-wereldlanden in de geschiedenisboeken voor is ingeruimd zijn volgens dr. Porath factoren die de holocaust-ontkenners in de kaart spelen.

“De revisionisten” zijn er op uit tot de academische wereld door te dringen om op voet van gelijkheid met de school die pal staat voor de holocaust een debat aan te gaan. Dr. Porath waarschuwde er voor niet in deze valstrik te lopen. Op het moment dat twee met elkaar strijdige opvattingen over de holocaust op academisch niveau tegenover elkaar worden geplaatst komt de holocaust als historische gebeurtenis op een hellend vlak.

Ondanks de op zichzelf verontrustende opkomst van deze zwaar met antisemitisme besmette beweging zijn er volgens dr. Porath veel positieve krachten die tegenwicht geven. “We moeten de zaak in proportie en koelbloedig onder ogen zien.”